Een vreemde in de sportwereld

Voor de sport is Hans Blankert een onbekende. Hij was ooit voorzitter van een tennisvereniging, sinds gisteravond voert hij het hoogste sportorgaan in Nederland, NOC*NSF, aan.

Met een speelgoedbeest in de hand deed Hans Blankert gisteravond op Papendal zijn intrede als voorzitter van de sportkoepel NOC*NSF. Die actie paste niet in het beeld dat de sportwereld nog van hem heeft: een stijve en formele man.

Blankert ruimde ook het misverstand uit de weg dat hij nog nooit het zweet van de kleedkamer heeft geroken. Hij verwees naar de lucht die altijd uit zijn hockeytas kwam als hij die na een zomer in de kast weer openmaakte. Zo toonde Blankert tijdens zijn eerste kennismaking aan minstens zo frivool en gevat te kunnen zijn als zijn (interim)voorganger Van der Reijden. Dat was de eerste kleine meevaller voor de sportgemeenschap.

De zichtbaar enthousiaste Blankert maakte gisteren duidelijk het prettig te hebben gevonden dat Van der Reijden hem een jaar geleden vroeg voor het (onbezoldigde) voorzitterschap. Pratend in sporttermen zei Blankert een aanvaller te zijn. Eén die er blijk van geeft dat hij klaar is voor de strijd. De speelgoedslang die Blankert met zich meedroeg, had hij gekregen van FNV-voorzitter De Waal, die hem op die manier wilde waarschuwen voor ,,de slangenkuil' bij NOC*NSF. Blankert zei die kwalificatie vervelend en onterecht te vinden. Maar misschien komt hij daar in de komende tijd wel op terug.

Hoewel Blankert bij de werkgeversorganisatie VNO-NCW wat gewend is geweest, zal de nieuwe voorzitter in de soms platte wereld van de sport ongetwijfeld worden geconfronteerd met ongewone kwesties. Zijn huidige werkgever (tot vrijdag) is een duidelijk meer professionele organisatie dan NOC*NSF. Bij VNO-NCW worden kleine, onbetekenende zaken ver van de voorzitter weggehouden, bij de sportkoepel gaat dat minder secuur. Het is daarom interessant te volgen hoe Blankert met het gezever en gepeuter van de sportbestuurders zal omgaan.

Met Blankert heeft de sportkoepel een ras-bestuurder als voorzitter gekregen. Hij is bekend én wordt gewaardeerd binnen zakenwereld en politiek. Dat kan van belang zijn in de komende jaren, waarin de positie van sport binnen de maatschappij nader bepaald zal worden. Meer dan ooit zal externe financiële steun worden gevraagd. Afgelopen weekeinde verkondigde de topsportsectie van NOC*NSF zestig miljoen gulden nodig te hebben voor de voorbereiding van de Spelen van 2004.

Of Blankert inhoudelijke kennis van de sport heeft, valt te bezien. Gebrek aan kennis hoeft voor hem geen nadeel te zijn. Blankert, regelmatig bezoeker van de thuiswedstrijden van Feyenoord, kan tegenwoordig met een gerust geweten naar Studio Sport op televisie kijken, omdat hij nu tegenover zijn echtgenote het excuus heeft dat dat bij zijn werk als sportvoorzitter hoort.

Blankert volgt de kleurrijke Van der Reijden op. De indruk wordt gewekt dat in de interim-periode van anderhalf jaar onder de Veronica-voorzitter alle problemen binnen de sportkoepel zijn opgelost. Dat is niet juist. Daarom zal de nieuwe voorzitter nauwlettend worden gevolgd. Onbekend maakt nog altijd onbemind. En de enige bestuursfunctie die Blankert in de sport bekleedde, was die van voorzitter van een tennisvereniging.

    • Hans Klippus