Klimaattop: geen concrete resultaten

De ministers van Milieu van de 173 landen die deze week op de klimaatconferentie in Bonn praten over vermindering van de uitstoot van broeikasgassen zijn vanmiddag uiteengegaan zonder concrete resultaten.

Weliswaar hebben de ministers gezegd te willen vasthouden aan de afspraken die hierover in 1997 in Kyoto zijn gemaakt, maar ze legden zich niet vast op een datum voor ratificatie van het Kyoto-protocol. Het voorstel van de Nederlandse milieuminister Pronk om in 2002 de ratificatie rond te hebben, kreeg steun van een aantal landen maar haalde het niet. De `slottekst' van de conferentie vermeldt dat de ministers het er wel over eens zijn dat de ratificatie ,,zo snel mogelijk'' moet plaatsvinden.

Toch is Pronk niet ontevreden met het resultaat van de conferentie. Volgens de minister is de bereidheid om actie te ondernemen sterk toegenomen. De meeste landen, met uitzondering van Saoedi-Arabië, zijn ontevreden met de voortgang tot nu toe en dringen aan op meer haast. Dat is van belang voor de volgende klimaatconferentie die in november volgend jaar in Den Haag wordt gehouden. Daar moet een aantal knopen worden doorgehakt. Saoedi-Arabië, de grootste olie-exporteur ter wereld, vreest dat zijn inkomsten sterk zullen teruglopen als gevolg van de Kyoto-afspraken omdat veel landen van olie zullen overschakelen op andere, schonere brandstoffen zoals aardgas.

Een van de grootste struikelblokken vormt nog steeds de zogeheten emissiehandel. Dat is de mogelijkheid voor industrielanden om door investeringen in schone technologie in ontwikkelingslanden daar de CO2-uitstoot te verminderen. Die vermindering mag vervolgens worden afgetrokken van de reductie in het investerende land. De Europese Unie vindt dat slechts een deel van de reductie via emissiehandel mag gebeuren.

De Verenigde Staten - die er de hele conferentie al op hameren dat ze ook in eigen land belangrijke maatregelen nemen - voelen echter niets voor zo'n `plafond' in de emissiehandel.

Minister Pronk heeft een voorstel gedaan dat kan worden gezien als een tegemoetkoming aan de Amerikanen. Hij wil dat alle landen ,,iets doen in eigen land en iets in het buitenland''. De verdeelsleutel kan vervolgens onderwerp zijn van overleg. Het gaat volgens Pronk niet alleen om 2010, als de norm van Kyoto (ruim 5 procent reductie van broeikasgassen ten opzichte van 1990) gehaald moet zijn, maar om een systeem van onderhandelingen dat decennialang moet meegaan want ook na 2010 zal verdere reductie nodig zijn.

Kernenergie vormt een probleem waarover binnen de Europese Unie verschil van mening bestaat. Het is een vorm van energieopwekking waarbij geen broeikasgassen worden geproduceerd. Daardoor kan het voor een aantal landen een aantrekkelijke bron van CO2-reductie zijn.

Op een persconferentie zei de Europese Commissaris voor Milieu, Margot Wallström, dat de EU kernenergie niet zal accepteren als een middel voor dat doel. Maar ze gaf toe dat niet alle EU-landen het daarmee eens zijn. Vooral Frankrijk met zijn enorme park van kerncentrales ligt dwars.

Andere landen zien het als een gevaar dat kerncentrales een element worden in de emissiehandel. Minister Pronk denkt echter niet dat het zover zal komen. Hij pleit voor invoering van een `Duurzaamheidscriterium' waar kernenergie volgens hem niet in past.