HOGE WERKLOOSHEID

Ofschoon het einde van het communisme is begonnen met de hervormingen van de Sovjet-president Gorbatsjov, is Oost-Duitsland het toneel geweest van de zichtbare ondergang van de heilstaten. De Muur viel op 9 november 1989, en elf maanden later waren de twee Duitslanden herenigd. De verwachting van een snelle groei van de welvaart is niet uitgekomen. De toestand van de industrie van de DDR was slechter dan verwacht en de enorme kosten van de hereniging zetten een rem op de economie van West-Duitsland. De aanvankelijke euforie sloeg om in boosheid onder de Ossies, wat resulteerde in nostalgie naar de oude tijden en opkomst van extreem-rechts. De werkloosheid in het oosten is dramatisch hoog: eenvijfde van de beroepsbevolking heeft geen werk. Bij de grote bedrijven zijn massa- ontslagen gevallen; het midden- en kleinbedrijf moet nu banen scheppen. De Oost-Duitsers worden snel rijker: tussen 1991 en 1998 is het bbp van de neue Länder met 51 procent gegroeid, tegen 4,8 procent in het Westen. Maar het verschil in rijkdom is nog altijd enorm: het bbp per hoofd bedroeg in 1998 28.000 mark in het Oosten, en 49.900 mark in het Westen.