Groninger Kroon

Op onze hectare staan twintig appelbomen, zeven perenbomen en twee pruimenbomen. Dertien appels en alle peren behoren tot het slag van de hoogstamfruitbomen. Peren zijn dit jaar nauwelijks aan de bomen verschenen. Zelfs de stoofpeer, die andere jaren altijd overvloedig draagt, heeft het dit keer volledig laten afweten. Maar ook als de peren rijk dragen, levert dat nooit een probleem op. (Stoof)peren kun je aan iedereen kwijt. Anders is het gesteld met de appels. Heb je twintig bomen, dan verdrink je zelfs in een beurtjaar waarin de appelbomen minder goed dragen in de vruchten. In vertwijfeling deel je plastic zakken vol uit aan iedereen die je erf op rijdt. Bij alle herfstinterviewers en najaarsfotografen laad ik de kofferbakken.

Niettemin blijven de appels maar van de bomen vallen en weet je soms bij God niet wat je ermee aanmoet. Het is een eigenaardig luxe probleem. Je weet dat je door heel Nederland wat oudere mensen zielsgelukkig zou kunnen maken met zo'n ouderwetse grote donkerrode Sterappel. Bij mij vallen ze bij tientallen van zo'n luisterrijke Mondriaanboom. M'n geitjes halen er hun neus voor op en ik kan zelf per dag niet meer dan twee appels eten, anders word ik totaal ongenietbaar voor mijn omgeving vanwege luidruchtige gasafvoer. Daarbij komt dat de Rode Sterappel, hoe prachtig hij er ook uit kan zien, qua smaak niet te vergelijken valt met twee andere rassen die op mijn terrein staan: de Notarisappel en de Groninger Kroon. Ik heb maar één Notarisappelboom, maar die draagt elk jaar vorstelijk. De Notarisappel is een kolossale diepgroene vrucht. Hij is licht zuur, het vruchtvlees is stevig, mals en sappig en heb je één zo'n groene voetbal genuttigd dan lijkt het wel alsof je aangezeten hebt bij een driegangendiner. Van zo'n appel kun je er dus maar één per dag eten.

Nog lekkerder dan de Notarisappel vind ik de Groninger Kroon. Ik heb er drie forse hoogstammen van staan. Het merkwaardige is dat die drie bomen vruchten van verschillend formaat leveren. De rijkst dragende boom biedt honderden vorstelijke, enigzins langwerpige appels met fraai rood blozende wangen. Je moet ze eigenlijk eten op het moment dat ze nog niet helemaal uitgerijpt zijn. De smaak van dat lichtzure, nog ietwat wrange vruchtvlees laat zich met niets vergelijken. De tweede boom, die elk jaar maar zo'n twintig appels oplevert, compenseert z'n schaarse aanbod met Groninger kronen die nog smakelijker zijn dan die van bovengenoemde rijk dragende boom. Tot nu toe heb ik altijd geheim gehouden dat deze appels de allerlekkerste zijn die er überhaupt bestaan en derhalve heb ik die twintig appels altijd helemaal voor mezelf alleen. Er hangt er nu nog één en die ga ik binnenkort nuttigen! De derde boom levert piepkleine appeltjes. Die zijn ook wel lekker, maar omdat beide andere bomen al genoeg leveren, voer ik deze kleine Kroontjes aan m'n geitjes. Als eenhapscrackertjes kunnen ze ze wegslikken.

Het is eigenaardig dat de Groninger Kroon, veruit de lekkerste appel die ik ooit heb gegeten, in geen enkele groentewinkel te krijgen valt. Al wat daar aan nepappels wordt aangeboden haalt het qua smaak in de verste verte niet bij de Groninger Kroon. Trouwens: ook elke willekeurige Notarisappel is oneindig veel lekkerder dan enige appelsoort die je bij de groenteman kunt krijgen.

Behalve die Groninger kronen en Notarisappels heb ik ook twee bomen die nare zoete appels opleveren. De koeien van mijn buurman zijn er gelukkig dol op, dus die kan ik gemakkelijk afvoeren. Twee bomen leveren de Schone van Boskoop. Ook hier het eigenaardige verschijnsel dat een boom piepkleine vruchten en de andere boom kolossale vruchten voortbrengt. Van die laatste boom oogst ik elk jaar zo'n zes kisten goudreinetten. Gelukkig kun je die vrij lang bewaren. Tot diep in februari kun je ze, ook al zijn ze dan vaak wat rimpelig geworden, blijven verorberen. De smaak van de grote Schone van Boskoop is bepaald goed, maar dat type appel kun je nog wel in de groentewinkels krijgen. Verbazingwekkend blijft echter dat de allerlekkerste appel, de Groninger kroon, volledig uit de schappen van de groentenwinkels is verdwenen. Goed, het is een hoogstamfruitboom, en omdat die moeilijk te plukken zijn, is men op andere rassen over gegaan. Smaak is opgeofferd aan gemak. Dat de consument zich toch zo heeft laten ringeloren! Ik ben ervan overtuigd dat Eva in het paradijs haar tanden gezet heeft in een Groninger Kroon. Was de boom der kennis van goed en kwaad zo'n moderne laagstamfruitboom geweest zijn, dan zou de zondeval nooit hebben plaatsgevonden.

    • Maarten ’t Hart