DIXIE CHICKS

Een hoogblonde meidengroep die een plaat maakt waarvan er miljoenen worden verkocht: dat lijkt meer op een geslaagd business-plan dan op goede muziek. Maar toen de Dixie Chicks (vernoemd naar een nummer van Little Feat) vorig jaar in Amerika doorbraken met hun cd Wide Open Spaces, bestonden ze al tien jaar.

Martie Seidel (viool) en Emily Erwin (banjo) richtten in 1989 een cowgirl-groep op die traditionele bluegrass maakte. Na vijf jaar en drie matig verkochte cd's ontdeden de inmiddels als trio optredende dames, die steeds verder opgeschoven waren van bluegrass naar moderne country-pop, zich voorgoed van hun cowgirl-jurken. Er werd een contract getekend met Sony, zangeres/bassiste Laura Lynch werd vervangen door de veel jongere zangeres Natalie Maines, en kleding en haar waren voortaan hip.

Wide Open Spaces was vervolgens goed voor drie c&w top tien-hits en een verkoop van meer dan zeven miljoen stuks. De net verschenen opvolger, Fly, zou dat resultaat kunnen evenaren. De meeste van de veertien nummers bieden genoeg afwisseling om de aandacht vast te houden. Maines heeft een wat dunne maar wel soepele stem, die op de duur wel wat te eentonig gaat klinken. Ze schreef mee aan twee van de aanstekelijkste songs op deze plaat: `Ready to Run' is een als Iers volksliedje vermomde popsong. Maar het allermooist is `Cowboy Take Me Away', met zijn prachtige close-harmony's, scherend over Erwins onverstoorbaar doortokkelende banjo.

Dixie Chicks. Fly (Monument 495151 2) Distr. Sony

    • Bart Jippes