`Lagere hulp arme landen is schande'

President James Wolfensohn van de Wereldbank heeft het Amerikaanse Congres gisteren gehekeld voor zijn besluit de uitgaven voor buitenlandse hulp fors te verminderen. Hij noemde de beslissing ,,een schande'', die het verstrekken van leningen aan veel arme landen in gevaar kan brengen.

Wolfensohn zei dat het Congres de Amerikaanse bijdrage aan het Wereldbankprogramma voor laagrentende leningen (IDA) van de door president Clinton voorgestelde 800 miljoen dollar heeft teruggebracht tot 620 miljoen dollar.

,,Het zou rampzalig zijn - rampzalig voor het Amerikaanse leiderschap en voor mensen in ontwikkelingslanden - indien het voorgestelde volledige bedrag niet ter beschikking wordt gesteld'', aldus de Wereldbankpresident in een toespraak bij het Centrum voor strategische en internationale studies.

Wolfensohn vreest dat het Amerikaanse besluit ertoe kan leiden dat ook andere landen hun bijdragen zullen verminderen, waardoor het hele IDA-leningenprogramma in gevaar kan komen.

,,De Verenigde Staten besteden minder dan eentiende procent van het bruto binnenlands product aan buitenlandse hulp en het minimumbedrag dat nu wordt genoemd in de voorstellen aan het Huis van Afgevaardigden is omlaaggebracht van 800 naar 620 miljoen. Dat is een schande'', zei Wolfensohn, die zich met zijn kritiek schaarde achter minister van Buitenlandse Zaken Albright en minister van Financiën Summers.

Die hebben beiden onlangs ook de Congresplannen voor het beknibbelen op buitenlandse hulp veroordeeld. Niettemin is de kritiek van een topman van een internationale organisatie op Amerikaanse wetgevingsplannen ongebruikelijk. Wolfensohn is van geboorte Australiër, maar heeft wel de Amerikaanse nationaliteit.

In oktober heeft het Congres het voorstel voor buitenlandse hulp, inclusief de bijdrage aan de Wereldbank, al teruggebracht tot 12,7 miljard dollar. President Clinton heeft daarover een veto uitgesproken en de regering moet nu in overleg met het Congres een oplossing proberen te vinden.

Wolfensohn zei dat het huidige streven, ook van de VS, naar een aanzienlijke schuldverlichting voor ontwikkelingslanden gekoppeld moet worden aan continuering van leningen om werkelijk effect te sorteren. Het verzet in het Congres om daarvoor de noodzakelijke middelen beschikbaar te stellen lijkt volgens hem gebaseerd op het misverstand dat de Verenigde Staten al 10 tot 15 procent van hun bnp betalen aan hulp, terwijl dat cijfer in werkelijkheid beneden de 0,1 procent ligt. (AP)