Arbodiensten blijven zichzelf in de weg zitten

Arbodiensten, die ziekteverzuim en WAO moeten beteugelen, liggen geregeld onder vuur. Is er sprake van kinderziekten of zijn er meer fundamentele systeemfouten?

Is de arbodienst, in 1994 in het leven geroepen om ziekteverzuim en WAO-instroom in te tomen, zelf op weg om ziek en arbeidsongeschikt te worden? Afgaande op het aantal groeistoringen en andere afwijkingen die de arbowereld in zijn prille bestaan beleefde, dringt die suggestie zich op.

Gisteren was het weer eens zover. Directeur C. Steenbergen van de Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA) kondigde gefrusteerd zijn vertrek aan. Zijn grootste grief is dat arbodiensten weigeren samen te werken. Dat blokkeert hun voornaamste doel: beperking van ziekteverzuim en WAO-instroom.

De geboorte van de arbodienstverlening per 1 januari 1994 was op zich al een tumultueus gebeuren. Van de ene op de andere dag moesten bedrijven commercieel opererende arbodiensten inschakelen voor een pakket van vijf diensten: risico-inventarisatie, verzuimbegeleiding/controle, medisch onderzoek, geregelde spreekuren en funktionele keuringen. Op 1 januari 1996 werd deze dienst wettelijk verplicht voor zogeheten `risico-bedrijven'. Twee jaar later volgden alle andere ondernemingen.

Door deze verplichting was een gemakkelijker start voor arbodiensten nauwelijks denkbaar. Ze schoten dan ook als paddestoelen uit de grond. De vreugde bleek van korte duur. Door het massale aanbod van arbodiensten en door weinig enthousiaste bedrijven, die voor de verplichte arbodienstverlening minimaal wensten te betalen, onstond een furieuze strijd om het bestaan met bijpassende prijzenslagen. Daarbij werd het arbo-product vaak uitgebeend met alle gevolgen vandien voor de kwaliteit.

Veel arbodiensten tonen zich nogal timide tegenover de werkgever. De concurrenten staan zich te verdringen. ,,Daarmee werken zowel de opdrachtgever, het bedrijf, als de opdrachtnemer, de arbodienst, onvoldoende samen aan het gemeenschappelijke doel: preventie van ziekteverzuim door oorzaakbehandeling'', oordeelt Hans Visser van managementbureau United Sense.

Werkgevers klagen dat de gewenste terugkoppeling van arbodienst naar opdrachtgever blijft steken door privacyregels en de vertrouwensrelatie (bedrijfs)arts-patiënt. Werknemers klagen juist over bedrijfsartsen die de belangen van de werkgever ondergeschikt maakten aan die van hun broodheer-werkgever.

Begin dit jaar stelde de vakcentrale FNV voor haar leden een telefonische klachtenlijn open over het arbo-dienstbetoon. Prompt regende het klachten. BOA-directeur Steenbergen vond destijds dat het best meeviel en verwees naar de 'groeipijnen van een jonge bedrijfstak'. Toch stemde hij op 30 maart j.l. na overleg met FNV en het ministerie van Sociale Zaken in met de oprichting van een soort ombudsman waar klagers over de arbodienst voortaan terecht zouden kunnen.

Na de eerste jaren van onstuimige wildgroei in arbo-land is nu een proces van schaalvergroting en concentratie op gang gekomen. Dat heeft er nu toe geleid dat niet minder dan 77,6 procent van de totale arbomarkt (met een omzet in 1998 van 1,23 miljard gulden) in handen is van de zeven grootste arbodiensten. Vijf hiervan zijn eigendom van grote financiële instellingen zoals verzekeringen en banken. ,,Het marktaandeel van de kleinere arbodiensten staat onveranderlijk onder druk'', meldde onlangs zegsman A. van Prooyen van de VOAD, de belangenclub van kleinere arbodiensten.

Behalve de strijd om het bestaan in de arbosector zijn er andere oorzaken voor de aanhoudende malaise. Zo wijst dr. Leo Aarts van het gelijknamige Haagse onderzoeksbureau op een hinderlijke systeemfout: `De huidige breuk tussen ziektegeld en WAO-uitkering'. Het ziektegeld is gedurende het eerste ziektejaar - via de arbodienst - een zaak van de werkgever. Maar de WAO, die na een jaar ziekte volgt, is geen zaak meer van de arbo maar van de uvi of sociale uitvoeringinstelling. Tegelijk is er nauwelijks samenwerking tussen arbodiensten en uvi's. Aarts: ,,Deze systeembreuk in verantwoordelijkheden geeft allerlei aansluitingsproblemen. Als je de WAO helemaal onderbrengt bij werkgever/arbo, zou dat veel beter zijn.''

Tot slot is er nog een zeer concrete aanwijzing dat de arbodienstverlening minder dan optimaal functioneert: sinds medio vorig jaar vertonen zowel het ziekteverzuim als de instroom in de WAO een stijgende lijn.

    • Ferry Versteeg