Superrechter brengt Spanje in verlegenheid

Onderzoeksrechter Baltasar Garzón uit Spanje heeft veel weg van een Don Quichot, eenzaam op zoek naar gerechtigheid. Hij liet de Chileense oud-dictator Pinochet oppakken en wil nu ook de hand laten leggen op 98 Argentijnen.

Kan Spanje ingrijpen in een algemene amnestie uitgevaardigd door een democratische gekozen regering? Wat zou de reactie in Madrid zijn als een buitenlandse onderzoeksrechter plotseling besloot om de misdaden gepleegd onder de voormalige Franco-dictatuur te gaan vervolgen?

In Spanje heerst ongemak nadat onderzoeksrechter Baltasar Garzón gisteren besloot de vervolging in gang te zetten van 98 militairen en politieagenten die tussen 1976 en 1983 actief waren tijdens de militaire dictatuur in Argentinië. Dat hij vorig jaar de Chileense ex-dictator Augusto Pinochet in Londen liet aanhouden was in zekere zin nog wel overzichtelijk. Maar nu lijken de consequenties van het optreden van Spanjes `superrechter' ook voor menig medestander langzaam te ver te gaan. Toen hij drie jaar geleden begon met zijn onderzoek naar de misdaden gepleegd onder de Argentijnse dictatuur, werd de zaak door velen vooral gezien als een exotisch uitstapje van een ambitieuze onderzoeksrechter. Dat met Garzón niet te spotten viel, was duidelijk: dankzij zijn inspanningen was het proces rond de doodseskaders in het Spanje van de jaren tachtig weer opgerakeld. Het maakte een hardhandig einde aan de politieke loopbaan van de socialistische premier Felipe González.

Ook de narcotica-bazen uit Galicië en de terreur-commando's van de ETA kregen met regelmaat te maken met Garzón, die een tomeloze werkdrift lijkt te koppelen aan de neiging alle spraakmakende zaken in Spanje naar zich toe te trekken. Dat Garzón – die ook nog tijd overhoudt om af en toe een gedicht voor te lezen of een partijtje benefietvoetbal te organiseren – ook nog eens de gezamenlijke dictaturen van Chili en Argentinië voor het gerecht zou slepen, leek evenwel een illusie.

Het resultaat van drie jaar werken ligt nu op tafel. In een document van bijna driehonderd pagina's beschuldigt Garzón de leiders en handlangers van de voormalige dictatuur van het systematisch wegzuiveren van groepen personen op basis van ideologische, politieke, etnische en religieuze motieven. Tegen de verdachten, die genocide, martelingen en terrorisme ten laste wordt gelegd, is een internationaal opsporings- en uitleveringsbevel uitgevaardigd. Onder hen bevinden zich de voormalige generaals en junta-leiders Jorge Videla en Leopoldo Galtieri en admiraal Emilio Massera. Via 340 clandestiene gevangenissen in Argentinië zouden in totaal tussen de twintig- en dertigduizend personen zijn verdwenen, onder wie 576 van Spaanse nationaliteit of afkomst.

De vervolging van de Argentijnse militairen maakt deel uit van het vooronderzoek dat Garzón ruim drie jaar geleden startte en dat uitmondde in de ontleding van de ,,operatie Condor''. Daarbij gaat het om het samenwerkingsverband tussen een aantal voormalige Latijns-Amerikaanse dictaturen om hun politieke tegenstanders uit de weg te ruimen. In een dossier van 35.000 pagina's wordt aan de hand van tientallen getuigenverklaringen een gedetailleerd beeld geschetst van de martelingen die werden toegepast in de detentiecentra. Voorts maakt het onderzoek melding van het wegroven van pasgeboren kinderen die bij gezinnen van militairen werden ondergebracht terwijl hun moeders spoorloos verdwenen.

Ex-luitenant-generaal Jorge Videla werd vorig jaar in zijn land gearresteerd in verband met dat laatste. Videla kreeg in 1990, samen met de overige leiders van de militaire dictatuur op last van de Argentijnse president Carlos Menem kwijtschelding van strafvervolging. Menems voorganger Alfonsín had in 1986 en 1987 reeds een algemene amnestie afgekondigd voor militairen van lagere rang. In zijn opsporingsbevel schuift Garzón de eerdere vervolging en amnestie terzijde omdat de uitkomst in strijd zou zijn met de internationale rechtsverdragen. Bovendien, zo redeneert Garzón, heeft de vervolging nooit plaatsgehad op basis van genocide en terrorisme. Aan deze internationale delicten ontleent Spanje jurisdictie.

In een eerste reactie heeft de Spaanse regering laten weten dat zij de rechtsgang zal respecteren en derhalve het verzoek om uitlevering zal ondersteunen. De nieuw-gekozen, maar nog niet aangetreden Argentijnse president Fernando de la Rúa verklaarde gisteren dat het internationale opsporingsbevel geen gevolgen zal hebben in zijn land. Vooralsnog betekent het internationale opsporingsbevel dat de verdachten buiten Argentinië het risico lopen gearresteerd te worden. Garzón liet eerder de tegoeden van militairen op Zwitserse bankrekeningen blokkeren.

De hardnekkigheid waarmee Garzón de aanval inzet maakt hem ongekend populair bij organisaties als de Moeders van de Plaza de Mayo, wier woordvoerder vanochtend op Spanjes nationale radio geëmotioneerd haar tevredenheid uitsprak. Maar zelfs bij de moeders heerste de scepsis over het uiteindelijke resultaat. Het lijkt vooralsnog een illusie dat de nieuwgekozen president, wiens familieleden ook nogal wat voormalige aanhangers van het militaire regime telt, ook maar een vinger zal uitsteken om tot daadwerkelijke uitlevering over te gaan.

Blijft de vraag wat Garzón nu eigenlijk beoogt met zijn optreden. Daar doen vooral theorieën over de ronde, want de onderzoeksrechter is zelf uiterst terughoudend wat betreft interviews en andere toelichtingen. Zijn medestanders uit het mensenrechtenkamp roemen zijn oprechte betrokkenheid bij de vervolging. Tegenstanders vermoeden dat de onderzoeksrechter zijn zinnen heeft gezet op een toekomstige politieke loopbaan. Een eerder uitstapje in die richting – als onafhankelijk kandidaat voor de socialisten – mislukte jammerlijk nadat González Garzón min of meer op een zijspoor parkeerde. In veel Spaanse commentaren overheerste vandaag de mening dat de zaak Spanje boven het hoofd dreigt te groeien. Garzón springt in het gat van een mondiale rechtsorde. En zijn optreden bewijst meer dan ooit de noodzaak van een krachtdadig internationaal gerechtshof dat zaken als genocide en terreur aanpakt.

    • Steven Adolf