De Twaalfde imam, of de machtsstrijd in Iran

Een rechtbank in Teheran veroordeelde gisteren drie studenten tot gevangenisstraffen wegens de publicatie van een satire waarin de Twaalfde imam een hoofdrol speelde. Over het stuk waren de gemoederen hoog opgelopen.

Het had helemaal verkeerd kunnen aflopen met de drie Iraanse studenten, hun professor en hun satirische toneelstuk over de Twaalfde imam, want in de Islamitische Republiek beledig je religieuze topfiguren niet ongestraft. Iran is niet het Westen, waar Jezus op het toneel door Judas Iscariot kan worden verleid en verraden, en uiteindelijk als ,,koning van de nichten'' aan het kruis eindigt, zonder dat de kerk of de autoriteiten een kik laten horen. De Tehran Times schreef zondag dat schrijvers zoals de auteur van dat stuk, Terrence McNally, ,,een hart van steen hebben en niet verdienen te leven''. De krant zwaaide dan ook de moslim-extremist sjeik Omar Bakri Muhammad lof toe omdat hij even eerder McNally ter dood had veroordeeld wegens belediging van Jezus Christus. De christelijke autoriteiten hadden het er lelijk bij laten zitten, meende de Tehran Times.

De Iraanse studenten en hun professor kwamen er gisteren voor de rechter dus naar verhouding goed af. De auteur van de gewraakte satire en een medehoofdverdachte kregen ieder drie jaar gevangenis, een derde student zes maanden en de hoogleraar, die had toegestaan dat het stuk in zijn collegezaal werd voorgelezen – en het zelfs zou hebben geprezen! – werd vrijgesproken.

Toch stonden de vier terecht onder artikel 513 van de strafwet, dat maximaal de doodstraf stelt op belediging van de Twaalfde, verdwenen imam – een soort Messias wiens terugkeer op aarde als inleiding op een periode van volmaakte gerechtigheid ongeduldig wordt afgewacht. De Iraanse politiechef had zelfs gedreigd de schuldigen met eigen handen ter dood te brengen nadat een conservatieve geestelijke hen als afvalligen had gebrandmerkt en hun executie had geëist. Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei moest eraan te pas komen om de zaak in goede banen te leiden. ,,Sommige mensen hebben gezegd dat ze van plan zijn actie te ondernemen en de schuldigen te straffen'', riep hij begin vorige maand tijdens het Vrijdaggebed. ,,Absoluut niet! Nooit!''

De interventie van ayatollah Khamenei, die de rechters vervolgens ook nog eens tot mildheid opriep – de studenten hadden het allemaal niet zo kwaad bedoeld, zei hij – geeft aan dat in de permanente machtsstrijd tussen hervormers en conservatieven de balans op dit moment weer eens naar de hervormers doorslaat. Dat is ook het belang van de kwestie: het stuk op zichzelf is amateuristisch en artistiek onbelangrijk, maar het heeft grote betekenis als politieke peilstok.

Het stuk, `Het Toelatingsexamen en de Tijd van de Wederopstanding', was door de auteur bedoeld om conservatieven die de islam als wapen gebruiken om hun liberale tegenstanders onderuit te halen, als schijnheiligen te kijk te zetten. Het beschrijft de ontmoeting tussen de vrome student Abbas en de Twaalfde, verdwenen imam. De laatste probeert Abbas te rekruteren voor zijn opstand die tot een volmaakt rechtvaardig bewind moet leiden. Vrijdag moet Abbas klaarstaan – maar Abbas moet dan toelatingsexamen voor de universiteit afleggen en vraagt de imam, die toch al 1.254 jaar en 55 dagen heeft gewacht, in nogal contrarevolutionaire bewoordingen nog één dag langer te wachten. De imam weigert, en verdwijnt voorgoed.

Het korte stuk werd in augustus afgedrukt in Mowj (Golf), een studentenblaadje op de Amir Kabir-universiteit in Teheran. De zeer conservatieve krant Keyhan kwam er niet toevallig op 23 september mee: de dag waarop de universiteiten weer opengingen na de zomervakantie, voor het eerst na de grote rellen van juli. Door hervormers werd gezegd dat de conservatieven zo nieuwe onlusten wilden uitlokken, de instelling van een streng regime op de universiteiten afdwingen en in het algemeen de hervormingsgezinde president, Mohammad Khatami, onder druk zetten. De president maakte dit soort godslasterlijke uitspattingen immers mogelijk met zijn pleidooien voor intellectuele vrijheid. Khatami, die evenals andere hervormers de inhoud van het stuk veroordeelde, beschuldigde zelf ook de conservatieven ervan de kwestie alleen voor politieke doeleinden te hebben aangedragen.

Maar de conservatieven slaagden dus niet in hun opzet, zoals bleek uit de interventie van Opperste Leider Khamenei, die in de bewuste toespraak ook nog eens Khatami warm prees. Khamenei was de laatste jaren steeds verder het conservatieve kamp, tegen de Khatamisten, ingeschoven; de laatste tijd echter lijkt hij weer naar het centrum terug te keren, waar hij in de jaren tachtig verbleef. Ook zijn recente benoeming van een relatief apolitieke geestelijke als hoofd van de rechterlijke macht, als opvolger van een zeer conservatieve interventionist, wijst in die richting.

Maar de conservatieven zijn niet uitgespeeld. Een van Khatami's meest vooraanstaande medestanders, Abdollah Nouri, staat op het ogenblik voor de rechter. Wat wordt zijn lot? En zal het de hervormers lukken hun kandidaten door te drukken voor de zeer belangrijke parlementsverkiezingen van februari? De strijd is nog lang niet gestreden.

    • Carolien Roelants