`Geen kanker door borstimplantaten'

Siliconen-borstimplantaten veroorzaken geen ziekten in het afweersysteem van vrouwen. Ook leiden ze niet tot een verhoogde kans op kanker. Maar vrouwen moeten wel beter over de risico's van borstvergroting worden voorgelicht voor ze tot deze medisch niet-noodzakelijke ingreep besluiten.

Tot deze conclusie komt de Gezondheidsraad in het advies `gezondheidsrisico's van siliconen-borstimplantaten'. De raad onderzocht voor minister Borst (Volksgezondheid) de invloed van siliconen op de gezondheid.

De afgelopen jaren is onrust ontstaan onder de één tot twee miljoen vrouwen die wereldwijd een implantaat hebben laten plaatsen. Ruim tachtig procent deed dat om grotere borsten te krijgen, de overige vrouwen als correctie na het wegnemen van borstweefsel bij bijvoorbeeld borstkanker.

De klachten hebben vooral in de Verenigde Staten tot vele juridische claims geleid. In Nederland zijn er naar schatting 25.000 tot 30.000 draagsters van een siliconen-borstimplantaat. Een deel zegt ernstige gezondheidsklachten te hebben die aan het implantaat te wijten zouden zijn.

Maar volgens de Gezondheidsraad zijn er geen aanwijzingen dat er een verband is tussen de door de vrouwen aangedragen ziektebeelden en het gebruik van siliconen-implantaten.

Zo noemt de raad het verband met het voorkomen van auto-immuunziekten (waarbij het afweersysteem van de draagster verstoord is) niet aannemelijk. Deze aandoeningen komen in dezelfde mate voor bij vrouwen zonder implantaat. Wel treedt er een afweerreactie op na het inbrengen van het implantaat, maar dat is normaal. Ook normaal is een door witte bloedcellen veroorzaakt kapsel rond het implantaat dat later bij een klein deel van de vrouwen door nog onbekende oorzaak kan schrompelen.

Ook is er volgens de raad geen reden om aan te nemen dat vrouwen met een implantaat een verhoogde kans op borstkanker hebben of dat deze bij hen later wordt ontdekt.