Saoedi-Arabië open voor investeerders

Kroonprins Abdullah van Saoedi-Arabië wil zo snel mogelijk de grenzen van zijn traditioneel ingestelde land openen voor buitenlanders die de economie moeten helpen versterken. Zijn pleidooi is goed ontvangen door economen en politieke analisten.

Openstelling van de Saoedische markt voor buitenlandse investeerders en ondernemers is een broodnodige bijdrage tot revitalisering van de economie. Saoedi-Arabië, de grootste olie-exporteur, is zwaar getroffen door een lange periode van lage olieprijzen, werkloosheid en een torenhoog begrotingstekort.

Dat zeggen economen en politieke analisten in reactie op een pleidooi van kroonprins Abdullah om buitenlanders voor het eerst toe te staan eigendommen in Saoedi-Arabië te verwerven. Abdullah sprak onlangs voor een gezelschap economen en ondernemers in de hoofdstad Ryad. De kroonprins, die sinds koning Fahd in 1995 werd getroffen door een beroerte de dagelijkse staatstaken voor zijn vader waarneemt, staat bekend als hervormer. Hij wil buitenlanders stimuleren vooral in andere sectoren dan de productie en verwerking van olie en aardgas te investeren. Zijn betoog ondersteunt de aanvraag van Saoedi-Arabië voor het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die vrijhandel hoog in het vaandel heeft staan.

Gisteren maakte het ministerie van Financiën een eerste maatregel bekend die past in Abdullah's betoog. Buitenlanders krijgen binnenkort het recht om op de beurs in Ryad te handelen, via lokale banken.

Volgens Abdullah moet de rol van de private ondernemingen in zijn land worden versterkt om de Saoediërs te stimuleren voor zichzelf te zorgen en minder afhankelijk te worden van overheidsvoorzieningen. Daarom bepleit hij een geleidelijke vermindering van de subsidies op onder meer huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs.

De kroonprins is voorzitter van de invloedrijke Hoge Economische Raad, die is belast met herformulering van het economische beleid. Belangrijk onderdeel daarvan is hoe het overheidsbudget wordt besteed en in welke sectoren de werkgelegenheid moet worden uitgebreid. Ook bepleitte hij een ,,herbezinning op het sponsorsysteem'', een regeling die de toelating en het werken van buitenlanders zonder toestemming van de locale autoriteiten verbiedt.

Veel buitenlandse investeerders worden buiten de deur gehouden door wetgeving die hun belangen in ondernemingen beperkt tot maximaal 49 procent, hun winsten tot 45 procent belast en hun mobiliteit in het land aan banden legt. ,,Aanpassing van het economisch beleid is dringend geboden'', zegt Abdul-Aziz al-Namla, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Koning Saud Universiteit in Ryad in een telefonisch interview. ,,Het recente verleden bewijst duidelijk dat onze sterke afhankelijkheid van de oliesector kan leiden tot grote problemen.'' Al-Namla doelt op de sterke daling van inkomsten door de lage olieprijzen in 1998-begin 1999.

Kroonprins Abdullah benadrukte in zijn rede dat Saoedi-Arabië ,,zijn investeringsklimaat moet verbeteren door verbreding van de economische basis en zijn inkomstenbronnen moet diversifiëren. Dat kan alleen maar door de barrières en drempels die dat verhinderen, te slechten.''

Een van die barrières is de verwerving van eigendom in vastgoed en bedrijven. Die is nu voorbehouden aan Saoedische ingezetenen en burgers uit de overige vijf landen die deel uitmaken van de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC): Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Oman en Qatar.

,,Wanneer eenmaal deze obstakels zijn weggewerkt, zullen investeerders toetreden tot de Saoedische markt, die de grootste is in deze regio. Dat zal de nationale economie een steun in de rug geven'', zegt Abdul-Aziz Dagestani, hoofd van de Economische commissie van Nationale Adviesraad in Ryad.

Het koninkrijk lijdt al sinds 1983 onder jaarlijkse tekorten op het overheidsbudget. In die periode liep de staatsschuld op tot meer dan 500 miljard rial (270 miljard gulden). Vorig jaar daalden de overheidsinkomsten door de lage olieprijs tot 30 miljard dollar, 20 miljard minder dan in 1997. Daardoor kwam het financieringstekort voor het tweede jaar op rij op 12 miljard dollar. Aangemoedigd door adviezen van het Internationaal Monetair Fonds kwam een discussie op gang over privatisering van grote staatsbedrijven voor elektriciteitsvoorziening en telecommunicatie, en de nationale luchtvaartmaatschappij Saudi-Arabian Airlines. Maar tot nu toe wordt privatisering slechts mondjesmaat toegepast.

Ook heeft de regering grote Westerse oliemaatschappijen wier bezittingen in de jaren '70 zijn genationaliseerd, uitgenodigd om weer in de Saoedische olie-en gassector te investeren. De Amerikaanse multinationals Exxon-Mobil, Chevron, Phillips Petroleum, Arco, Texaco, Conoco en Marathon en hun Europese concurrenten Shell, TotalFina, Elf Aquitaine en ENI hebben al voorstellen aan Riad gedaan. In de productie van olie en gas mogen ze niet participeren, maar wel in de raffinage van olie, de verkoop van brandstoffen en smeermiddelen, industriële afzet van aardgas en de petrochemie. (AP, AFP)