Nederland wil zwaarder wegen

Met ruim vijftien miljoen inwoners vindt Nederland zich een grote onder de kleine landen van de Europese Unie.

Nederland wil binnen de Europese Unie groter worden. Het vond zichzelf al lang de grootste van de kleine lidstaten, maar dit had niet tot resultaat dat Nederland bij stemmingen binnen de EU meer gewicht in de schaal legde dan België, Griekenland of Portugal. Volgens Nederlandse diplomaten wil Nederland door een herverdeling van het stemgewicht van de EU-lidstaten hierin verandering brengen.

De kwestie zal worden ingebracht bij de komende zogeheten Intergouvernementele Conferentie (IGC) over hervormingen van de instituties van de Europese Unie. De hervormingen zijn nodig om te voorkomen dat de Unie na de grootscheepse uitbreiding richting Oost-Europa onbestuurbaar wordt. Het Nederlandse kabinet wil, aldus de diplomaten, het stemgewicht van Nederland vergroten om Tweede Kamerleden het gevoel te geven dat Nederland na de uitbreiding van de EU niet zomaar één van de vele kleine lidstaten wordt die een even groot stemgewicht heeft als bijvoorbeeld Hongarije en Tsjechië. Voor de praktijk van de besluitvorming zal de gewichtvergroting volgens de diplomaten niet zoveel uitmaken. Tijdens de top van Amsterdam in 1997 heeft Nederland al een poging gedaan om een zwaarder stemgewicht te krijgen, zonder succes. De actie leidde tot grote ergernis bij de toenmalige Belgische premier Dehaene, die vond dat Nederland niet meer te zeggen moest krijgen dan zijn land. Nederland vond dat het wel recht had op meer stemmen dan België, omdat het een grotere bevolking heeft. België heeft tien miljoen inwoners, tegenover ruim vijftien miljoen van Nederland.

De stemgewichten waarmee nu wordt gewerkt binnen de Europese raad van ministers zijn nog gebaseerd op bevolkingsaantallen van enkele decennia geleden, reden voor Nederland om voor aanpassing te pleiten. Als het oude systeem wordt gehandhaafd, kunnen de EU-lidstaten een besluit nemen met een meerderheid van stemmen, hoewel zij niet (meer) de meerderheid van de Europese bevolking vertegenwoordigen.

Op het ogenblik hebben in de EU Duitsland, Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië ieder tien stemmen. Spanje telt voor acht stemmen. Daarna volgen Nederland, België, Griekenland en Portugal met elk vijf stemmen, Zweden en Oostenrijk met ieder vier stemmen, Denemarken, Finland en Ierland met ieder drie stemmen en Luxemburg met twee stemmen.

Van de kandidaat-lidstaten hebben Roemenië en Polen een grotere bevolking dan Nederland, respectievelijk 23 en 39 miljoen, en kunnen dus op meer stemmen rekenen. Als de huidige stemverdeling blijft, zouden Hongarije en Tsjechië, die beide net als België een bevolking van ongeveer tien miljoen hebben, net zoveel stemmen krijgen als Nederland. De andere kandidaat-lidstaten hebben alle een kleinere bevolking.

De Europese regeringsleiders willen in december tijdens een bijeenkomst in Helsinki besluiten om zowel de herverdeling van het stemgewicht op de agenda van de IGC te plaatsen als de vraag of meer zaken binnen de EU met een gekwalificeerde meerderheid in plaats van met eenstemmigheid beslist kunnen worden. Nederland wil dat meerderheidsbesluitvorming binnen de EU de regel wordt en dat wordt vastgelegd in welke gevallen nog eenstemmigheid is vereist. De bedoeling is dat de IGC eind volgend jaar wordt afgesloten met een overeenkomst over wijziging van het Verdrag van de EU.

Volgens diplomaten legt Nederland zich neer bij de realiteit dat de meeste EU-lidstaten een eigen lid van de Europese Commissie willen behouden. Premier Kok heeft onlangs in een interview in het Franse dagblad Le Monde gezegd dat Nederland bereid is om de eigen permanente Eurocommissaris op te geven als de andere lidstaten dat ook doen. Zo zou de omvang van de commissie in een uitgebreide EU kunnen worden beperkt. De posten in de commissie zouden dan afwisselend door personen uit verschillende EU-lidstaten bezet kunnen worden. Maar inmiddels heeft Nederland aanvaard dat de meeste andere lidstaten daarvoor niet voelen. Onder andere de Belgische regering wil de eigen Eurocommissaris niet opgeven.

Het Nederlandse kabinet wil zich verder inzetten voor een regeling waardoor een groep lidstaten verder kan integreren in de EU. De regeling die hiervoor in het Verdrag van Amsterdam is opgenomen, voldoet niet. Die maakt het mogelijk dat een land dat niet aan verdere integratie wil meedoen, ook voor de andere lidstaten hindernissen opwerpt. Een verdere integratie is echter volgens Nederland het onvermijdelijke vervolg op de Economische en Monetaire Unie. De economische verschillen tussen de huidige EU-lidstaten en de nieuwkomers zijn te groot om gelijk met dezelfde snelheid te integreren.

    • Ben van der Velden