Bevlogen astrofysicus

In zijn woonplaats Amsterdam is dinsdag op 52-jarige leeftijd overleden Jan van Paradijs, hoogleraar sterrenkunde aan de Universiteit van Amsterdam en Pei-Ling Chan professor of physics aan de Universiteit van Alabama te Huntsville. Met hem verliest de Nederlandse astronomie een bevlogen en capabel onderzoeker die in zijn vakgebied, de hoge energie-astrofysica, internationaal tot de top behoorde. Van de honderden artikelen die hij publiceerde verschenen er ruim dertig in het weekblad Nature.

Van Paradijs, geboren in 1946, studeerde sterrenkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn promotie in 1975, met als onderwerp het licht dat koele reuzensterren uitstralen, verschoof zijn belangstelling naar neutronensterren en zwarte gaten. In deze meest compacte objecten in het heelal is de materie zo extreem sterk samengedrukt dat de onderzoeker zich al snel aan de grenzen van de bekende fysica bevindt. In 1975 wist Van Paradijs als eerste de massa van een neutronenster (Vela X-1) te bepalen.

Sinds 1988 was Van Paradijs hoogleraar te Amsterdam, een aanstelling die hij vanaf 1994 combineerde met een soortgelijke functie aan de Universiteit van Alabama en aan het Marshall Space Flight Center van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA, beide gevestigd te Huntsville. Daar werkte ook zijn echtgenote, de Griekse astronome Chryssa Koeveliotou. Met haar ontdekte Van Paradijs vorig jaar de zogeheten magnetars, neutronensterren met een extreem sterk magneetveld.

Het bekendst is Van Paradijs van zijn baanbrekende onderzoek naar kosmische gammaflitsen, ongekend zware explosies diep in het heelal waarvan het precieze mechanisme nog niet is opgehelderd. Maart 1997 wist het team van Van Paradijs dit kosmische vuurwerk, waarbij een zonsmassa in een tijdsbestek van circa 100 seconden volledig in energie wordt omgezet, met behulp van de BeppoSAX-satelliet en aardse telescopen als eerste te identificeren met een zeer ver verwijderd sterrenstelsel. Voor deze ontdekking, die een dertig jaar oud probleem uit de wereld hielp, onderscheidde de American Astronomical Society hem in 1998 met de Bruno Rossi-prijs, op zijn vakgebied de hoogste wetenschappelijke onderscheiding.

Een van de laatste wapenfeiten van Van Paradijs en zijn team was de ontdekking op 25 april 1998 van de krachtigste supernova die ooit is waargenomen. Theoretische modellen tonen aan dat hier een sterkern van ten minste drie zonsmassa's is ingestort, zodat naar alle waarschijnlijkheid voor het eerst de vorming van een zwart gat life is waargenomen.

In dezelfde periode speelde de ziekte weer op die hem uiteindelijk zou vellen. April dit jaar was Van Paradijs zozeer verzwakt dat hij de Physica-lezing op de jaarbijeenkomst van de Nederlandse Natuurkundige Vereniging niet meer zelf kon uitspreken. Afgelopen dinsdag was het voorbij. Wat blijft is een rijk wetenschappelijk oeuvre en de herinnering aan zijn brede glimlach.

    • Dirk van Delft