Onderzoek vetsmelters

In Nederland zijn sinds dinsdag tientallen getuigen gehoord en wordt de administratie van twaalf vetsmelters en diervoederproducenten onderzocht. Dit gebeurt op verzoek van onderzoeksrechter P. Ghijs uit Gent. Het onderzoek van de Belgische justitie naar de dioxineaffaire die België dit voorjaar trof, strekt zich daarmee uit tot Nederland.

Het is de eerste keer sinds de dioxineaffaire in mei losbrak dat in Nederland een omvangrijk justitieel onderzoek plaatsheeft naar de vetstromen tussen Nederlandse ondernemingen en de Belgische bedrijven Fogra en Verkest, die de spil zijn in de dioxineaffaire.

Eerder is op verzoek van de Belgische justitie al een rekening van de Vlaamse vetsmelter Verkest bij een bank in Breda geblokkeerd.

De actie, die twintig dagen gaat duren, wordt bevestigd door onderzoeksrechter Ghijs. Onderzocht worden negen smelterijen en verwerkers van vetten, twee diervoederproducenten en een kippenmesterij. Concrete verdenkingen tegen een van deze bedrijven zijn er nog niet, volgens onderzoeksrechter Ghijs.

Het onderzoek in Nederland wordt uitgevoerd door rechercheurs van de Algemene Inspectiedienst (AID) van het ministerie van Landbouw samen met rechercheurs van de Belgische rijkswacht. Onder leiding van Ghijs doet de rijkswacht in België al maanden onderzoek naar de strafrechtelijke aspecten van de dioxineaffaire. Ghijs stuurde in juli een verzoek om rechtshulp naar Nederland, waar de belangrijkste afnemers en leveranciers van Verkest zijn gevestigd.

Dat er drie maanden na het rechtshulpverzoek uit België actie wordt ondernomen in Nederland, noemt landelijk officier van justitie voor landbouw en visserij, mr. W. van de Ven, nog ,,redelijk snel''.

Van de Ven: ,,Het gaat om een uitgebreid verzoek dat in de vakantieperiode binnenkwam. Om al die getuigen te horen en bij die twaalf bedrijven documenten te vorderen, moeten veel rechercheurs beschikbaar zijn. Bovendien moeten de mensen ook weten waar ze naar moeten zoeken, dus was een grondige voorbereiding nodig.''

Eerder onderzoek wees uit dat het Waalse bedrijf Fogra de leverancier was van het dioxinenhoudend vet dat Verkest verkocht aan vetverwerkers en diervoederproducenten. Onmiddellijk na het uitbreken van de affaire in België werden ook bij Nederlandse leveranciers en afnemers van Verkest monsters genomen van voorraden. Dat leverde niets op. De Belgische justitie wil nu zekerheid hebben dat er in de periode januari tot en met mei dit jaar geen ander vervuild vet uit Nederland is geleverd.

Daarnaast moet het onderzoek een compleet inzicht geven in de mogelijke verspreiding van de Verkest-dioxinen in Nederland. Eerder zijn in Nederland besmet slachtafval, besmette slachtkippen en veevoeder met lichte concentraties dioxinen gevonden.

Officier van justitie Van de Ven: ,,Je mag verwachten dat het er bij Fogra en Verkest niet altijd nauwkeurig aan toe is gegaan. Daarom wil mijn Belgische collega nu weten of er van januari tot en met mei nog andere risico's zijn geweest. Hij wil zicht hebben op alle vetstromen tussen Fogra, Verkest en Nederlandse bedrijven.''

    • Joep Dohmen