Teruggave kunst Afrika bespreekbaar

In de Zuid-Afrikaanse hoofdstad Pretoria is op dit moment de tentoonstelling `Africa meets Africa' van het Rotterdamse Museum voor Volkenkunde te zien. Afrikanen worden er met hun eigen kunst geconfronteerd.

Luister naar de beelden van Afrika, zij fluisteren over hun verleden van lang geleden. Zij willen hun verhaal vertellen, een cirkel van leven en dood waarin kunst een voorwerp is, met een doel, een functie. Achter de maskers in de vitrines van Africa meets Africa schuilt een geesteswereld die na vele jaren is thuisgekomen. ,,Wij eren hen die ons baarden. Met hen kijken we naar het schouwspel van de bewegende mist. Ze hebben hun heilige boek opengeslagen om samen met ons te zingen'', dichtte Mazisi Kunene bij de terugkeer van deze Afrikaanse erfenis in de moederschoot, al is het maar voor even.

In Afrika bestond het begrip `kunst' lange tijd niet. De objecten die bekeken door een Westerse bril kunst waren, iets moois om te hebben of tentoon te stellen, dienden voor de Afrikanen als gebruiksvoorwerpen. In de traditionele Afrikaanse `kunstbeleving' kwam de sociale functie op de eerste plaats, en op het Afrikaanse platteland is dit nog steeds zo. Artefacten stonden in dienst van de gemeenschap, met als doel de mensen in harmonie met hun omgeving te laten leven. In sommige landen werden voorwerpen, zoals maskers, na gebruik weggegooid. De westerling die ze opraapte zei `dit is kunst'.

Het Museum voor Volkenkunde in Rotterdam verzamelde over een periode van meer dan een eeuw duizenden kunstvoorwerpen uit Afrika. De 142 nu in museum African Window van Pretoria getoonde voorwerpen zijn ,,de meest esthetische, zeldzaamste, prachtigste exemplaren', zegt Erna Beumers, curator van het Museum voor Volkenkunde uit Rotterdam. ,,Het is de eerste keer dat een museum met een expositie van Afrikaanse kunst terugreist naar Afrika.'' Wat missionarissen, dokters en andere buitenlandse bezoekers ooit uit Afrika haalden, dat wat ze vonden, kochten of roofden is nu terug bij de bron. Voor Beumers is uiteindelijke teruggave bespreekbaar. ,,De hele expositie zal eerst teruggaan naar Nederland, mogelijk dat we later tot de conclusie komen dat het in Afrika hoort. Wat voor mij voorop staat is het kweken van waardering voor Afrikaanse kunst, die in sommige opzichten beter is dan de Europese. We moeten werken aan een Afrikaanse renaissance.''

Africa meets Africa, eerder al te zien in de Rotterdamse Kunsthal, moet Afrikanen tonen hoe groots hun traditie is, hoe hun gebruiksvoorwerpen tot kunst zijn verheven en tegelijkertijd hoe verscheiden het werelddeel is. In veel Afrikaanse culturen werd het leven van oudsher opgevat als continuüm: de doden leven voort onder de levenden. Vandaar de belangrijke plaats van voorouderbeelden en maskers in de kunst: via de beelden `communiceert' men aan weerszijden van het leven met elkaar. Een ander belangrijk sociologisch aspect van Afrikaanse culturen is weerspiegeld in de zogenoemde krachtfiguren, een soort voodoobeelden, waarmee men kwade geesten kan bestrijden en de goede kan oproepen. ,,Ik voel de sacrale macht van sommige voorwerpen'', zegt Erna Beumers als ze langs de vitrines loopt.

Hoewel Zuid-Afrika infrastructureel gezien verreweg het beste land in Afrika is voor een tentoonstelling van de Rotterdamse collectie, met een geschatte waarde van vele miljoenen guldens, is het opvallend genoeg ook het land waar de inwoners het minst hechten aan tradities en aan `Afrikaanse cultuur'. De zwarte jeugd van Zuid-Afrika, met name in de steden, is zeer kosmopolitisch. Helene Smuts, coördinator van het onderwijsprogramma van de tentoonstelling, constateerde met verdriet dat onderwijzend personeel op de basisscholen in de townships Sneeuwwitje en andere Westerse sprookjes vertellen, ,,terwijl er zulke mooie verhalen onder de Zoeloes en de Xhosa's bestaan''. Haar onderwijsprogramma is ook een poging die Afrikaanse elementen terug te brengen. ,,We hebben na een paar weken al een wonderbaarlijke verandering kunnen waarnemen in de denkwereld van onderwijzers'', zegt Ansie Steyn, een medewerkster van het museum in Pretoria. ,,Afrikanen hebben altijd opgekeken naar Europa, daar kwamen onze voorbeelden vandaan, we waren heel Eurocentrisch georiënteerd. De mensen zijn begonnen aan een herwaardering van Afrika.''

Om de ontwikkeling van rituele voorwerpen naar kunst te benadrukken heeft men in de expositie ook moderne artefacten opgenomen, gemaakt als kunst. De eerste voorbeelden van `echte kunst' staan er ook. Zoals een ivoren beeldje, helemaal alleen in een grote vitrine, dat de koloniale verhoudingen tussen Afrikanen en Europeanen in 7 centimeter samenvat. Drie zwarte mannen, met de ruggen naar elkaar toe, dragen drie blanke militairen op hun schouders. Het snijwerkje, begin deze eeuw gemaakt aan de Congolese kust, was bedoeld om te verkopen aan toeristen avant-la-lettre.

Afrika oud en nieuw, kunst en `geen-kunst', in de lyrische bewoordingen van Erna Beumers weerspiegelt dit ,,de diversiteit en de schoonheid van de Afrikaanse cultuur.'' ,,Het is een getuigenis van kracht, van een Afrika dat leeft.''

De Zuid-Afrikanen zelf zetten haar weer op de grond. Wanneer een groep onderwijzers in opleiding van het Johannesburgse College of Education wordt rondgeleid, lopen ze als eerste tegen de moderne naaktsculpturen van twee zwarte vrouwen aan, gemaakt door beeldhouwer Emile Gbeli uit Ivoorkust. ,,Niet aanraken'' staat er op een bordje. ,,Dat is maar goed ook'', giechelt een van de aankomende onderwijzeressen, ,,want je weet het maar nooit met onze mannen.''

    • Lolke van der Heide