Surseance gevaarlijke vluchtweg

Van de zomer handelshuis Ceteco, nu chartermaatschappij Air Holland. Grijpen managers eerder naar het instrument van surseance van betaling om financiële of andere reorganisaties door te voeren?

De kernpassage uit een beschikking, twee weken geleden, van de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof windt er geen doekjes om. FNV Bondgenoten eiste en kreeg een diepgaand onderzoek, een zogeheten enquête, naar de ondergang van de IJsselwerf in Capelle aan den IJssel, afgelopen zomer.

,,De surseance van betaling is aangevraagd zonder dat daarvoor op dat moment klemmende redenen, bijvoorbeeld een dreigend faillissement of anderszins een zeer nijpende financiële situatie, bestonden'', zo oordeelde de Ondernemingskamer, die gespecialiseerd is in het beslechten van conflicten in het bedrijfsleven.

FNV Bondgenoten vermoedt dat de surseance van betaling van de IJsselwerf geen reactie was op de neergang in de scheepsbouw na het uitbreken van de Azië-crisis, maar bedoeld was om, na het daaropvolgende faillissement van de werf, een groot deel van de werknemers zonder sociaal plan aan de dijk te zetten. Deze oplossing om een relatief goedkope sanering door te voeren is alom bekend in het bedrijfsleven.

Uit een onderzoek van het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam bleek drie jaar geleden dat in bijna een op drie faillissementen sprake is van onregelmatigheden of regelrecht wanbeleid.

Surseances zijn echter riskante vluchtroutes, of het nu om goedkope ontslagen gaat, of pogingen van directies of grootaandeelhouders om een financiële sanering te forceren, zeggen advocaten die zelf regelmatig optreden als bewindvoerder (in een surseance) of curator (bij faillissement).

Managers nemen soms de vlucht naar voren, naar een surseance, als een paardenmiddel om een patstelling te doorbreken. Handelshuis Ceteco leek bijvoorbeeld eerder dit jaar voor de buitenwereld af te steven op een georganiseerde financiële sanering, waarin banken en grootaandeelhouder Hagemeyer een kapitaalinjectie gingen geven. Achter de schermen vochten groepen banken alleen met elkaar een verbeten strijd om hun kredietrisico's te reduceren. Ondertussen trachtte een nieuwe directie enkele zwaar verliesgevende activiteiten in Zuid-Amerika te verkopen. Het bleek een schaakspel op te veel borden en eindigde in een surseance.

Ook Air Holland zat kennelijk financieel meer klem dan de buitenwereld vermoedde. Twee weken geleden was Schreiner Luchtvaart nog de gelukkige nieuwe eigenaar, vorige week ging de overname opeens niet door en deze week vroeg Air Holland zelf surseance aan.

Het argument om langs deze weg af te komen van dure leasecontracten voor vliegtuigen horen advocaten met enige twijfel aan. ,,Managers realiseren zich over het algemeen heel goed dat een surseance van betaling hen de lead uit handen geeft'', zo zegt een Nederlandse topcurator. In een surseance komen er nieuwe kapiteins aan boord: de directie blijft weliswaar in functie, maar de rechtbank installeert een of meerdere bewindvoerders naast hen.

Als onderhandelingsargument tegenover geldschieters, zoals leasebedrijven, heeft surseance wel enige betekenis. ,,Voor hen is direct duidelijk dat het één voor twaalf is en onder druk wordt alles vloeibaar, dus misschien heb je dan meer kans om een contract open te breken.''

Een surseance heeft verder financiële gevolgen die op korte termijn de schuldenlast niet verlichten, maar juist verzwaren. ,,Zonder boedelkrediet loop je hele grote risico's'', aldus eerder genoemde curator. Leveranciers willen opeens contant betaald worden, als zij tenminste nog willen leveren. Klanten die nog moeten betalen, laten hun betalingsdiscipline van de ene op de andere dag volledig versloffen.

Tegenover de gevallen die erop wijzen dat managers sneller naar een surseance grijpen om uit de problemen te komen, staan de statistieken. Meer dan 95 procent van de surseances eindigt roemloos in faillissement. En dat is niet de bedoeling van de wetgever geweest. Formeel moet surseance juist een periode van rust zijn waarin een oplossing gevonden kan worden. Dat is ook de inzet van een complete vernieuwing van de faillissementswet (nog uit de vorige eeuw) die nu voor advies bij de Raad van State ligt.

Het wetsvoorstel wil de speelruimte voor de bewindvoerder en ondernemer in de surseanceperiode vergroten en de kans op een nieuwe start verhogen. De voorkeurspositie in de boedel van partijen als de belastingdienst wordt beperkt, leveranciers en financiers krijgen een soort verplichting om te blijven leveren en de rechtbank krijgt grotere bevoegdheden om de schuldeisers tot een akkoord te dwingen dat nodig is voor een herstart.

    • Menno Tamminga