Kleur van goud blijkt plotseling toch niet groen

Na jaren van kritiek haalt verzekeraar Ohra haar omstreden `teakwoodrendementpolis' van de markt. Het product is plotseling niet langer goud waard, maar wordt als een ,,onverantwoord risico'' gezien.

De bezitters van een `Teakwoodrendementpolis' van Ohra Verzekeringen en Bank Groep krijgen deze week onverwachte post. In een brief zal Ohra dringend adviseren afscheid te nemen van het product. Het hoeft niet natuurlijk, maar de verzekeraar raadt het wel ,,ten zeerste'' af om verder te gaan met de teakwoodpolis die inmiddels als ,,een te groot risico'' wordt beoordeeld. Beter is het, aldus het aanbod van Ohra, om de polis om te zetten naar een van Ohra's andere beleggingsfondsen of om hem zelfs helemaal af te kopen. In beide gevallen kan de cliënt een financiële tegemoetkoming van 7,5 procent tegemoet zien, gebaseerd op het rendement van Nederlandse staatsleningen ten tijde van de introductie van de polis.

Dat is andere taal dan tijdens de introductie, in 1993. De teakwoodpolis werd destijds, begeleid door een grote advertentiecampagne, in de markt gezet als een belangrijke nieuwe milieuinvestering. De uitgangspunten leken bijna te mooi om waar te zijn: de belegger investeerde in een teakhoutplantage in Costa Rica, kocht daar een Ohra-levensverzekering bij en kreeg na twintig jaar zijn geld terug. Daarnaast kon hij voorspelde rendementen tegemoet zien die tussen de 14 en 18 procent lagen. ,,Een loterij zonder nieten', zei Ohra bestuurslid R. Hinse toen nog over wat in de advertenties `Het Groene Goud' werd genoemd. Ook het Wereld Natuur Fonds (WNF) was enthousiast vanwege het ,,duurzaam beleggen.'' De organisatie verbond haar naam aan het product en kreeg per verkochte polis een financiële bijdrage en een percentage van de verwachte opbrengst.

Toen barstte de kritiek echter los. Diverse personen uit de teakhandel, maar vooral uit de internationale bosbouwwereld wezen op het feit dat de voorspelde rendementen wetenschappelijk niet onderbouwd waren en derhalve irreëel. De vermaarde Venezolaanse bosbouwdeskundige prof. J. Centeno sprak zelfs van volksverlakkerij ten opzichte van de polishouders en repte van ,,frauduleuze praktijken.'' Ook laakte hij de rol van het WNF die volgens hem als natuurbeschermer nooit in zee had moeten gaan met een commerciële partij als Ohra. Niet alleen de ontvangen bijdragen naar aanleiding van de taekwoodrendementpolis, ook het feit dat het WNF zich contractueel verbonden heeft aan het op de markt brengen van het hout over twintig jaar werd door Centeno fel bekritiseerd. De zaak kreeg extra dynamiek toen bleek dat een ambtenaar van het ministerie van Landbouw in 1994 een rapport schreef waarin hij concludeerde dat OHRA ,,voorzichtig'' is met de schattingen van (hout)opbrengsten en rendementen. Het leidde tot Kamervragen, maar ook de toenmalige minister Van Aartsen zag geen aanleiding afstand te nemen van de hoge rendementsverwachtingen. Zelfs niet toen Ohra door de Reclame Code Commissie in juli 1996 op de vingers werd getikt vanwege het schetsen van een ,,te rooskleurig'' en ,,misleidend'' beeld in de advertenties. In verschillende rechtszaken bleef de Arnhemse verzekeraar volhouden dat de voorspelde rendementen wel degelijk haalbaar zouden zijn.

Maar nu de teakbomen op de plantage in Costa Rica inmiddels enige omvang hebben, blijken de reserves van de critici bewaarheid te worden. Financieel directeur H. Janssen van Ohra erkent dat de prognoses voor te oogsten kubieke meters hout naar beneden moeten worden bijgesteld. ,,Daarmee komen we aan onze ondergrens en beoordelen we het risico voor onze cliënten als onverantwoord'', zegt Janssen. Hij ontkent geruchten als zou verzekeraar Delta Lloyd, met wie Ohra binnen enkele maanden fuseert, druk hebben uitgeoefend om het teakwoodproject van tafel te halen. ,,Er is in het due diligence-onderzoek natuurlijk wel naar gekeken en de beoogde raad van bestuur kan zich vinden in de beslissing die nu genomen is, maar de knoop is geheel zelfstandig door Ohra doorgehakt.''

De reden voor de plotselinge ommezwaai van Ohra ligt volgens hem in ,,recente onderzoeken door bosbouwers.'' Hij wil echter geen nadere details of inzage geven in de bewuste rapportages.

Daarnaast heeft Ohra een meningsverschil met de beheerder van de teakplantages in Costa Rica, het plaatselijke bedrijf Flor Y Fauna, dat in handen is van de Nederlandse ondernemer E. Huizinga. ,,Er moet daar een ingrijpend financieel saneringsprogramma worden doorgevoerd en we hopen dat we daar met Flor Y Fauna uitkomen. Maar de onderhandelingen lopen stroef'', zegt Janssen. Ohra zal, als de men de polissen van de `teakwood-cliënten' in feite terugkoopt, een belangrijk aandeel in de teakplantages van Flor Y Fauna verwerven. Volgens Janssen is het nog niet zeker of dat ook zo zal blijven: ,,We sluiten niet uit dat we dat in de toekomst proberen door te verkopen aan bosbouwbedrijven'. De Ohra-directeur noemt de ontwikkelingen ,,triest en jammer'', maar vindt niet dat Ohra iets te verwijten valt. ,,Op het moment dat het risico te groot werd, hebben wij onze verantwoordelijkheid genomen.''

De Wageningse bosbouwdeskundige dr. ir. P. Romeijn, die eerder dit jaar promoveerde op het teakwoodproject, noemt dit ,,klinklare lariekoek.'' Volgens hem is er sprake van een ,,onvermijdelijk debâcle'' voor Ohra. ,,Er is hier in de universiteitsbibliotheek geen enkele academische onderbouwing te vinden van de teakrendementsprognoses van Ohra. Nationaal en internationaal is men daar jarenlang op gewezen. Ohra heeft dat arrogant genegeerd.''

    • Joost Oranje