REDELIJK VOORSPOEDIG

Na een korte periode van democratie en onafhankelijkheid in de jaren twintig en dertig werden de Baltische landen door de Sovjet-Unie ,,ontvoerd uit de Europese familie'', zoals de vroegere Britse minister van Buitenlandse Zaken Douglas Hurd het eens uitdrukte.

Na de annexatie begon de russificatie: volgens een volkstelling uit 1989 bestond ongeveer eenderde van de bevolking in Estland en Letland inmiddels uit niet-Balten.

Dat waren in het bijzonder Russen, Wit-Russen en Oekraïeners. De Letten en Esten weigerden na de onafhankelijkheid de Russen automatisch te naturaliseren.

Rusland zag de regio als het `nabije buitenland', een term die aangaf dat de Russen het Balticum graag binnen hun politieke invloedssfeer wilden houden.

Dit heeft de Balten er niet van weerhouden toenadering tot het Westen te zoeken, die uiteindelijk moet resulteren in lidmaatschap van de NAVO en de Europese Unie.

Economisch gaat het de landen redelijk voorspoedig, door hun traditionele gerichtheid op Scandinavië (voor Litouwen en Letland) en op Finland (voor Estland).

Estland De Esten waren de eersten die hun eigen munt introduceerden en uit de roebelzone stapten. Dit zorgde voor een snelle beteugeling van de inflatie, groei van de lonen en een beter economisch klimaat.

De economische groei is weliswaar voorspoedig, maar tegelijkertijd zijn de verschillen tussen arm en rijk gegroeid. Ook is de koopkracht van de bevolking nauwelijks toegenomen, omdat de prijzen even hard gestegen zijn als de lonen.

Letland De Letse economie maakte een snoekduik in 1992 en de inflatie groeide tot 958 procent. Maar in 1993 kregen de Letten een eigen munt en met een stringent begrotingsbeleid werd de inflatie teruggedrongen tot 28 procent in 1994. Hoe dan ook is de economische positie van Letland slechter dan die van Litouwen en Estland.

Litouwen Om zich beter te kunnen richten op het Westen heeft Litouwen de Centraal Europese Tijdzone aangenomen, waardoor het er nu een uur vroeger is dan in Letland en in Estland. Maar het grootste Baltische land is na een aanvankelijke opbouw van de economie in een recessie beland, met teruglopende industriële productie en stijgende werkloosheid.