Truussen hadden het moeilijk

Eindeloos zoeken in namenboekjes, hardop brainstormen, de aftiteling van televisieprogramma's bestuderen, rapportcijfers geven om maar tot een compromis te komen. En dan denk je eindelijk dé naam te hebben gevonden, is de betekenis weer niet naar je zin.

Uit Het Nieuwste Voornamen Boek: ,,Jakob = Hebreeuws ja'aqób zou betekenen `hij greep bij de hiel, hij verdrong (zijn broer)', dit naar aanleiding van geschiedenis Jakob en Esau. Daarom wordt aan deze naam meestal de betekenis `bedrieger' toegekend.''

Is Thomas dan geen leuke naam? ,,Ach nee, zo heten alle kinderen in Amsterdam-Zuid al'', is dan de reactie. En zo gebeurt het dat vaders tussen de laatste weeën zeggen: ,,Sander? Weet je het echt zeker?''

In de eerste helft van deze eeuw hadden ouders het gemakkelijker: ze vernoemden kinderen bijna altijd naar familieleden. De oorsprong hiervan ligt volgens taalkundige Doreen Gerritzen van het Amsterdamse Meertens Instituut in het idee dat grootouders voortleven in volgende generaties. Johannes, Jan en Cornelis kwamen tot de jaren veertig het meest bij jongens voor, Maria, Johanna en Anna bij meisjes.

Vanaf de jaren zestig neemt het vernoemen af. Tradities zijn in de geest van die tijd tanende. Bovendien wordt het gezin belangrijker en de hele familie minder. Een reeks andere namen raakt in zwang: Annemieke, Bianca, Caroline, Ingrid, Monique, Nicole, Edwin, Frank, Hans, Maarten, Marcel, Martijn, Peter, Sander.

Thomas en Sanne zijn de laatste jaren de onbetwiste toppers, zo blijkt uit de kinderbijslaggegevens van de Sociale Verzekeringsbank (www.svb.org). Overigens komen Thomas en Sanne beide slechts bij iets meer dan één procent van de dit jaar geboren jongens en meisjes voor. De verscheidenheid aan namen is groot.

Behalve bij Thomas zijn de éénlettergrepige namen populair, zoals Tim, Max, Rick, Nick, Lars, Niels en Daan. Bij de meisjes zijn het bijna allemaal twee lettergrepen: Na Sanne komen Lisa, Anouk, Julia, Anne, Romy, Demi, Laura, Iris en Amber.

Esthetische overwegingen vormen volgens een NIPO-enquête uit 1995 het belangrijkste motief voor ouders bij de naamkeuze. Vernoemen blijkt enigszins terug te komen, maar de vernoemde namen zijn deels naar de tweede en derde naam verdrongen.

Maar wat maakt het uit hoe je heet? ,,Heel veel. Namen roepen een bepaald imago op'', zegt taalkundige Gerritzen. Beroemd in haar vakgebied is een Amerikaans onderzoek. Daarbij waren korte opstellen geselecteerd die allemaal ongeveer evengoed waren. De onderwijzers gaven echter hogere cijfers aan de opstellen met aantrekkelijker namen.

Een summier onderzoek in de jaren tachtig op een Haagse basisschool was vergelijkbaar. Kinderen kregen foto's voorgelegd van meisjes van twaalf die allemaal ongeveer even aantrekkelijk werden gevonden. De kinderen werd verteld dat het om een soort schoonheidswedstrijd ging. De namen die willekeurig en steeds wisselend bij de foto's werden geplakt, bleken van grote invloed. Saskia, Sandra en Marjolein kregen veel stemmen, Nelly en Miranda veel minder. Vooral meisjes met de naam Truus zullen het in die tijd moeilijk hebben gehad met hun naam. In het onderzoek kreeg Truus nauwelijks een stem.

    • Herman Staal