Tweede Kamer voor lagere uitstoot CO2

De Tweede Kamer heeft gisteren in grote lijnen haar instemming betuigd met de klimaatnota van het kabinet, waarin het een reeks binnenlandse maatregelen aankondigt om de uitstoot van CO2en vijf andere zogeheten broeikasgassen te beperken.

Wel toonden veel woordvoerders zich sceptisch over het plan van de ministers Pronk (VROM) en Jorritsma (Economische Zaken) om de elektriciteitsbedrijven op vrijwillige basis te laten overschakelen van met steenkool gestookte centrales op het milieuvriendelijker aardgas. Een dergelijke operatie is echter zeer kostbaar.

Vooral VVD en CDA namen het op voor de stroomsector, die onlangs is geliberaliseerd en die haar martktaandeel in gevaar ziet komen door toenemende importen uit het buitenland.

De Tweede-Kamerleden Klein Molekamp (VVD) en Van den Akker (CDA) zeiden het vreemd te vinden dat moderne, relatief milieuvriendelijke Nederlandse centrales wellicht gesloten zouden moeten worden, waarna Nederland minder milieuvriendelijke energie zou invoeren uit bijvoorbeeld Duitsland.

Ze kregen ook bijval van de SP en in mindere mate van D66. GroenLinks daarentegen maakte zich zorgen over het naar haar mening te vrijblijvende karakter van de overschakeling. Minister Pronk wees er overigens op dat ook Duitsland zijn CO2 -uitstoot drastisch diende te beperken en dat het daardoor lastig zou zijn voor dat land om milieu-onvriendelijke energie te exporteren.

Minister Jorritsma maakte duidelijk dat er nog wel enige speelruimte is. ,,Het heeft weinig zin het onmogelijke van de sector te vragen. '' Zij kondigde aan dat het kabinet de kwestie nog eens goed met de elektriciteitsbedrijven zou bespreken.

De onzekerheid rond de CO2; -reductie door de kolencentrales stond enigszins op gespannen voet met de bewering van minister Pronk dat het in de klimaatnota om een ,,keihard pakket'' maatregelen ging.

In totaal willen Pronk en Jorritsma de uitstoot van CO2 en vijf andere gassen in Nederland voor het jaar 2010 met 25 miljoen ton reduceren. Nog eens eenzelfde reductie wil het kabinet verwezenlijken via maatregelen in het buitenland. Een plan voor dit laatste zullen Pronk en Jorritsma volgend jaar presenteren.

Pronk gaf gisteren aan dat het kabinet zonodig gebruik zou maken van een reservepakket maatregelen, mocht gaandeweg blijken dat het kabinet de doelstelling van het verdrag van Kyoto uit 1997 anders niet kan halen. Daarvan zou onder andere de opslag van CO2 in de grond deel uit kunnen maken. Op grond van het verdrag van Kyoto heeft Nederland zich verplicht de uitstoot van CO2 en de vijf andere gassen waarvan wordt aangenomen dat die tot een stijging van de temperatuur op aarde bijdragen, rond het jaar 2010 te verminderen met zes procent ten opzichte van het ijkjaar 1990. ,,Die zes procent zijn keihard'', herhaalde Pronk meer dan eens.

De minister schetste een zonnig beeld van de ontwikkelingen rond het verdrag van Kyoto. Volgens hem is de meerderheid van de lidstaten van de Europese Unie inmiddels voor de invoering van een eco-tax en voor een gezamenlijk Europees beleid in dit verband. Dit is een belangrijke voorwaarde voor ratificatie die in het Nederlandse regeerakkoord staat vermeld.

Ook over een andere voorwaarde, de ratificatie van `Kyoto' door de Verenigde Staten en Japan, was Pronk optimistisch. Hij laakte de terughoudende opstelling van met name de VVD, die veel belang hecht aan de vervulling van deze voorwaarden. Pronk: ,,Het steeds hameren op die voorwaarden die nog niet geheel wettisch zijn verwezenlijkt, is naar mijn mening contraproductief.'' Wel erkende Pronk dat het niet zinvol zou zijn als eerste in de EU het verdrag te ratificeren. Ook voor Klein Molekamp was dat een schrikbeeld: ,,We moeten voorkomen dat Nederland het braafste jongetje van de klas is.''