Liefde voor de zaak

Tien jaar geleden waren ze nog trots op hun Lada. Dit jaar bezochten ze Nederland in een grote Mercedes. Tien jaar geleden viel de Berlijnse Muur en konden Roland Hawlitschek en zijn vrouw Bettina hun oude familiebedrijf weer terugkrijgen. Een portret van hun bedrijf dat alle golven van de hedendaagse Duitse geschiedenis doorstond.

`Ik was miljonair...' Arnd Gennrich, 81 jaar, laat een stilte vallen. Misschien om deze woorden op mij in te laten werken, maar misschien ook omdat bij hemzelf trots en verbittering om voorrang vechten. ,,De communisten hebben alles van me afgenomen.'' Het is 1985 en ik bezoek voor het eerst de DDR. Diezelfde Oost-Duitse communisten lijken dan nog stevig in het zadel te zitten. Meteen na onze kennismaking haalt Gennrich fotoboeken tevoorschijn van het bedrijf dat hij tot bloei heeft gebracht. Zijn schoonzoon Roland Hawlitschek leidt mij even later rond in het inmiddels genationaliseerde bedrijf. Stiekem, want voor mensen uit het nicht-sozialistische Ausland is het eigenlijk verboden fabrieken in de DDR te bezoeken.

De val van de Muur, nu tien jaar geleden, en de teruggave van zijn bedrijf heeft Gennrich niet meer mee kunnen maken. En ook nu kan hij niet meemaken dat zijn schoonzoon met hetzelfde familiebedrijf inmiddels zelf miljonair is geworden.

Het familiebedrijf ziet het licht in 1938 als Gennrich een kleine fabriek koopt in het hart van Saksen, in het stadje Döbeln. De Duitse economie draait op volle toeren. Het bedrijf bewerkt metaal en wordt omgedoopt in Arnd Gennrich Metallwarenfabrik. Hij legt zich toe op galvanisering: eenvoudig metaal krijgt een beschermend en mooi glimmend laagje van het hoogwaardige nikkel of chroom.

Rond diezelfde tijd wordt een stuk zuidelijker, in het plaatsje Trutnov, Roland Hawlitschek geboren. Trutnov ligt in Sudetenland, op dat moment ingelijfd bij het Duitse Rijk. Ondanks zijn vaders naam, die duidt op Tsjechische wortels, zijn de Hawlitscheks Duitsers. ,,Mijn vader heb ik nooit gekend. Toen ik één jaar was, vertrok hij al naar het Oostfront.''

Het einde van de oorlog is rampzalig voor Hawlitschek. ,,Mijn vader kwam niet meer terug. Sudetenland werd weer onderdeel van Tsjechoslowakije.'' Alle Duitsers moeten in één dag hun huizen verlaten. ,,Mijn moeder en ik werden in open goederenwagons per trein afgevoerd naar Duitsland. En daar waren we evenmin welkom. We reden van de ene plaats naar de andere; het was een Zug ohne Ziel.''

Ook Gennrich kan niet aan de oorlog ontkomen. Hij wordt krijgsgevangen gemaakt, maar keert in 1946 naar Döbeln terug. Daar probeert hij zo goed en zo kwaad als het kan zijn bedrijf weer op te pakken. Uit oud militair materiaal maakt hij potten. Grondstoffen en opdrachten zijn er nauwelijks. De stroom valt vaak uit. Het Marshall-plan gaat aan dit deel van Duitsland voorbij.

Op 21 april 1946 wordt de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED) onder sterk aandringen van de bezettende Sovjet-Unie gesticht. Datzelfde jaar nog besluit de SED tot de vorming van VEB's, Volkseigene Betriebe. De eerste stappen op weg naar een staatsgeleide economie in het oostelijk deel van Duitsland worden gezet.

De ondernemer Gennrich moet niets van de SED hebben, maar de opgroeiende Roland raakt door de communistische idealen gefascineerd. ,,Na de oorlog hadden wij helemaal niets. Zelfs voor schoenen hadden we niet genoeg geld. Maar ondanks onze armoede kreeg ik de kans om naar school te gaan en te studeren.'' Dankbaarheid en trouw tegenover de communistische staat groeien. ,,Ik had gezien hoe slecht fascisme en oorlog is. In mijn idee wilde de DDR daarmee definitief afrekenen.'' In 1958 wordt Roland Hawlitschek lid van de SED.

In de jaren zestig wordt het steeds moeilijker voor particuliere bedrijven te overleven. De Volkseigene Betriebe kunnen investeren en kredieten opnemen. Voor Gennrich en de zijnen is dat nauwelijks mogelijk. Bovendien is er nog een categorie die – in het geheim – absolute voorrang heeft als het om geld en grondstoffen gaat: de zogenoemde LVO(Lieferverordnung)-Betriebe, die voor Armee und bewaffnete Organe produceren, zoals Stasi en Grenztruppen. Ook is wettelijk vastgelegd dat werknemers van staatsbedrijven beter betaald krijgen en dat de private ondernemingen geen nieuwe arbeidskrachten in dienst mogen nemen.

Tijdens zijn technische studie ontmoet Roland Hawlitschek Gennrich's dochter Bettina; ze trouwen in 1962. Gennrich is aanvankelijk helemaal niet zo blij met zijn nieuwe schoonzoon. ,,Het idee dat zijn dochter met een communist trouwde, vond Arnd maar niks'', aldus Hawlitschek. In 1964 gaat hij aan de slag in het bedrijf van zijn schoonvader; Bettina werkt daar dan al.

In 1971 komt Honecker aan de macht als partijleider. Hij besluit ook de laatste particuliere bedrijven in staatshanden te krijgen. In enkele weken worden de 15.000 overgebleven bedrijven `vrijwillig' genationaliseerd. Gennrich weigert aanvankelijk. ,,Als u niet wilt, vinden wij andere argumenten om u te overtuigen'', hoorde Arnd op het partijbureau. Uiteindelijk gaat ook hij, op 9 mei 1972, door de knieën. ,,Hij was verbitterd, en hij was niet de enige. Vele ondernemers hebben in die dagen zelfmoord gepleegd'', aldus Hawlitschek.

Gennrich wordt `gecompenseerd' voor de nationalisatie van zijn bedrijf. Hij krijgt 80.000 mark, verdeeld over tien jaarlijkse termijnen. Ter vergelijking: het bedrijf maakte in de jaren daarvoor jaarlijks een nettowinst van 150.000 mark. Over die 8.000 mark per jaar moet Gennrich ook nog eens belasting betalen. Tegen het hoogste tarief: 94 procent. Hij mag bij het bedrijf blijven werken, maar draagt het management van het Volkseigener Betrieb Metallveredlung Döbeln over aan zijn schoonzoon. Ook voor de staat is Hawlitschek, als trouw partijlid, een goede kandidaat. Zonder het SED-lidmaatschap was hij daarvoor nooit in aanmerking gekomen.

Nog twee jaar blijft Gennrich in het bedrijf werken, dan keert hij het in 1974 definitief de rug toe. Hij verlaat de woning boven de fabriek en trekt zich met zijn vrouw en een dikke stapel fotoboeken van zijn bedrijf terug.

Met de status van VEB verruimen de mogelijkheden voor Metallveredlung Döbeln zich aanvankelijk. Maar Hawlitschek maakt al snel kennis met de keerzijde. Het Vijfjarenplan geeft tot in detail aan wat er geproduceerd moet worden en wat daarvoor de grondstoffen en productiemiddelen mogen zijn. ,,Het Plan was altijd ambitieus, maar de middelen waren nooit genoeg voorhanden.'' De jonge manager moet net zoals zijn schoonvader met kunst en vliegwerk het bedrijf draaiende houden. De emoties lopen op als hij nu daaraan terugdenkt: ,,Alles zat in een star systeem gedrukt, dat weinig ruimte voor vernieuwing liet. Daarbij kwam nog eens door de staat verplichte ideologische bezigheidstherapie. Het was eigenlijk te kinderachtig voor woorden: Sozialistische Brigaden, Sozialistischer Wettbewerb, Haushaltbuchführung.''

Want in het Plan zitten ook socialistische doelstellingen. Hawlitschek moet zijn werknemers, inmiddels zo'n 50 in getal, opleiden tot goede socialisten. Daarbij hoort het lidmaatschap van de DSF, de Deutsch-Sowjetische Freundschaft. En natuurlijk demonstreren op 1 mei. ,,Al dat soort dingen werd bijgehouden in de Haushaltbuchführung. Mensen kregen minpunten als ze niet mee gingen demonstreren. En dat sloeg dan ook terug op het bedrijf en op mij. De bedrijven die het beste hadden gepresteerd in het Sozialistischer Wettbewerb kregen extra geld en mogelijkheden.''

Hawlitschek probeert zo creatief mogelijk met de omstandigheden om te gaan. Zo komt er een order om koperschroot voor hergebruik in te leveren. Ook Hawlitschek krijgt die order, maar in zijn bedrijf wordt helemaal geen koper verwerkt. Tegenspreken zou echter ontrouw aan de socialistische staat betekenen, dus doet hij zijn uiterste best om bij bevriende bedrijven schroot op te kopen om vervolgens weer in te leveren.

Ondanks de af en toe bizarre omstandigheden weet het bedrijf jaarlijks een productiestijging van 8 tot 10 procent te bereiken. ,,Het bleef voor ons gevoel toch ons eigen bedrijf en daarom hebben we ons steeds ingezet voor de verdere ontwikkeling.'' Soms worden daarbij de regels overtreden. Zo bouwen de Hawlitscheks in de jaren tachtig `illegaal' een afvalwaterinstallatie. In de DDR-wet staan strenge milieueisen waaraan het afvalwater moet voldoen. Tegelijkertijd biedt het Plan geen mogelijkheid om die normen te kunnen naleven. Roland onttrekt middelen aan het Plan en is dus in overtreding.

Samen met twee andere genationaliseerde bedrijven uit Döbeln gaat VEB Metallveredlung in 1983 op in het gigantische Kombinat Metallwaren Naumburg. Tegelijkertijd maakt Roland een carrièresprongetje. Hij wordt benoemd tot leider van alle drie de bedrijven uit Döbeln. Als dank voor zijn inzet voor land en partij wordt Hawlitschek een paar maal onderscheiden, als Aktivist en zelfs als Verdienter Aktivist. De DDR-lintjes verdwijnen ergens onder in een la.

In de jaren tachtig gaat het langzaam economisch bergafwaarts met de DDR. In 1981 wordt nog gevierd dat Döbeln 1000 jaar bestaat. Een groot feest, waarvoor de stad een opknapbeurt krijgt. Maar het blijft toch vooral bij de façaden aan het marktplein, dat inmiddels is omgedoopt in Roter Platz. Wanneer een paar jaar later een topfunctionaris van de partij met de trein langs Döbeln raast, wordt precies die smalle strook van het stationsgebouw die je zittend vanuit de trein kan zien vrolijk roze geverfd. Daaronder en daarboven blijft het gebouw er grauw en afgebladderd uitzien.

Roland Hawlitschek merkt het in de alledaagse praktijk. ,,De vastgelegde toewijzingen klopten steeds minder. De partijtop was steeds meer op zichzelf en zijn kleine wereldje gericht.'' Bovendien vormt in de jaren tachtig het groeiende staatsveiligheidsapparaat een steeds grotere last voor de economie. Die loopt vast, maar in plaats van de oorzaken aan te pakken, wordt de onderdrukking verscherpt. De neerwaartse spiraal is daarmee ingezet. Roland heeft dan zijn geloof in de partij al verloren. ,,Op vergaderingen van het bedrijf werd alleen nog maar besproken hoe we aan de benodigde spullen konden komen.'' Op een Trabant, toch het symbool van de Oost-Duitse industrie, moest een koper aanvankelijk 6 tot 8 jaar wachten. In de jaren tachtig loopt de wachttijd op tot 20 jaar. Dolblij zijn de Hawlitscheks in 1985 met hun nieuwe auto: een Lada van de meest luxe soort, inclusief ruitenwissers voor de koplampen.

Toch zinkt de moed steeds verder in de schoenen. ,,In 1989 was het eigenlijk afgelopen; de economie liep helemaal vast en niemand leek meer vertrouwen te hebben in de DDR.'' Tegen dat decor viert de DDR uitbundig haar veertigjarig bestaan. Tijdens de feestelijkheden verklaart eregast Gorbatsjov dat ieder land zijn eigen weg moet kunnen gaan. Een judaskus voor Honecker. Via tussenpaus Egon Krenz valt uiteindelijk de Muur, in het Oost-Europese revolutiejaar, op 9 november 1989. De euforie is ,,über alle Maßen'', ook bij de Hawlitscheks. Gennrich kan het echter niet meer meemaken, hij is een paar jaar daarvoor, in 1986, overleden. ,,Arnd zou dit fantastisch hebben gevonden'', zucht Roland.

Begin 1990 wordt duidelijk dat de DDR aankoerst op aansluiting met West-Duitsland en raakt alles in een stroomversnelling. In februari wordt een wet aangenomen die de teruggave van door de communisten genationaliseerd bezit aan de oorspronkelijke eigenaars regelt. De Hawlitscheks twijfelen geen moment en storten zich op de reprivatisering van hùn bedrijf. Avondenlang bestudeert Roland de West-Duitse bedrijfswetgeving. Hij wil alles weten over wat er bij komt kijken om op Westerse manier een onderneming te leiden. ,,Op het moment dat de Muur viel was ik 50. Voor mij kwam het net op tijd. Voor mensen die ouder waren, was het te moeilijk om die omslag te maken. Maar ik voelde me jong genoeg en voelde het ook als een soort plicht die kans te grijpen.''

Op 1 juli 1990, drie maanden voor de hereniging van de Duitslanden, maakt Metallveredlung Döbeln GmbH zich los uit het Kombinat en gaat verder als zelfstandig, particulier bedrijf.

Maar dan komt de moeilijkste tijd. Het machinepark is totaal verouderd, de Oost-Duitse economie stort door de shocktherapie in en de traditionele afzetmarkten van Metallveredlung – Polen en de Sovjet-Unie – hebben geen koopkracht meer. De werkloosheid in de voormalige DDR loopt gierend op. Ook Hawlitschek moet werknemers ontslaan; van de 56 blijven er maar 20 in dienst. ,,Dat was erg moeilijk. Wij kenden dat niet. Je wist dat deze mensen niet snel ergens anders wat zouden vinden. Maar we konden niets betalen; we hadden geen werk.'' Hawlitschek stuurt zoveel mogelijk werknemers met de VUT of in deeltijdarbeid, zodat het arbeidsbureau het inkomen aanvult.

Om zich heen ziet hij veel bedrijven ineenzakken, zoals de twee bedrijven uit Döbeln die hij vroeger mee heeft geleid. Ook Metallveredlung ontkomt nauwelijks aan het faillissement. ,,1990 en 1991 waren rampzalige jaren. Op een gegeven moment stond nog maar een handjevol mensen in de fabriek.'' Maar Hawlitschek reageert door overal te zoeken naar nieuwe opdrachtgevers. ,,Aan het eind van 1991 konden we een grote opdracht binnenslepen, waardoor we dat jaar nog net zonder verlies konden afsluiten.''

En hij gaat vooral flink investeren in nieuwe apparatuur. De Duitse regering besluit miljarden in de wederopbouw van `de nieuwe Bondsstaten' te steken. Veel van deze hulp bestaat uit investeringssubsidies. Daarnaast stopt de Europese Unie nog behoorlijk wat geld in de economisch achtergebleven gebieden. Zelfs van het Marshall-plan blijken nog middelen ergens geparkeerd te staan die in de Oost-Duitse economie worden gepompt. Roland neemt leningen op ter waarde van miljoenen. Hij werkt nachtenlang door, ook als het moet zelf in de productiehal.

Ondertussen wordt de hele productielijn vernieuwd. Waar vroeger de arbeiders met de hand het metaal in de zuurbaden moesten onderdompelen, neemt nu een computer het werk over. De fabriek ondergaat een metamorfose. Op de bureaus verschijnen pc's; de bedrijfskeuken wordt vervangen door een externe cateringservice; in het kantoor van Roland neemt een stemmig zwart bureau met halogeenlamp de plaats in van grauw Oostblok-meubilair. De communistische spreuken en de portretten van Honecker waren in 1989 al meteen bij het vuil gezet.

Langzamerhand wordt duidelijk dat de inspanningen hun vruchten afwerpen. Ook in de rest van de Oost-Duitse economie zet het herstel in. Vanaf 1992 groeit de economie in de voormalige DDR sneller dan in de rest van Duitsland. In 1993 en 1994 haalt Oost-Duitsland zelfs groeicijfers van tegen de 10 procent, terwijl in West-Duitsland de groei stagneert.

,,We hadden dit nooit gered als we het bedrijf niet altijd al met liefde hadden behandeld'', zegt Hawlitschek nu. ,,Investeringen die we al in DDR-tijden op eigen initiatief hadden gepleegd, zoals de afvalwaterinstallatie, gaven ons nu een voorsprong. Als we dat soort dingen ook nog hadden moeten aanleggen, waren we failliet gegaan.''

Hawlitschek ontpopt zich nu helemaal als workaholic: ondanks het feit dat het aantal werknemers weer aangroeit tot 55, zijn werkdagen van 6.00 uur tot 21.00 uur voor hem geen uitzondering. Maar voor vakanties is elk jaar toch wel tijd: Hongarije en Tsjechië maken plaats voor Zuid-Frankrijk en Italië, en Nederland. Als Roland en Bettina op vakantie zijn, neemt zoon Olaf de bedrijfsleiding op zich.

In 1992 maakt het bedrijf voor het eerst winst en in 1994 schaffen de Hawlitscheks een Mercedes aan. Roland heeft inmiddels de smaak te pakken gekregen en besluit uit te breiden. Hij koopt een galvaniseerbedrijf in Neubrandenburg, zo'n twee uur rijden van Döbeln. Vraag is er inmiddels genoeg. De Hawlitscheks profiteren van de economische groei die oostelijk Duitsland meemaakt. De productielijnen in beide fabrieken lopen 24 uur per dag door. ,,Zonder de West-Duitse en Europese subsidies hadden wij dit alles nooit kunnen bereiken. En daar ben ik ook dankbaar voor. De andere Oost-Europese landen hebben deze kans niet gehad.'' Alles bij elkaar investeren ze 8,5 miljoen mark, waarvan bijna 2 miljoen gesubsidieerd is.

En ook nu, tien jaar na de val van de Muur is hun familiebedrijf weer exemplarisch voor de ontwikkelingen in Duitsland. De economische groei van geheel Duitsland voltrekt zich verre van soepel, maar oostelijk Duitsland blijft het redelijk goed doen. Deze zomer stond de index van het vertrouwen onder Duitse ondernemers op 90,4. Het oostelijk deel van Duitsland bleek echter aanzienlijk optimistischer dan de rest van het land. Het vertrouwen in de economie onder de Oost-Duitse ondernemers steeg naar 105,4.

En vertrouwen betekent investeren. Ook voor de Hawlitscheks. Deze zomer is een begin gemaakt met de bouw van een geheel nieuwe fabriekshal op een industrieterrein even buiten Döbeln. Vlak voordat de subsidies worden teruggeschroefd, doen ze er nog een ruim beroep op. Het is de bedoeling dat het oude fabrieksterrein in de stad in fasen wordt ontmanteld.

De nieuwe generatie mag de klus klaren: Olaf Hawlitschek neemt alle risico's op zich en zal de bedrijfsleider van het nieuwe Metallveredlung worden. ,,Ik bemoei me daar niet veel mee. Olaf moet het gevoel hebben dat hij het zelf opgezet heeft.'' Roland is inmiddels 60 en hoewel hij nog lang niet aan stoppen wil denken, ziet hij wel in dat híj het bedrijf geprivatiseerd heeft, maar dat het aan zijn zoon is om het familiebedrijf het volgende millennium in te loodsen. Op de nieuwe golven van de Duitse geschiedenis.

    • Serv Wiemers