Kamer, zeden en proportie

In het debat over de Justitiebegroting kregen pedoseksuelen gisteren een overdosis aan interesse. ,,Gelukkig hebben we een minister die het hoofd koel houdt.''

Kamerleden reageren op maatschappelijke opwinding, niet op maatschappelijke feiten. Dat was gisteren de impliciete boodschap van minister Korthals (Justitie), die bij de behandeling van zijn begroting in de Kamer pleitte voor een kalme benadering van een emotionele kwestie: seksueel misbruik van kinderen. Het is ook de onomwonden oproep van deskundigen die beschikken over cijfers, ervaring met daders en slachtoffers en onderzoeksresultaten.

Het lukte Korthals – groot aanhanger van het `proportionaliteitsbeginsel'– gisteren nauwelijks om de Kamerleden ervan te overtuigen dat de aandacht voor het probleem in geen verhouding staat tot de omvang ervan, hoe ernstig ook. ,,Iedereen is geschokt wanneer een TBS-verpleegde zich tijdens een verlof schuldig maakt aan een zedendelict'', aldus Korthals. ,,Wij moeten dit echter ook in het perspectief zien dat het zelden gebeurt. Het gaat om enkele incidenten op circa 32.000 `verlofbewegingen' per jaar, dat wil zeggen momenten waarop TBS-gestelden buiten de kliniek komen, bijvoorbeeld om een boodschap te doen. Van het totale aantal delicten, begaan door ex-TBS'ers, is slechts 0,2 procent van pedoseksuele aard.''

Drie recente moorden op seksueel misbruikte kinderen (Chanel Naomi in Assen, Sybine in Maarn, Withley in Cappelle aan den IJssel) leidden in de samenleving tot grote verontwaardiging. Het heeft de indruk doen ontstaan dat kinderen in toenemende mate blootstaan aan het gevaar van pedofielen. Uit de cijfers blijkt dit niet.

Pedoseksueel gedrag is recentelijk onderzocht door het wetenschappelijk centrum WODC van het ministerie van Justitie. De resultaten zijn nog niet bekendgemaakt. Uit bestaande overheidsstatistiek kan worden afgeleid dat het aantal zedenmisdrijven tegen kinderen de afgelopen vijf jaar niet is toegenomen. Het aantal kinderen dat jaarlijks seksueel wordt misbruikt, ligt omstreeks de 1,2 procent. Het is een zeer algemeen cijfer, dat niets zegt over mogelijke ontwikkeling in de ernst van deze misdrijven. Worden kinderen ernstiger misbruikt dan vijf of tien jaar geleden? Vallen er meer (dodelijke) slachtoffers? Maken daders zich in toenemende mate schuldig aan recidive?

Vooralsnog moet de binnenkort te verschijnen WODC-studie worden afgewacht. Een woordvoerder van de recherchedienst CRI zegt wel, na raadpleging van rechercheurs die zich met de opsporing van zedendelicten bezighouden: ,,Onze ervaring is dat het aantal zedenmisdrijven tegen kinderen de afgelopen jaren niet is toegenomen. Wij zien in de praktijk geen stijging van de omvang en de ernst van dit probleem. Wel zien we een enorme stijging van de aandacht in de media. Er zijn de afgelopen jaren vooral veel televisiezenders bijgekomen die elkaar beconcurreren met emotionele onderwerpen. Kennelijk zit de samenleving daarop te wachten. We zien dat de subjectieve beleving van dit probleem geweldig toeneemt. Maar dat is iets heel anders dan de ware omvang van het probleem.''

De Leidse psychotherapeut dr. R.A. Bullens, deskundig in de behandeling van pedoseksuelen en hun slachtoffers, onderschrijft de relativerende kanttekeningen die minister Korthals gisteren in de Tweede Kamer heeft geplaatst. ,,Een zeer kleine groep van zedendelinquenten die zeer ernstige feiten heeft begaan, wordt nu opgevoerd als pars pro toto voor alle pedofielen. We moeten ervan uitgaan dat er in Nederland misschien wel honderdduizend of meer mensen zijn die kinderen seksueel misbruiken. Het gaat om een zeer heterogene groep, met– zowel naar aard, naar oorzaak als naar ernst – zeer verschillend gedrag. Die dadergroep kun je natuurlijk onmogelijk aanpakken met de draconische maatregelen die in de Tweede Kamer worden voorgesteld. Het is fysiek onmogelijk, het is niet effectief en het is niet wenselijk.''

Bullens zegt zich vooral te storen aan het `simplisme' waarmee de kwestie in de Kamer is besproken. Bullens: ,,Neem de discussie over chemische castratie. Recent Amerikaans onderzoek toont aan dat lustremmende medicatie alleen werkt bij een zeer kleine groep die zich volledig bewust is van het probleem en echt gemotiveerd is om mee te werken aan zo'n behandeling. Bij de overgrote meerderheid zal het geen enkel effect hebben. Pedoseksueel gedrag zit in de geest en valt niet zomaar met medicijnen weg te nemen. En bovendien: de werking van dergelijke medicatie valt heel eenvoudig uit te schakelen door mannelijke hormonen in te nemen die bij elke sportzaak te koop zijn.''

Nog afgezien van deze zeer beperkte werking ziet Bullens een bijkomend gevaar: ,,Chemische castratie zou wel eens de waakzaamheid tegen pedosekuelen kunnen doen afnemen. In de trant van: die hebben we medicijnen gegeven, daar hoeven we verder niet op te letten. Intussen zullen deze daders gewoon hun gang blijven gaan.''

De Amsterdamse hoogleraar strafrechtswetenschappen mr. C.F. Rüter zegt in de afgelopen 25 jaar ,,voortdurend hypes te hebben gezien'', over oorlogsmisdadigers, discriminatie, zinloos geweld, ouders die kinderen vermoorden. Rüter: ,,De Kamer treedt dan steevast temidden van het volk en komt met allerlei ideeën, die geen ideeën zijn maar oprispingen. Gelukkig hebben we nu een minister die daarbij het hoofd koel houdt, maar je moet er niet aan denken dat er nog een mevrouw Sorgdrager zat, laat staan een Hirsch Ballin.''

Rütter noemt het `keurig, wat die Korthals doet'. ,,Hij is de enige die kennelijk weet dat het strafrecht er niet is om criminaliteit te bestrijden. Wat echt werkt, is een delinquent ter plekke dood te slaan, maar dat vinden we niet goed en daarom hebben we het strafrecht. De roep om verhoging van straffen verduistert het uitzicht op mogelijkheden die wel helpen tegen criminaliteit'', aldus Rüter.

    • Gijsbert van Es
    • Bram Pols