Opmaat

HET RECHT IS geen rustig bezit, placht een voorganger van minister Korthals (Justitie) graag te zeggen. Zo sterk als in de aanloop tot de behandeling van de Justitiebegroting, deze week in de Tweede Kamer, valt dat zelden mee te maken. De grote partijen verdringen elkaar om, vooruitlopend op het geregeld overleg tussen regering en parlement, hele en halve voorstellen te lanceren in de media. Er zijn rond het weekeinde ook heel wat praatprogramma's in de lucht.

De aanleiding is duidelijk: de groeiende publieke onrust over pedoseksuelen. Dat deze verzamelterm een scala aan gedragingen met verschillende lading dekt, is een complicatie die al snel sneuvelt in het publicitaire geweld van handtekeningenacties en Internetsites. Toch moet worden opgepast voor een overdreven paniek rond het verschijnsel pedofilie. Alleen al in belang van de kinderen zelf moet dat verschijnsel bespreekbaar blijven. Dat veronderstelt een mate van openheid die de afgelopen dagen wel wat in de knel is gekomen.

Bij de doelgroep van verstokte recidivisten is er natuurlijk weinig ruimte voor discussie. De samenleving dient zich te beschermen tegen bewezen gevaren. Toch houdt Korthals met reden vast aan het beginsel dat geen mens geheel mag worden afgeschreven, hoe gering het uitzicht op verbetering ook is. Voor het gros van de gevallen zal de justitie blijven moeten uitgaan van terugkeer van de veroordeelde in de maatschappij.

Sommige touwtjes kunnen bij terugkeer in de maatschappij zeker worden aangetrokken. Met name langere proeftijden en een beheerste vorm van melding van de verblijfplaats bieden verantwoorde mogelijkheden om de risico's bij het ontslag uit detentie van kinderverkrachters terug te dringen. Verplichte chemische castratie is echter een station te ver: het pakt de bron van de kwade driften niet aan. Het is een veeg teken dat woordvoerders van grotere fracties zich zo op sleeptouw laten nemen door een suggestie die al bij herhaling door deskundigen is afgekraakt.

ENIGE CONSISTENTIE mag ook worden verwacht. Zo valt kritiek op de rechter dat hij de terbeschikkingstelling van gevaarlijke delinquenten te makkelijk beëindigt, moeilijk te rijmen met een automatische limiet van zes jaar (sommigen bepleiten zelfs vier jaar) op deze behandeling. Een DNA-test bij proefverlof is een gerichte en verdedigbare maatregel, maar toepassing van de test op verdachten en veroordeelden zonder dat de noodzaak hoeft te blijken, is van een geheel andere orde.

Er is deze week bij de behandeling van de Justitiebegroting meer dan ooit behoefte aan een afgewogen debat. Dat staat niet in de weg aan harde maatregelen. Door al het politieke opbieden is het gevaar dat overdreven verwachtingen worden gewekt echter levensgroot aanwezig.