`We willen het nu afmaken'

Doe Maar, de succesvolste Nederlandstalige popgroep ooit, komt weer bij elkaar voor twee cd's en ten minste twee optredens. ,,Geld is een motief. Maar niet hét motief.''

In de jaren tachtig bezongen ze het generatieconflict in Pa. Gisteren gaf Doe Maar-zanger Henny Vrienten enigszins aarzelend, met hulp van toetsenist/zanger Ernst Jansz, toe van wie het doorslaggevende argument voor een reünie van de succesvolste Nederlandstalige groep was gekomen. ,,En, euh, de kinderen...'', zei Vrienten. ,,die hadden gezegd...'', vulde Jansz aan, waarop Vrienten afmaakte: ,,Je bent een watje als je het niet doet.''

Het was meteen weer dringen. Toen de voormalige idolen gisteren de overvolle zaal in het Nederlands Pop Instituut in Amsterdam betraden, verdwenen ze onmiddellijk uit het zicht, achter een muur van fotografen. Verder in die zaal tien televisiecamera's en zo'n tweehonderd journalisten en andere belangstellenden, van wie sommigen onbewust meezongen met `Één nacht alleen' en `De Bom', te horen bij een filmpje dat voor aanvang van de persconferentie werd vertoond. ,,Als ik dit zie, dan breekt het angstzweet me al uit'', zei Vrienten.

Ruim vijftien jaar geleden ging er een golf van ongeloof door schoolklassen in het land toen ze hun afscheid bekendmaakten. Een beetje dikker, kaler en grijzer, maar zelfverzekerd keken Vrienten (51), Jansz (51), Jan Hendriks (50) en Jan Pijnenburg (43) gisteren in de camera's, bij de aankondiging van hun – tijdelijke – terugkeer. Die zal bestaan uit een nieuwe studio-cd, een live-cd en tenminste twee optreden in de Rotterdamse Ahoy'.

Waarom? ,,Ik wist dat die vraag zou komen dus ik heb erover nagedacht'', begon Vrienten. ,,Er was een aantal motieven. Maar het belangrijkste is dat we elkaar door de jaren zijn blijven zien. Op verscholen plekken, in duin- en boshuisjes, zijn we muziek blijven maken. We hebben er wel van gedroomd onder een andere naam een bandje te beginnen. Toen we stopten waren we bezig met een cd. Het was niet afgemaakt, en dat willen we nu gaan doen.''

Doe Maar was in de jaren tachtig de populairste van een aantal succesvolle`Nederpop'-groepen, en je zou kunnen zeggen dat de band ook de weg bereidde voor de Nederlandstalige popgroepen waarvan posters nu als behang van tienerkamers dienen: Volumia!, De Kast en Bl⊘f. ,,Het komt eigenlijk door Bl⊘f dat wij nu weer bij elkaar zijn'', zei Vrienten. Hij was bij een concert van de Zeeuwse popgroep in Paradiso, toen die de oude Doe Maar-hits speelde. ,,Ik vond het fantastisch, maar dacht: Jezus, dat moeten we zelf gaan doen'', aldus Vrienten, die gisteren, net als toen, de meeste vragen beantwoordde.

Achter het viertal hing een groot bord met de namen van de nieuwe platenmaatschappij (V2) en de sponsors van de `tour'. Had geld nog een rol gespeeld bij de beslissing samen te komen? ,,Het is een motief'', gaf Ernst Jansz, van wie onlangs de solo-cd De Overkant verscheen, toe. ,,Maar niet hét motief.''

Voor de nieuwe cd, die in april moet verschijnen, hebben ze al ideeën. Maar waar de teksten over zullen gaan, wilden ze nog niet zeggen. ,,Anders gaat iemand anders daar misschien iets mee doen'', zei Vrienten. ,,We gaan door op de reggae, want dat is onze muziek'', zei Jansz, ,,maar ik verwacht wel dat we daar mee gaan experimenten.''

Live zal de groep versterking krijgen van blazers, keyboards en een percussionist. Maar de teksten van de oude hits als `Sinds een dag of twee' ('t Is wel een beetje raar/ 32 jaar/ trillend op m'n benen/ als ze is verdwenen') worden niet aangepast. Jansz: ,,We vertolken het gevoel van toen.'' Een gevoel waarnaar veel van de aanwezigen blijkbaar ook heimwee hadden. Toen de persconferentie was afgelopen, klonk er applaus.

    • Jeroen van der Kris