AFRIKA

De val van de Muur heeft voor Europa ingrijpende gevolgen gehad. Maar hoe diep is het communisme elders op de wereld nog geworteld? Een overzicht van drie continenten.

In de Angolese hoofdstad Luanda zie je nog wel leuzen op de muur ter ere van `o socialismo', gekalkt in de nabijheid van geschilderde portretten van Marx, Engels en Lenin. De verf is in de loop der jaren wat vaal geworden. Angola is een van de weinige Afrikaanse landen waar – in naam – nog een marxistische partij aan de macht is. Elders op het uitgestrekte continent moet men lang zoeken naar socialistische relikwieën. En dat terwijl 25 jaar geleden het communisme er als een gewild spook rondwaarde.

Afro-marxisme heette de Afrikaanse variant. In alle windstreken heerste voor korte of langere tijd een socialistisch stelsel. Nergens werd het een succes, in geen enkel land is het in zijn oorspronkelijke vorm blijven bestaan. Communistische partijen gedijen nu alleen nog in democratieën, zoals in Zuid-Afrika, maar met ideologische opvattingen die Marx en Engels zouden doen gruwen.

,,Het intellectuele klimaat voor het socialisme in Afrika was heel gunstig'', schrijft Ali Mazrui, een in Kenia geboren Amerikaanse filosoof, in zijn boek De Afrikanen. Mazrui wijst op het reeds bestaande collectivisme in traditionele Afrikaanse samenlevingen en op de groeiende weerstand die na 1945 bestond tegen koloniale overheersing. Westers imperialisme stond gelijk met kapitalisme en verwerping ervan leidde automatisch tot het omarmen van het socialisme.

Dat Afrika na de Tweede Wereldoorlog niet meer hetzelfde kon blijven als voorheen stond vast. Doordat de Europese landen alles wat in hun vermogen lag moesten aanwenden in de oorlog, kregen onafhankelijkheidskrachten in Afrika de kans zich te ontwikkelen. In geen ander continent veranderden de eigendomsverhoudingen in zo korte tijd zo radicaal. In 1945 waren slechts vier landen `van zichzelf': Zuid-Afrika, Ethiopië, Egypte en Liberia. Twintig jaar later was nog maar een handvol van de ruim 50 staten koloniaal bezit.

In het klimaat van de Koude Oorlog moesten de regeringen van de nieuwgeboren landen kiezen tussen Oost en West. Vanuit de opvatting dat ook de Sovjet-Unie en China waren ontstaan uit de `bevrijdingsstrijd' kozen veel landen voor een liaison met het communisme, waarbij de Russen verreweg de grootste populariteit genoten.

,,Als Rusland er niet was geweest, zou de Afrikaanse bevrijdingsbeweging zijn blootgesteld aan de meest wrede vorm van vervolging'', zei Kwame Nkrumah, de grondlegger van de Ghanese onafhankelijkheid ooit. Nkrumah doopte zijn land in 1964 om tot een `socialistische eenpartijstaat'. Hij wist de economie, in de jaren vijftig nog een van de sterkste van Afrika, in korte tijd te ruïneren. Nkrumah, die zich had getooid met de titel Osagyefo (de Verlosser), vluchtte na een staatsgreep in 1966 naar Guinea, destijds een andere socialistische heilstaat in West-Afrika. Ghana, Guinea en Tanzania aan de andere kant van Afrika behoren tot de meest infame voorbeelden van marxistische systemen die de mist ingingen. Pas met de herinvoering van de markt en hulp uit ooit vervloekte kapitalistische hoek kruipen de landen langzaam omhoog.

Waar de leiders uit de tijd van de onafhankelijkheid zich op verkeken, was dat het collectivisme van eigen bodem was gebaseerd op gewoonte, rituelen en bloedverwantschap, geheel anders dan de theorie van het communisme, waarin organisatie, discipline en eenheid voorop stonden. Mazrui wijst op nog een andere problematische factor: de onderschatting van stamverwantschap door de marxisten. ,,De meeste Afrikanen zijn in de eerste plaats lid van een etnische groep en pas daarna van een maatschappelijke klasse.'' Ook de gelijkschakeling van kapitalisme en imperialisme was een denkfout: een land kan heel goed een vrijemarktsysteem hebben zonder te zuchten onder buitenlandse hegemonie.

Ondanks de teloorgang van het Afro-marxisme zijn democratische vrijheden en een gezonde economische ontwikkeling in menig Afrikaans land, met of zonder socialistisch verleden, nog altijd ver te zoeken. Ali Mazrui heeft daarom gepleit voor een nieuwe kolonisatie van Afrika, niet in de oude vorm, maar met een belangrijke inbreng van internationale financiële instellingen als IMF en Wereldbank. In deze optiek zouden enkele grote democratische landen van het continent, zoals Zuid-Afrika en Nigeria, een sleutelrol moeten vervullen.

Zuid-Afrika, het laatste land dat met de afschaffing van de apartheid in 1994 feitelijk `onafhankelijk' werd, is ook het enige in Afrika waar een communistische partij (SACP) bestaat die zich heeft geschikt naar een systeem van democratie en een neoliberale vrije markt. De SACP is vertegenwoordigd op alle bestuursniveaus president Mbeki is een voormalige `commie' – maar de partij neemt het woord communisme zelden in de mond. Daarvoor hebben de Zuid-Afrikaanse kameraden door hun jarenlange ballingschappen en reizen te veel elders in Afrika opgestoken. Ze weten heel goed hoe het niet moet.

LOLKE VAN DER HEIDE

    • Lolke van der Heide