INDISCHE FU YONG HAI

,,Gisteren hebben we heerlijk Indonesisch gerijsttafeld!'' Reizend door de Indonesische archipel overpeins ik menigmaal deze misvatting. Wat de Indonesiër doorgaans eet is rijst met wat groente, tahu of tempeh en als het meezit een visje en bij hoge uitzondering kip. De rijsttafel echter komt voort uit de Indische keuken. Indisch/Indonesisch, voor vele Nederlanders is het één pot nat. Het verschil is dat `Indische' recepten zijn ontstaan uit de (veelal mondelinge) overlevering van vele generaties Indo-Europeanen, of wel `Indische mensen' die door de eeuwen heen Indonesië bevolkten. Zo is `Indisch' eten een smeltkroes van Indonesische, Chinese, Portugese, Spaanse en Franse eetcultuur. Eind jaren vijftig kwam met de spijtoptanten, deze eetcultuur naar Nederland. Fu Yong Hai, een van origine Chinees eiergerecht, is een voorbeeld van de Indische invloed op zo'n Chinees gerecht. In de Chinese restaurants krijgt u een vochtige omelet, overgoten met een gemberachtig sausje. De Indische versie is pittiger, krokanter en rijker van vulling en smaak. In een dikke, grote koekenpan wordt in niet te veel olie of boter de ui met het gemberpoeder gefruit en worden de (Chinese) champignons en de bosuitjes even meegebakken. Dan worden de garnalen en/of het kippenvlees (evt. ham) toegevoegd. De met peper en zout luchtig geklopte eieren worden over de massa heengegoten en op een zacht vuur verder gaar gebakken. De omelet keren als de bovenkant droog is. Men kan ook kleine omeletjes maken waar de vulling voor het bakken doorheen is gedaan. De bouillon aan de kook brengen en dan de stemgember, wat gembernat, sambal, tomatenketchup en wat chilisaus, peper en zout toevoegen. Tot slot maïzena om het te binden. Giet deze zoetzure saus over de omelet en garneer met doperwten en gebakken uitjes.

    • Rasi Hati