Dick Maas' Amsterdamse toeristenfuik

Als Do Not Disturb, een verrassend geslaagde, Hitchcockiaanse actiefilm van Dick Maas, twee maanden eerder klaar geweest was, had er bij de uitreiking van de Gouden Kalveren veel minder gesomberd hoeven worden over de toekomst van de Nederlandse speelfilm. Maas en producent Laurens Geels bewijzen dat het mogelijk is een Engelstalige speelfilm te maken, met voornamelijk Amerikanen en Engelsen voor de camera en Nederlanders erachter, die desondanks volledig tot de Nederlandse cultuur behoort.

Do Not Disturb speelt zich af in Amsterdam, zoals die stad waargenomen zou kunnen worden door een Amerikaanse toerist: een pervers labyrint van junks, hoeren, cynische politieagenten en beleefd dienstbaarheid veinzend horecapersoneel. De schurk is een zweterige Hollandse zakenman, die achter zijn schutterigheid een gewetenloze instelling verbergt. Pas in de laatste scène is de stad bij daglicht te zien; tot dan is Amsterdam een nachtmerrie uit een stripverhaal, vijandelijk territorium voor een Hitchcockiaanse held, die door een aaneenschakeling van misverstanden steeds verder in de nesten raakt. Amsterdam is een toeristenfuik, zoals Mount Rushmore, de Niagara Falls of de Franse Rivièra.

De held is een heldin: niet de zakenman William Hurt (die zich voor de gelegenheid een provinciale tongval à la James Stewart aanmeet), maar zijn dochter Melissa, gespeeld door de 11-jarige Engelse Francesca Brown. Het tot in de kleinste details zorgvuldige scenario van Maas voorziet het meisje dat haar ouders op een zakentripje volgt, van drie eigenschappen om haar eenzame dooltocht geloofwaardig te maken. Door een aannemelijk incident belandt ze buiten de deur van het deftige hotel de l'Europe en komt niet gemakkelijk meer binnen. Ze is een kind, net als de tieners die het hotel belegeren wegens de aanwezigheid van een popidool; ze beschikt over een levendige fantasie, zodat haar verslag van gevarieerde gruwelen door niemand geloofd wordt; en ze kan door een ongeluk niet praten, maar wel gebarentaal spreken.

Direct om de hoek van het hotel sluipen huurmoordenaars, zakkenrollers en ander gespuis rond. Tot drie keer toe denkt Melissa veilig te zijn, om vervolgens opnieuw in de concentrische hellecirkels van de grachtengordel te belanden. De finale van de film is een adembenemende achtervolging met een gestolen ambulance en een ontsporende tram.

Die al tijdens de opnamen legendarische sequentie is goed uitgevoerd, maar niet de voornaamste verdienste van de zesde speelfilm van Dick Maas. Op zijn 48ste dreigde Maas, na De lift, Amsterdamned en drie in afnemende mate interessante Flodder-films, bijgezet te worden als het eeuwige talent van de Nederlandse actiefilm. Hij revancheert zich volkomen met zijn eerste volwassen productie: een elegant gefotografeerde, voortreffelijk geschreven, onberispelijk gespeelde, met vooroordelen jonglerende zwarte komedie, die voor een Nederlands publiek ook nog eens een aantal dubbele bodems bevat. Maas mag met trots zijn eerdere werk citeren (het pling-plong-geluid van De lift, de rondvaartboot uit Amsterdamned), en ontspoort nog maar in één enkele scène, waarin hij puberaal het homomonument ontheiligt.

Amerikanen willen niet geloven dat Do Not Disturb slechts 6,5 miljoen dollar heeft gekost. De film maakt zijn internationale ambities waar en levert allure voor een schijntje. Het is het ideale visitekaartje voor een filmindustrie, die de internationale markt op wil. Dat zal dit keer wel lukken, juist omdat Do Not Disturb zo verschrikkelijk Nederlands is.

Do Not Disturb. Regie: Dick Maas. Met: William Hurt, Jennifer Tilly, Denis Leary, Francesca Brown, Michael Chiklis, Corey Johnson, Jason Merrells, Jack Wouterse, Edwin de Vries. In: 79 theaters.

    • Hans Beerekamp