Optimistisch Europa kan wel rentestootje hebben

Morgen vergadert het bestuur van de Europese Centrale Bank over het rentebeleid. Op de beurzen is het al bijna de vraag niet meer óf de rente omhoog gaat, maar met hoeveel.

Een dalende franc, kelderende koersen van Franse obligaties: veel fantasie is er niet voor nodig om voor de geest te halen wat een jaar of drie geleden de reactie van financiële markten zou zijn geweest op het plotselinge vertrek van een politieke zwaargewicht als Dominique Strauss-Kahn.

Gisteren gaf de markt echter geen krimp. Nu de franc enkel nog een uitdrukking van de Europese munt, de euro, is en de Europese obligatiemarkt vrijwel één is geworden, zijn dergelijke incidenten die de EU-landen uit elkaar spelen verleden tijd. Zelfs aan de vooravond van wat morgen de eerste renteverhoging kan worden die door de Europese Centrale Bank wordt ingevoerd, blijft het verbluffend kalm op de financiële markten.

Het optimisme over de Europese economie, dat nu snel om zich heen grijpt, is daar de voornaamste oorzaak van. In veel euro-landen, zoals Nederland, gaat het al langere tijd goed. Maar ook de achterblijvers zien hun economische vooruitzichten nu snel verbeteren. Gisteren zei de Duitse Bondskanselier Schröder te verwachten dat de Duitse economie volgend jaar met drie procent groeit en dat de werkloosheid van nu rond de tien procent nu snel kan dalen.

Het Duitse optimisme heeft grote gevolgen. Morgen vergadert de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank over het rentebeleid. Het belangrijkste rentetarief werd in april verlaagd van 3 procent tot een buitengewoon lage 2,5 procent. Met name de kleinere snelle groeiers in euroland, zoals Nederland, Ierland, Finland, Spanje en Portugal, kunnen een hogere rente al een tijdje goed gebruiken. En ook Frankrijk ging deze zomer al om.

Het is een publiek geheim dat het vooral de Duitse centrale bankier Ernst Welteke was die binnen de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank zijn bedenkingen had tegen het opschroeven van de rente door de ECB. Nu het optimisme ook in Duitsland snel toeneemt, en de ECB sinds vorige week meer tekenen kreeg dat de inflatie wat op kan lopen in euroland, staat weinig een opwaartse rentestap meer in de weg. Eergisteren gaf ECB-president dan ook een stevige hint dat het morgen tot zo'n besluit komt.

Anderzijds zorgt juist het optimisme er voor dat een renteverhoging door de ECB – mocht de bank daar morgen inderdaad toe over gaan – nauwelijks negatief zal worden ontvangen.

Sterker nog: omdat beleggers er sinds vorige week in grote meerderheid van uitgaan dat de ECB morgen met een renteverhoging aangeeft zijn taak als inflatiebevechter serieus te nemen, is op de obligatiemarkt de rente op langlopende leningen juist gedaald, met 0,4 procentpunt in één week tijd.

Duisenberg en de zijnen kunnen dus nauwelijks meer terug. Als een rentestap morgen uitblijft, kan de reactie op de financiële markten wel eens negatief uitvallen.

Op de financiële markten lijkt het nu alleen nog de vraag met hoeveel de rente morgen omhooggaat: een kwart procentpunt of een half procentpunt. B. Walschots van Rabo International gaat uit van een half procent. Hij wijst erop dat president Duisenberg van de ECB heeft aangegeven geen `activistische' monetaire politiek te willen voeren, waarbij met relatief veel kleine rentestapjes wordt gewerkt. De Bank of England, de Britse centrale bank, werkt in de praktijk wel zo, maar het lijkt niet de stijl te worden van Frankfurt. Eerder zal Duisenberg morgen bij het bestuur van de ECB pleiten voor een flinke stap met een half procentpunt, om vervolgens af te kunnen wachten hoe de euro-economie zich de komende tijd zal gedragen. Daarbij zal de ECB zich volgens Walschots vooral concentreren op de uitkomst van de lopende loononderhandelingen in de verschillende landen in de eurozone.

Op de markt zelf is de twijfel tussen verhoging van een kwart of een half procentpunt zichtbaar aan de tarieven op de geldmarkt. De eenmaands-interbancaire rente, die banken elkaar rekenen, is daar een goede maatstaf voor. Die `Euribor'-rente is flink gestegen en schommelt nu rond de drie procent. Daaruit blijkt de verwachting dat de rente morgen omhooggaat. Met hoeveel blijft in het midden.

Uiteindelijk, zo verwacht vrijwel iedereen, zal de euro-rente in de loop van volgend jaar op tussen de 3,5 procent en 4 procent uitkomen. Vorig jaar, zo licht Walschots toe, was de belangrijkste rente in Duitsland 3,3 procent, en dat werd toen ervaren als een ruim monetair beleid. Een `neutraal' rentetarief zou dus iets hoger moeten liggen dan dat. Bovendien is er de zogenaamde `Taylor-rule', een door bankanalisten gebruikte formule om uit te rekenen wat een `neutrale' rente zou moeten zijn. Berekeningen door onder meer ABN Amro, Goldman Sachs en Salomon Smith Barney komen via de Taylor-rule uit op een `neutrale' rente van tegen de 4 procent.

De ECB zal, na een rentestap morgen, dus nog wel wat volgende verhogingen moeten doorvoeren om volgend jaar op zo'n rentepercentage uit te komen. En ook dat is een reden waarom de eerste stap beter maar meteen een half procent kan zijn.

    • Maarten Schinkel