Justitie: rechters negeren veelvuldig advies psychiaters

Rechters leggen in zestig procent van de voorkomende gevallen een advies van de psychiater naast zich neer. Daardoor ontkomen veel zedendelinquenten aan een terbeschikkingstelling (tbs) en worden zij tijdens hun detentie ook niet psychiatrisch behandeld.

Dat blijkt uit een nog niet gepubliceerd rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie. De resultaten werden gisteren in het tv-programma Nova bekendgemaakt.

Het onderzoek spitste zich toe op 328 tbs-gestelden, die vanaf 1989 tot 1993 werden behandeld. Uit het onderzoek blijkt dat een groot deel van de ex-tbs'ers na vrijlating weer in het oude gedrag vervalt. Dit geldt in zeventien procent van de gevallen. Zij plegen, eenmaal terug in de maatschappij, een ernstig geweldsdelict.

Volgens de coalitiefracties PvdA en VVD moeten rechters veel vaker tbs opleggen dan nu het geval is, zo stelden hun woordvoerders gisteravond tijdens de behandeling van de Justitiebegroting in de Tweede Kamer. Bovendien vinden Kalsbeek (PvdA) en Nicolaï (VVD) dat rechters ter beschikking gestelden te snel ontslaan van verdere dwangverpleging.

Hoewel de woordvoerders zeiden niet te willen treden in de onafhankelijkheid van de rechtbank, menen zij niettemin dat de rechterlijke macht niet doof kan blijven voor geluiden uit de maatschappij. Ook GroenLinks vindt dat meer aandacht moet worden besteed aan de verpleging van zedendelinquenten. Intensievere dwangverpleging moet onder meer herhaling door zedenmisdadigers voorkomen. Uit de literatuur blijkt dat één op de vijf ontuchtplegers na zijn detentie in herhaling vervalt. Dat percentage zou volgens Kalsbeek naar beneden kunnen worden gebracht als de proeftijd van maximaal drie naar vijftien jaar zou worden opgerekt, waarbij de ex-gedetineerde zich `bijvoorbeeld tweemaal in de maand' zou moeten verstaan met hulpverleners. De voorwaarden daarbij kunnen bestaan uit verhuisdwang of medicatie om seksuele aandrang te onderdrukken, zo stelt Kalsbeek.

Een overgrote meerderheid in de Kamer is het er over eens dat zedendelinquenten na vrijlating uit de tbs-kliniek langer in de gaten moeten worden gehouden, maar over de termijn bestaat grote verdeeldheid. De PvdA vindt een proeftijd van vijftien jaar geboden, GroenLinks houdt het op tien jaar, D66 acht vijf jaar nodig, terwijl de fractie van de VVD drie jaar te kort vindt, maar zich niet uitlaat over de meest wenselijke termijn.

Het CDA vindt dat chemische castratie als straf moet kunnen worden opgelegd, maar daar voelt de rest van de Tweede Kamer niets voor, omdat dit een aantasting is van iemands grondrechten. Woordvoerder Van de Camp: ,,De belangen van een dader wegen niet op tegen een tweede moord. De Grondwet geldt voor de dader, maar ook voor de slachtoffers en nabestaanden. Dat evenwicht moet voortdurend worden beoordeeld.''