LATIJNS AMERIKA

De val van de Muur heeft voor Europa ingrijpende gevolgen gehad. Maar hoe diep is het communisme elders op de wereld nog geworteld? Een overzicht van drie continenten.

Het zal bij velen verbazing wekken, maar het communistische gedachtengoed heeft nauwelijks invloed gehad in Latijns Amerika. Dat aan dit continent niettemin een `hang naar het communisme' wordt toegeschreven, heeft in de eerste plaats te maken met de revolutie in Cuba, die in de jaren zestig en zeventig ongekend populair was onder de Westerse intelligentsia en tot op de dag van vandaag veel aandacht in de media krijgt.

Het beeld is ook vertekend door de welhaast paranoïde angst die lange tijd kenmerkend is geweest voor het handelen van de strijdkrachten in Latijns Amerika. Deze angst voor een `wereldrevolutie', gevoed vanuit de Verenigde Staten, leidde er zelfs toe dat Revolutie in cellen, een standaardwerk over biologie, op de brandstapel van verboden boeken belandde. Maar vooral maakte zij veel onschuldige, niet-communistische slachtoffers.

Na Cuba, heeft, ironisch genoeg, Chili de sterkste communistische partij van Latijns Amerika. Hoewel na de militaire staatsgreep van 1973 een gewelddadige heksenjacht ontbrandde tegen alles wat naar communisme riekte – `progressief' zijn betekende dat je leven gevaar liep – kreeg de Chileense dictator Augusto Pinochet de echte communisten niet klein. Sterker nog, ze kregen onder het militaire regime meer aanhang en raakten beter georganiseerd dan ooit tevoren. Anno 1999 is de Communistische Partij een belangrijke factor in de Chileense politiek. Vooral onder jongeren is Gladys Marin, de communistische presidentskandidate voor de verkiezingen in december, ongekend populair. Zij is een van de weinigen die openlijk kritiek durven te leveren op de strijdkrachten en hun voormalige opperbevelhebber Pinochet, waar anderen de lange arm van het leger nog steeds vrezen.

Het gebrek aan rood elan wordt in Latijns Amerika ruimschoots gecompenseerd door de aanwezigheid van tientallen revolutionaire bewegingen. In Colombia opereren de marxistische FARC en de guevarristische ELN, guerrillabewegingen, waarvan vooral de FARC ver vervreemd is geraakt van het ideologische gedachtegoed. Dat geldt ook voor het Lichtend Pad in Peru, dat van oorsprong maoïstisch is.

De Sandinistische beweging in Nicaragua was wel revolutionair, maar had weinig van doen met communisme. Ze had het karakter van een populaire opstand, in de traditie van de Mexicaanse revolutie (1911-1917), de moeder aller volksopstanden. Binnen de stadsguerrillabeweging van de Tupamaros in Uruguay waren wel communistische cellen, maar het gaat hierbij om verwaarloosbare aantallen. Over de opstand in Mexico van de Zapatistas zei de Mexicaanse schrijver Carlos Fuentes dat deze rebellie niet langer kon worden ,,gesataniseerd, gedemoniseerd als zijnde pro-communistisch, pro-Sovjet, of iets anders''.

Dat neemt niet weg dat in het verleden en tot op zekere hoogte het heden te pas en te onpas wordt geschermd met het predikaat communistisch. Onlangs werd in Uruguay de succesvolle, linkse presidentskandidaat Taberé Vázquez uitgescholden voor communist. Op deze manier proberen zijn tegenstanders spoken uit het verleden op te roepen (`kijk uit, het rode gevaar'). Maar het schoolvoorbeeld is Nicaragua. In de ogen van de VS waren de Sandinisten stromannen van de Sovjet-Unie, die een tweede `Cuba' in de achtertuin van de Amerikanen zouden gaan vestigen. Om dit te verhinderen financierden de Amerikanen in de jaren tachtig een oorlog tegen de Sandinisten, gevoerd door de zogeheten Contras.

Ook Salvador Allende, de Chileense president die in 1973 bij een staatsgreep om het leven kwam, werd van communistische sympathieën verdacht, niet in de laatste plaats omdat hij met de communisten samenwerkte in zijn regering. Maar het was zeker niet zijn streven om een communistische heilstaat te stichten.

Zelfs Fidel Castro, de lider máximo van de Cubaanse revolutie, was aanvankelijk geen communist. Het verhaal wil dat hij met een jezuskruis om de nek Santiago de Cuba binnenmarcheerde. Aanvankelijk zocht Castro de steun van de Noord-Amerikanen. Maar het Amerikaanse wantrouwen hield dermate lang aan – in de Amerikaanse pers woedde een fel debat over de vraag of Castro communistisch was – dat hij uiteindelijk zijn heil zocht bij de Sovjet-Unie.

Dat ging aanvankelijk niet van harte. Vooral Che Guevara, Castro's strijdmakker, moest weinig hebben van de Sovjets, waarvan hij het `imperialisme' vergeleek met dat van de Amerikanen. Toch wisten de Russische communisten hun stempel op Cuba te drukken, vooral in materialistische zin. Cuba werd zo en is nog steeds het enige communistische bolwerk van Latijns Amerika. Dat ook dit hol was, openbaarde zich in 1991, toen de Sovjet-Unie wegviel als handelspartner. Toen kwam ook daar eerst het eten, en dan de moraal.

STÉPHANE ALONSO

    • Stéphane Alonso