De slechte kant van zielige meisjes

Roos Ouwehand begon meteen na haar afstuderen bij Toneelgroep Amsterdam. Nu speelt ze vanaf vrijdag in `De Cid' van Corneille. ,,Ik heb de neiging om de Jeanne d'Arc uit te hangen.''

,,Als je geliefde je vader vermoordt, dan heb je toch wel een probleem. Daar hoef je niet zo diep voor te graven'', zegt Roos Ouwehand over haar rol in De Cid (1637) van Toneelgroep Amsterdam. Het drama over eer en liefde van Corneille gaat vrijdag in Amsterdam in première. Ouwehand: ,,Het speelt aan het Spaanse hof: een treurige, benauwende omgeving, een soort Staphorst. Mijn geliefde en ik lopen daar als twee koningskinderen doorheen. We kunnen elkaar niet krijgen, en we hebben elkander zo lief.''

Net als voor zijn enscenering van Zinsbegoocheling, ook van Corneille en twee jaar geleden uitgevoerd door Toneelgroep Amsterdam, heeft regisseur Gerardjan Rijnders gekozen voor een strakke, zeer gestileerde vormgeving. De spelers dragen neuzen en weelderige kostuums. Ze hebben lappen krullerige tekst en voeren vreemde, gemaniëreerde bewegingen uit. Ouwehand: ,,Ik merkte bij Zinsbegoocheling dat de mensen de vorm prachtig vonden, maar dat ze van het conflict weinig meekregen. Dat is toch jammer. De Cid is ook wel strak van vorm, maar het drama wordt door de kieren heen geperst. Zodat de mensen ondanks de dominante vorm ook door de inhoud worden gegrepen.''

Ouwehand (1968) kwam zes jaar geleden, vers van de toneelschool, bij Toneelgroep Amsterdam. Opmerkelijk snel kreeg ze grote rollen toebedeeld. Ze maakte indruk als de kwetsbare dochter in Tsjechovs Ivanov, de smachtende hovenierster in De Drang van Kroetz, en de misbruikte psychiatrische patiënte in Een soort Hades van Lorén. Voor deze laatste rol won ze in 1997 de Colombina: ,,een abstract beeldje met tieten.'' Op televisie maakte ze furore als Zeeuws Meisje, de superheldin in de gelijknamige VPRO-serie.

Jonge actrices moeten bij een groot gezelschap doorgaans eerst laten zien wat ze kunnen, voor ze een grote rol krijgen. Hoe komt het dat Ouwehand meteen de grote rollen kreeg? ,,Ik ben bij Toneelgroep aangenomen omdat ze op dat moment geen jonge vrouwen hadden. In veel stukken heb je gewoon een jonge vrouw nodig. In alle Tsjechovs zit wel zo'n zielige Sonja. Verder snap ik behoorlijk goed wat Gerardjan wil, geloof ik. Hij is niet iemand die alles uitlegt. Aan het begin van een repetitieperiode vertelt hij in hooguit tien minuten wat hij wil. Daarna ga ik in mijn eentje aan het werk. Ik probeer wat, en hij roept soms een algemene aanwijzing: `Bij Purmerend linksaf'. Verder neem ik aan dat hij mij wel goed zal vinden.''

Ouwehands keuze voor het toneel kwam eigenlijk vrij laat. Ze groeide op in het Gooi en wist alleen wat ze níet wilde: ,,een saai leven''. Na het VWO kookte ze aan de Côte d'Azur voor een Russische prinses die na de Oktoberrevolutie van 1917 te paard naar het Westen was gevlucht; ze studeerde eventjes Engels en meldde zich aan voor het jaarlijkse jongerenproject van Toneelgroep Amsterdam. Op haar twintigste kwam ze pas op het idee om actrice te worden.

Vooral in het begin was het niet alleen maar prettig om grote rollen te krijgen. ,,Ik werd meteen in het diepe gegooid, terwijl ik vaak dacht: ik kan het helemaal niet. Bij Toneelgroep Amsterdam werken is een eenzame aangelegenheid. Op zich vind ik dat wel prettig, ik ben een allenig type die de problemen zelf wil oplossen. Maar in die eerste tijd heb ik me vaak ellendig gevoeld. Complimenten, aandacht, begeleiding; daar hebben de anderen niet altijd tijd voor. Iedereen is voor zichzelf bezig.

,,Langzaam brak de periode aan dat ik meer aankon en steeds meer mocht. De kranten schreven positief over me, ik kreeg complimenten. Ik heb nu wel mijn plaats gevonden, al blijft het altijd vechten voor je plekje. Nog ben ik niet helemaal zeker van mijzelf. Ik heb de neiging om te emotioneel te spelen, de lijdende Jeanne d'Arc te gaan uithangen. Na afloop van de repetitie staan we dan aan de bar, ik met bier, Gerardjan Rijnders met witte wijn, en dan zegt hij terloops: `Je moet niet overal een emotionele waas overheen gooien.' `O God, Jeanne d'Arc is back in town,' denk ik dan.''

Ouwehand ziet er, met haar frisse wangen en ranke gestalte, jong uit, en wordt dientengevolge vaak gecast als het onbedorven meisje dat geregeld wordt onteerd en mishandeld. Ook in De Cid speelt ze een slachtoffer. Ouwehand: ,,Ik ben nu eenmaal een jong meisje, dus dan krijg je dat soort rollen. Maar ik heb inderdaad wel eens gedacht: `Moeten ze mij weer hebben? Krijg ik weer de klappen?' Het gevaar van dat soort rollen is dat ze snel ééndimensionaal worden. Ik probeer daarom een slechte kant in die zielige meisjes te zoeken, om ze menselijker te maken.''

Wat gaat ze doen als Gerardjan Rijnders na volgend jaar wordt opgevolgd door Ivo van Hove? Ouwehand: ,,Van Hove is ook heel goed, al vind ik dat hij bij het Zuidelijk Toneel de vrouwenrollen niet altijd goed regisseert. Het zijn vaak van die rare stereotypes: altijd hoeren of heilige maagden. Ik heb geen zin om zes jaar lang een naakte hoer of een hysterische moeder te spelen. Maar daarover ga ik te zijner tijd wel met hem in debat. Als dat niets wordt, ga ik weg. Ik lees veel, ik ben bezig aan mijn eerste eigen monoloog. Ik kan altijd nog schrijver worden of een boekwinkel beginnen.''

`De Cid' t/m 11/12 in Stadsschouwburg Amsterdam en elders in het land. Inl. (020) 523 78 00.

    • Wilfred Takken