Boek

Dode nummer 1 in de burgeroorlog was John Patrick Scullion, 28 jaar, magazijnbediende. Op de avond van 27 mei 1966 wankelde hij dronken langs de Falls Road in Belfast, riep naar een passerende auto: ,,Up the Republic, up the rebels'', en werd even later voor zijn huisdeur neergeschoten. Zijn moordenaars, achteraf: ,,We hadden niets tegen hem – het was omdat hij riep: `Up the rebels'.''

Ik weet dit allemaal dankzij `Lost Lives', een soort encyclopedie met de geschiedenissen van alle 3637 oorlogsslachtoffers tot nu toe. Het boek verscheen hier net, het resultaat van acht jaar research van een kleine groep onafhankelijke journalisten. Het is verpletterend.

Nummer 7, het eerste vermoorde kind, Patrick Rooney, 9 jaar, schooljongen, op 14 augustus 1969 in zijn bedje door politiekogels geraakt. Zijn moeder zou later nog een reeks vrienden en verwanten verliezen – want door dit boek worden opeens verbanden duidelijk. De gruwelijke details: ledematen die over het dak vliegen, onthoofde mensen. De nachtwaker Thomas Madden (48), gemarteld door de loyalisten, schreeuwend: `Dood me, maak me dood!' De heldendoden: de vrouw die bij een IRA-aanval voor haar man, een soldaat, gaat staan. De doden door verdriet: Anne Maquire, van wie drie kinderen in 1976 omkwamen, en die zich in 1980 de polsen doorsneed. En dan al diegenen die stomweg op het foute moment op de foute plaats waren: de oude vrouw die in een pub een benzinebom over zich heenkreeg, de IRA-man die een deur binnenstormt, de huisvader doodschiet en dan zegt: `Verdomme, ik ben fout!'

De oorlog, dat is dit boek.

    • Geert Mak