Onderzoek Peper `moet snel klaar'

De raadscommissie die een onderzoek instelt naar mogelijk gesjoemel door burgemeester Peper en wethouders van Rotterdam in de afgelopen dertien jaar wil het resultaat van haar bevindingen zo snel mogelijk publiceren. Dat heeft R. van Middelkoop, vice-voorzitter van de commissie voor onderzoek van de rekening (COR) meegedeeld.

Omdat de integriteit van Peper, nu minister van Binnenlandse Zaken, aan de orde is gesteld, wil de commissie zo mogelijk nog voor Kerstmis met een rapport komen. Het onderzoek naar de zogenoemde bestuurlijke uitgaven van B en W in de jaren 1986-1999 valt in twee delen uiteen. Een accountantsbureau zal uitgaven en declaraties onderzoeken. De commissie zal getuigen horen.

De COR is breed samengesteld. Voorzitter is mevrouw Van Ravestijn van D66, de grootste oppositiefractie in de Rotterdamse raad. Vice-voorzitter is de PvdA'er Ruud van Middelkoop, die al twintig jaar raadslid is. De drie leden zijn ex-Kamerlid F.J. van der Heijden (CDA), T. Cornelissen van de SP en Sandra Korthals (VVD), echtgenote van minister Korthals.

Hoewel al jaren allerlei geruchten en verhalen de ronde doen over het vermeende misbruik door Peper van gemeentelijke diensten en voorzieningen, beschikt de commissie tot nu toe slechts over zes getuigen die zich met naam en toenaam hebben gemeld.

De formeel aangemelde klachten betreffen onder meer tochtjes van het echtpaar Peper-Kroes met familie en kennissen op `de Maze' en later `de Nieuwe Maze', het promotieschip van de gemeente en het Gemeentelijk Havenbedrijf. Stadhuispersoneel zou herhaaldelijk zijn ingeschakeld bij ontvangsten van Peper in diens woning in Wassenaar. De toenmalige burgemeester zou volgens een andere klager geschenken van buitenlandse delegaties mee naar huis hebben genomen. Ex-wethouder Van de Pol (VVD) meldde dat Peper haar verbood drie dagen privé-vakantie in Hongkong na een dienstreis naar Japan zelf te betalen.

De commissie heeft al vastgesteld dat pas in 1991 op het stadhuis een declaratieformulier voor B en W werd ingevoerd waarop ze hun uitgaven ten dienste van het bestuur moesten vermelden. Voor welk doel de `bestuurlijke uitgaven' werden gedaan, behoefde pas vanaf 1998 te worden aangegeven.