`Mijn hoop is op Claus gevestigd'

De Zweedse auteur Per Holmer (1951) geniet in Nederland bekendheid als vertaler van het werk van Hugo Claus, Marcel Möring en Oek de Jong. Onlangs kwam in het Nederlands zijn omvangrijke boek `Duizeling' uit, een rijke mengeling van historische- en ideeënroman.

Zelden zal een titel zo fraai aansluiten bij de inhoud van een boek als Duizeling (Svindel), het elfde boek van de Zweedse auteur Per Holmer. Op fascinerende wijze is het boek `duizelingwekkend'. Holmer beschrijft in een panoramisch opgezet werk de jaren twintig en dertig in drie Europese landen: België, Frankrijk en, tot slot, de Duitse Weimar republiek en het daaropvolgende interbellum met de opkomst van het nazisme. Tal van artistieke en politieke figuren treden op: Paul van Ostaijen, Marlene Dietrich, Joseph Goebbels en Hitler. Maar de hoofdpersoon, Herschel Meier, is een joodse jongeman die getuige is van alle belangrijke politieke en culturele omwentelingen. Uiteindelijk moet hij naar Amsterdam vluchten om aan de nazi's te ontkomen en zijn leven te redden.

Per Holmer geldt als de belangrijkste vertaler van Nederlandse literatuur in het Zweeds. Het was het schrijverschap waardoor zijn passie voor de literatuur van de Lage Landen is ontstaan. Op doorreis in Amsterdam vertelt hij in de staatsiezaal van een hotel aan een gracht: ,,Op een gegeven moment was ik vastgelopen in mijn schrijven. Ik wilde een andere weg in slaan, maar ik wist niet welke en waarheen. Rond die tijd, aan het eind van de jaren zeventig, maakte Louis Paul Boon nog kans op de Nobelprijs. In Zweedse vertaling waren De Kapellekensbaan en Menuet verkrijgbaar. Op mijn speurtocht naar nieuwe invloeden kwam ik die werken tegen, en meteen was ik diep onder de indruk. Boon betekende alles voor me, ik identificeerde me met zijn werk. Bovendien leek hij op mijn vader. Ik ben Nederlands gaan leren om Boon in het origineel te kunnen lezen, ik kocht eenvoudigweg de cursus Teach Yourself Dutch. Mijn schrijverschap was, naar woordkeus en stijl, karig; ik laafde me aan de barokke rijkdom van Boon. Ik sprak ook Nederlands, dat was meer een Vlaams-Nederlands op zijn Louis Paul Boons.''

Holmer spreekt een mooi, zuiver Nederlands met, inderdaad, nog steeds Vlaamse wendingen erin. Opwaaiende zomerjurken van Oek de Jong was een van de eerste boeken die hij vertaalde. Holmer: ,,Ik beschouwde het als een meesterstuk en was trots het te mogen vertalen. Na de dood van Boon diende Hugo Claus zich aan als zijn troonopvolger. Het verdriet van België en De Verwondering hadden kwaliteiten die ik in Zweden niet kende. Hetzelfde geldt voor Hersenschimmen van Bernlef en In Babylon van Marcel Möring. Enkele van deze titels verkopen goed in Zweden, zoals een kleine zesduizend exemplaren voor Het verdriet van België. Ik stel nog steeds al mijn hoop op de toekenning van de Nobelprijs voor literatuur aan Claus. Hij verdient het, de Nederlandstalige letterkunde verdient het meer dan ooit. Het is toch àl te tragisch dat Boon doodgegaan zou zijn op de dag dat de Zweedse Academie hem uitnodigde naar Stockholm te komen. Hoewel ik in de Zweedse hoofdstad woon, heb ik geen enkele band met de Academie, laat staan dat ik enige invloed kan doen gelden. Wel heb ik een paginagroot artikel klaarliggen voor het geval dat Hugo Claus...''

Holmer zegt dat hij weleens jaloers is op Amsterdam als `boekenstad', zoals hij dat ervaart. ,,Meer dan in Zweden komen uitgevers en schrijvers elkaar hier op straat of in cafés tegen, ze lopen elkaar tegen het lijf. Misschien heeft dat ook wel zijn nadelen. Het Zweedse literaire klimaat verschilt op meer punten van het Nederlandse. Een uitgeverij als Bonniers, te vergelijken met mijn uitgeverij Meulenhoff, brengt per jaar 25 dichtbundels uit en een kleine 60 romans. Veel, veel te veel van deze boeken worden nooit besproken. Drie maanden na de eerste hardcover-druk verschijnt de paperback. Als een Zweed een boek koopt, is dat vooral een pocket. Rondom een pocket heerst een andere cultuur; je neemt het mee in de trein, de metro. Zo'n gebonden eerste druk laat je thuis op de salontafel. Er bestaan in Zweden evenmin literaire bijlagen, zoals die van Vrij Nederland, de Volkskrant of NRC Handelsblad.''

Van Per Holmers boek Duizeling zijn in Zweden opmerkelijk veel exemplaren verkocht: 4000 van de eerste editie, 12000 van de pocket. Het werd een `on-Zweedse' roman genoemd. Intrigerend is hoe Holmer de eisen van de historische roman en het verbeeldingsvermogen van de literatuur met elkaar verbindt. Zo figureren in de roman Hitler en Goebbels, maar niet onder hun eigen namen. ,,Mijn roman gaat over de opkomst van het nazisme, dat is een geleidelijk proces. Als romanschrijver heb je, vind ik, de taak een beeld van die tijd te geven, waarin de namen `Hitler' en `Goebbels' niet de lading van nu bezitten. Ik heb versluierde vorm van namen gevonden: van hen nam ik de voornaam van de vader en de achternaam van de moeder. Op diezelfde manier is het pseudoniem van Paul van Ostayen ontstaan: Hendrik Engelen. Ook Marlene Dietrich zal de lezer gemakkelijk herkennen. Door hen andere namen te geven, ontstaat zowel voor de schrijver als lezer de vrijheid een appèl te doen op de eigen inleving. Wat denkt u, is dit boek ook een `on-Hollandse roman'? Voor mij is het eigenlijk alleen te vergelijken met In Babylon van Möring.''

Het theater uit de Weimar-tijd heeft de warme belangstelling van Holmers personage Herschel Meier. Hij woont voorstellingen bij van Wedekinds Die Buchse van Pandora en Erdgeist. Ook in de beschrijvingen hiervan sluit de schrijver een pact met de verbeelding, want tijdens Wedekinds leven werden deze stukken niet in volle glorie uitgevoerd maar gekuist of ingekort.

Per Holmer is er zich van bewust dat hij zich bevindt op de grens tussen historicus en romancier: ,,De historicus is verantwoording schuldig aan de feiten; die moeten wetenschappelijk kloppen. De historicus kijkt terug, daardoor weet hij altijd de afloop. De romancier niet. Het is zijn eerste taak het verhaal te vertellen alsof hij de afloop niet weet. Daardoor ontstaat er spanning, het boek is als een getuigenis. Ondanks de brede geschiedkundige opzet bezit Duizeling wel degelijk een autobiografische aanleiding. Als jongeman was ik idealist en verdiepte me in allerhande idealistische leren, zoals bijvoorbeeld het Esperanto. Mijn hoofdpersoon bezoekt in 1914 een Esperanto-congres in Parijs. Ik ben geen voorstander van Esperanto, maar begrijp de achterliggende gedachte. Eén taal voor de wereld. In de loop van de roman krijgt de hoofdpersoon dezelfde leeftijd als ik. Eenmaal voorbij de veertig past idealisme niet meer, dat is een bitterheid om mee te leven. Nu ben ik vooral geïnteresseerd hoe het individu zich een plaats verwerft in de grote historische gebeurtenissen van zijn tijd.''

Per Holmer: Duizeling. Roman. Uit het Zweeds vertaald door Bertie van der Meij. Uitg. Meulenhoff, 447 blz. Prijs ƒ49,90.

    • Kester Freriks