Vertrekkend directeur kritiseert arbodiensten

Arbodiensten functioneren slecht, beconcurreren elkaar op leven en dood, en schieten tekort in het structureel terugbrengen van ziekteverzuim en het aantal arbeidsongeschikten.

Dat zegt directeur C. Steenbergen van de Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA). Hij kondigde vandaag zijn vertrek aan per 1 januari aanstaande.

Bedrijven zijn sinds 1994 verplicht om arbodiensten in de arm te nemen die dan ziekteverzuim onder werknemers moeten controleren en waar mogelijk beperken. Maar volgens de gedesillusioneerde Steenbergen zijn de nog jeugdige arbodiensten in zo'n felle concurrentiestrijd verwikkeld dat ze onderling weigeren samen te werken. En dat is naar zijn oordeel juist nodig om te voorkomen dat werknemers via langdurige ziekte in de WAO belanden.

Hij zegt te hebben voorgesteld om deskundigheid van arbodiensten op het gebied van stress en psychosociale problemen bij werknemers te bevorderen en onderling uit te wisselen. Maar de branche liet hem weten dat de tijd daarvoor nog niet rijp is. ,,Juist op punten als RSI (muisarm) en stress waren de arbodiensten onzichtbaar'', aldus Steenbergen, ,,terwijl dat dé onderwerpen van de laatste tijd zijn.''

Steenbergen heeft ook kritiek op sociale partners. Hij verwijt werkgevers dat ze de verantwoordelijkheid voor het ziekteverzuim van hun werknemers te gemakkelijk afschuiven naar de arbodiensten. Als het aan de vertrekkende BOA-voorzitter ligt, spreken werkgevers en werknemers harde getallen af, bijvoorbeeld: ,,Wij willen het aantal nieuwe WAO'ers met 40.000 verminderen.'' Volgens Steenbergen moeten zij daar samen met de arbodiensten de verantwoordelijkheid voor nemen.

Ook de vakcentrale FNV meldde onlangs verbaasd te zijn over de gebrekkige samenwerking bij de arbodiensten. Daarom heeft de FNV zelf een `werkdrukmeter' ontwikkeld die organisaties en bedrijven kunnen gebruiken om stressfactoren te kunnen vaststellen.