Efteling-esthetiek en weeë muziek

Eeuwenlang waren schoonheid en waarheid in de kunst innig met elkaar verbonden. Een 17e eeuws geschilderd landschap was niet een landschap zonder meer, het moest iets laten zien van de ordening van de wereld. De zichtbare wereld was, om het eenvoudig te stellen, door God geschapen en dus goed en mooi. De kunstwerken die nu te zien zijn op een tentoonstelling in Helmond met de veelbelovende titel The Power of Beauty, De terugkeer van schoonheid in de hedendaagse kunst, zijn een uitkomst van precies de tegenovergestelde opvatting. Schoonheid is dat wat on-waar is, gekunsteld, fake; mooi zijn door mensen bedachte en gemaakte simulacra, om een term te gebruiken van de aan het begin van de jaren tachtig populaire Franse filosoof Jean Baudrillard. Deze kunstwerken zijn vrijwel zonder uitzondering immateriële, ontastbare schijnbeelden. De meeste laten zich nauwelijks onderscheiden van de `esthetiek' van de nieuwste attractie in de Efteling, de `Droomvlucht', waar bezoekers in karretjes vervoerd worden door een bos met elfjes en trollen, onder de tonen van zoetelijke, weeë muziek.

Het Franse duo Pierre et Gilles maakt grote, beschilderde foto's (ca. 125 x 100 cm) van zogenaamde paradijselijke taferelen. In De Tuin der Dromen zit een naakte jongen op in nevel gehulde rotsblokken; als Narcissus bekijkt hij zichzelf in een waterpoel. Diana toont fotomodel Naomi Campbell in een goudkleurige tuniek met een pijlenkoker op haar rug, omringd door blauwe bloemen. De Japanse Mariko Mori maakte een video waarin we haar als een nimf door een mistig Japans bos zien huppelen of als een geisha de rituele handelingen van een theeceremonie zien uitvoeren, vergezeld door Droomvlucht-muziek. Van de Australiër Bill Henson zijn er grote suggestief-erotische kleurenfoto's van een ongeveer 8-jarig meisje en een oude man. Zij zitten in schemerlicht in luxueuze roodpluchen fauteuils tijdens een operabezoek, het meisje met lipstick op en dure juwelen om haar hals.

Volgens de makers van de tentoonstelling ging het in de 20e eeuwse kunst niet meer om de esthetische kwaliteiten van het kunstwerk, maar stonden theorie, concept en proces voorop – `schoonheid en kunst werden gescheiden eenheden'. Maar dit is een misleidende simplificatie; ook in minimal art, om maar iets te noemen, speelde schoonheid een belangrijke rol, in de zin van harmonie van maat en proportie, zoals bij Donald Judd en Walter de Maria. Evenzeer geldt dit voor de beste conceptuele kunst, zoals die van Stanley Brouwn en Robert Ryman. De voorbeelden zijn legio. Inderdaad zijn er even zo vele voorbeelden van bewust anti-esthetische kunst te noemen – de populaire hedendaagse, jonge Britse kunst voorop. Maar de stelling dat `recentelijk een aantal kunstenaars het juk van het artistieke establishment van zich heeft afgeschud en streeft naar onvoorwaardelijke schoonheid' klinkt lachwekkend Don Quichotte-achtig.

De nieuwe, in Helmond gepresenteerde variant van schoonheid luidt dat `de lichtheid van schoonheid zich deze eeuw verplaatst heeft naar de domeinen van de glamour, cosmetica, film en lifestyle'. En passant wordt, in dezelfde tekst, schoonheid gelijk gesteld aan genotzucht. En: `schoonheid spreekt een duidelijke taal, voor iedereen leesbaar'. Dit verklaart de keuze van de werken op de tentoonstelling, want dit zijn voor iedereen direct begrijpelijke voorstellingen. Daarom is ook gekozen voor de (inderdaad mooie) foto's die Daan van Golden maakte van zijn dochtertje, en niet voor zijn abstracte schilderijen; want hoewel die schilderijen alles te maken hebben met schoonheid zijn ze misschien niet voor iedereen onmiddellijk begrijpelijk. Niet alleen Van Golden, ook Pipilotti Rist wordt onrecht gedaan door haar werk in deze oppervlakkige context te plaatsen. Haar videowerken zouden een `directe eenvoud' hebben, altijd lichtvoetig zijn, en een `constante, genotzuchtige stroom van vitale energie genereren.' Dit klinkt fraai, maar het staat haaks op het werk dat Rist bijvoorbeeld afgelopen zomer op de Biënnale van Venetië heeft laten zien, waarin zij een benauwende jeugd in een typisch Zwitsers, burgerlijk en materialistisch milieu oproept.

Voor The Power of Beauty zijn objecten bijeengebracht die in één oogopslag hun werking moeten doen, zoals de rode tong-met-bloem van Cornelie Tollens of de cliché-iconografie van de zwarte madonna van Inez van Lamsweerde. Ze hebben geen ander effect dan foto's in een modetijdschrift, kleurig en glossy en niet de moeite waard om er langer dan enkele seconden naar te kijken. Als dit schoonheid is, dan is het schoonheid van een uitermate krachteloze en betekenisloze soort.

Tentoonstelling: The Power of Beauty, De terugkeer van schoonheid in de hedendaagse kunst. Gemeentemuseum Helmond, Kasteelplein 1, Helmond. Met o.a. Inez van Lamsweerde, Fransje Killaars, Fiona Tan, Vanessa Beecroft en Sam Samore. T/m 9 januari 2000. Di t/m vrij 10-17 uur, za./zo. 14-17 uur.

    • Janneke Wesseling