Op weg naar Sicilië

Voor grillige rotsen en woeste vlaktes ga je niet naar Sleeswijk-Holstein. Zelfs niet voor de Schweinsbrat of de jeugdherbergen. Toch is ook dit gebied de moeite van het bewandelen waard. Deel 16 in een serie over wandelen in Europa.

Volgens de Engelse schrijver John Berger zou iedereen ooit beroemd worden, als we maar oneindig lang leefden. In dat geval zou iedereen ook wel eens in Ulan Bator komen, in Tegucigalpa en op een lange reeks andere bestemmingen waarvoor een gemiddeld mensenleven te kort is. Maar niet overal. Er zijn plaatsen waar zelfs eeuwig levende reizigers uitsluitend belanden als ze er per se, coûte que coûte en unbedingt heen willen. Damendorf bijvoorbeeld, een dorp zonder redenen om erheen te gaan, op 27 kilometer ten westnoordwesten van Kiel.

Mijn motief om na een autorit van een kilometer of 650 bij het Gemeinschaftshaus van juist deze nederzetting te parkeren was dan ook een negatieve, namelijk de onwil om van de Noordkaap naar Sicilië te lopen, gepaard aan het positieve verlangen wel een deel te doen van Europa's eerste echte lange afstandswandeling: Damendorfs only claim to fame is dat de Europäischer Fernwanderweg E1 er op een kilometer afstand langs voert. Ik veter mijn terreinschoeisel dicht, versta me met een meisje (9) dat wil weten hoeveel zes maal zeven is en of de mensen in Nederland arm zijn, verlaat asfalt en bebouwde kom, doorschrijd een bietenakker, en vind de eerste routemarkering.

Het landschap is niet speciaal of spectaculair, wel een vriendelijke, ongerepte, glooiende afwisseling van bossen, weiden en akkers met af en toe een on-Nederlands-kronkelende beek of rivier. Een ree schiet een maïsveld in, een pad kruist mijn weg, maar geen mens laat zich bekennen. Dat hier haast niemand komt, is ook te zien aan de duizenden in de berm glinsterende moddervette bramen. Alles werkt mee aan een tijdloos gevoel van door-Europa-lopen, niet zozeer door Duitsland of door Sleeswijk-Holstein. Een enkel detail daargelaten had het ook 1900 kunnen zijn, of 2100.

Osterby wint het qua faam van Damendorf doordat de E1 er dwars doorheen loopt, wat door de slager wordt gevierd met een juichend plakkaat op zijn raam dat de `Schnitzer Braten vom Schwein' in de aanbieding zijn. Nieuwbouw voert de toon, maar om de hoek staat nog een enorme, schitterende, bakstenen boerderij uit achttienzoveel. Als heel Osterby ooit zo mooi was, zijn de Duitsers net zo gek als wij.

Snel verder richting Sicilië, door een uitloper van Naturpark Hüttener Berge, een soort kruising tussen Twente en de Ardennen met uitgestrekte beukenbossen. Door gebrek aan ondergroei lijken overal kronkelende sporen te lopen en valt er zelfs met kaart en kompas geen koers te houden. Maar gelukkig zijn we in Duitsland: de plaatselijke E1-verantwoordelijken hebben gewoon op iedere derde beuk een markering gezet en zo te zien verven ze alle tekens eens per maand weer kraakhelder wit.

Net als de E1 wat monotoon dreigt te worden komt de Windebyer Noor in zicht, wat eigenlijk een See is. Aan gene oever van het meer van Windeby ligt op een dunne reep land de stad Eckernförde aan de Eckernförder Bucht, die weer eigenlijk een Meer is, te weten de Oostzee. Waar het om gaat is dat je ineens door een kruising van Friesland en Zuid-Limburg loopt, pal langs de oever van de Noor en behalve over de E1 helaas ook over een natuurpad. Dat de Stiftung Lions Club Eckernförde om de vijfhonderd meter een Schützhütte heeft neergezet is tot daaraantoe, maar naarmate Eckernförde nadert rennen er steeds meer gillende schoolklassen langs de educatieve borden die tonen hoe de Noor ontstond en hoe een specht oogt. Voordeel is wel dat de overgang naar de Jugendherberge wat minder schokkend is. Waarom ik daar zo nodig moest overnachten had iets te maken met het gerucht dat iedereen tegenwoordig in jeugdherbergen kan slapen; mits in bezit van herriestoppers – dat deel van het gerucht had ik gemist. Er zijn wel eenpersoonskamers, maar bij de bouw was geluidisolatie een sluitpost.

Dertig kussengevechten later is de Oostzee een welkome bron van rust. Het is een rare zee – prettig raar. Vijftien kilometer heb ik de tijd om het verschil tussen deze zee en de onze juist te formuleren, maar het wil niet lukken. Als je niet weet dat het een Meer is, lijkt het een heel grote See, misschien is dat het. Het klotst ook anders dan in Katwijk. Of beter: hier klotst het Meer, bij ons veel minder. De E1 gaat eerst over Eckernfördes lange zand- en keienstrand, kronkelt daarna hoog boven de branding, waar deels beboste heuvels de Oostzee omkaderen, en driekwart van de tijd heb je zicht op het water. De overgang heuvel-zee is steeds prachtig en soms zeer abrupt: glooiend terrein, enorme beuken en dan ineens een loodrechte rotsloze klif van tien of twintig meter, en nauwelijks een paar meter strand. Smal en voorzichtig volgt het pad het reliëf: soms kijk je door een coulisse van loofhout naar de golven in de diepte, even later spoelen ze haast over je schoenen en vergeet je dat het naar Sicilië nog vierduizend kilometer lopen is.

Kompass Wanderführer - Europäischer Fernwanderweg E1', 5e druk, 1996, door Arthur Krause; uitg. Deutscher Wanderverlag; beschrijft de E1 tussen Flensburg en Genua. ƒ34,70.

De kaart `Kiel und Umgebung' 1:75.000 van het Landesvermessungsamt Schleswig-Holstein is in combinatie met de goede bewegwijzering, gedetailleerd genoeg. De E1 staat erop aangegeven, ƒ17,50.

    • Michiel Hegener