Opening markt Cuba kwestie van tijd

Cuba laat geleidelijk de politieke en economische teugels vieren. Een Nederlandse handelsmissie bezoekt het eiland deze week. ,,De verandering is definitief'', zegt een Nederlandse bankier.

In een klein straatje aan de rand van Havana hangt een mooie houtsnede boven een klein blauw poortje. `La Fortuna' staat erop, het fortuin, of het geluk. Achter het poortje schuilt één van de tientallen kleine privé-restaurantjes, de paladars, die de Cubaanse hoofdstad rijk is. Het eten is er goed, de stoelen worden bezet door ambassadeurs, internationale zakenlieden en rijke Cubanen. De rekening is in dollars.

Sinds de overheid in 1994 exploitatie van de particuliere eettentjes toestond, zijn ze als paddestoelen uit de grond geschoten. Maximaal twaalf stoelen mogen er staan, en de opbrengst van het restaurantje is voor de exploitanten zelf. Het is een voorbeeld van het nieuwe Cuba.

Peter Bombeld, genietend van zijn lunch, zit nu anderhalf jaar voor ING Barings in Havana. ,,De verandering is definitief ingezet'', zegt hij. ,,Er is een vliegwiel in gang gezet.'' ING was de eerste buitenlandse bank die vaste voet aan de grond kreeg in Havana. ,,We kwamen hier binnen op het hoogtepunt van de crisis. We deden via andere landen in het Caraïbisch gebied al zaken op Cuba, maar wilden er bovenop zitten toen het hier slecht ging'', zegt Bombeld.

Begin jaren negentig stortte de Cubaanse economie in door het wegvallen van de financiële steun van de Russen. Die hadden tot die tijd altijd een goede prijs voor Cubaanse producten gegarandeerd en leverden het regime-Castro voor een vriendenprijs olie, machines en andere producten. De klap voor Cuba was enorm, het land verviel tot ruilhandel.

In die periode zagen veel buitenlandse bedrijven hun kans schoon de eerste stapjes naar het Caraïbische eiland te zetten. ,,Het is zaak je nu goed te positioneren hier, een band aan te gaan met de Cubanen'', zegt Bombeld. ,,Zolang het land nog geen zaken doet met Amerika, geografisch gezien toch de natuurlijke zakenpartner van Cuba, is er ruimte voor anderen.''

Daarom ook is er deze week een Nederlandse handelsdelegatie op bezoek op het Caraïbische eiland. Staatssecretaris Ybema leidt de missie in zijn hoedanigheid van minister van Buitenlandse Handel. Hij heeft twee duidelijke doelen: de economische banden met Cuba aanhalen opdat het bedrijfsleven goede zaken kan doen met de Cubanen en de mensenrechten aan de orde stellen.

,,Eigenlijk is het Nederlandse bedrijfsleven al te laat'', zegt Felipé Perez Roque, sinds kort minister van Buitenlandse Zaken. Cuba heeft de afgelopen jaren zo'n vierhonderd joint ventures gesloten met buitenlandse bedrijven. Voor Nederland interessante markten als die voor bloemen zijn inmiddels aan derden vergeven. Onlangs nog sloot de Cubaanse regering een joint venture met een Israelisch bedrijf voor de export van bloemen. ,,De blokkade van de Amerikanen is een groot probleem voor ons, maar aan de andere kant laat dat ruimte voor de 156 landen in de wereld die zich tegen de Helms-Burton-wet hebben uitgesproken'', zegt Pérez. Deze Amerikaanse wet straft buitenlandse investeerders die gebruikmaken van voormalig Amerikaans bezit in Cuba.

Ook Ricardo Cabrisas, minister van Buitenlandse Handel, maakt zich kwaad over de blokkade. ,,Het vervelende is dat de blokkade ook intimiderend werkt voor landen die wel zakendoen met ons. Verder zorgt de sluiting van de Amerikaanse havens, waar wij anders gebruik van zouden maken, voor extra kosten.'' Hij schat die op 220 tot 230 miljoen dollar.

Volgens Pérez en Cabrisas is het zaak kapitaal naar Cuba te halen. ,,Het probleem is dat velen geen langetermijnleningen durven verstrekken'', zegt Cabrisas.

Nederlandse hulpprogramma's kunnen daar verandering in brengen, verwacht Cabrisas. Cuba staat op de zogeheten ORET-lijst, waardoor Nederland kredieten garandeert voor de niet-commerciële aanschaf van kapitaalgoederen. Verder vindt Cabrisas het waardevol dat de Nederlandse Credietverzekering Maatschappij (NCM), die wel commerciële transacties verzekert, mee naar Cuba is gereisd. Ook de ondertekening van een overeenkomst ter bescherming van investeringen kan twijfelaars over de streep trekken.

Bas Sepers van de NCM was aanvankelijk sceptisch over opening van een `Cuba-loket', wat een aantal Europese zusterorganisaties al wel hebben. Inmiddels kijkt ook hij wat anders naar Cuba. ,,Het zal om politieke redenen nog wel geruime tijd duren, maar voor de groeisectoren hier zie ik best ruimte voor de NCM.''

Voor Nederlandse banken zou de komst van een NCM-loket in Cuba een steuntje in de rug betekenen. Bombeld van de ING Groep, die in 1994 als eerste buitenlandse bank een vertegenwoordiging op Cuba kreeg: ,,Het zijn alleen maar kortetermijnkredieten tot nu toe. De financiële toekomst is onzeker, het zou te grote risico's met zich meebrengen als we leningen van langer dan een jaar verstrekken. Met een dekking van de NCM kan dat wel.''

Ook de Rabo financiert – vanuit Utrecht – kortlopende, vooral agrarische handelsstromen. In Cuba heeft ze een bijzondere positie omdat zij, sinds 1997, als enige gebruikmaakt van een NCM-arrangement. De bank adviseerde de NCM over herverzekeringen in Cuba en heeft bij wijze van experiment enkele Nederlandse bedrijven in de agri-foodsector aan een NCM-verzekering geholpen.

Dé booming business op Cuba is het toerisme. De inkomsten daaruit moeten de komende jaren verdubbelen, vindt de Cubaanse regering. Als gevolg van de groeiende toeristenstroom krijgen steeds meer Cubanen de beschikking over harde dollars. Tegelijk groeit de particuliere sector; ze zorgt inmiddels voor een kwart van de werkgelegenheid. Naarmate Cubanen meer geld krijgen en in dollarwinkels kennismaken met `Westerse geneugten' groeit de onvrede met hun situatie. Dat maakt van het land een kruitvat, meent een Nederlandse ondernemer. ,,De kanker is geplaatst, het wachten is op uitzaaiingen.''

Opening van de Cubaanse markt is een kwestie van tijd en de politieke omslag komt vanzelf – daarover zijn dissidenten, bedrijfsleven, de Nederlandse regering en zelfs de Cubaanse minister van Economie en Planning het eens. Zaak is vooral de politieke en economische liberalisering zonder schokken te laten verlopen.

    • Egbert Kalse