Hemel en hel

's Ochtends vroeg klinken overal in Dublin's stegen de lege biervaten – hier is het iedere ochtend Maastricht na carnaval. In de Henry Street wordt de kerstversiering opgetakeld. De St. Mary's Pro-Cathedral achter O'Connell Street heeft, op deze doordeweekse dag, zeker honderd mensen bij de ochtendmis, kantoorvolk, huisvrouwen, van alles. Er wordt hevig gebeden om vrede, iedereen geeft elkaar de hand. Boven de grijze koepel hoor je de meeuwen krijsen.

Later rijd ik door de lieflijke heuvels van Armagh. De grens passeer je ongemerkt, maar daarna zie je ze al snel verschijnen, dorpen omringd door Engelse en Ulster-vlaggen, wapperende eilanden in een katholiek stuk land. Tractoren rijden met bieten en mest, ik zie aanhangwagens vol zelfgestoken turven, langs de weg dode vossen, dassen en wezels, je kunt elke avond hachee eten van de straat.

De `Killing Fields' heet het hier. Er zijn in deze welvarende heuvels meer slachtoffers gevallen dan in de armste wijken van Belfast bij elkaar. Jarenlang heeft de IRA geprobeerd om de protestantse boeren weg te terroriseren om de grond weer in eigen handen te krijgen. Vooral boerenzoons waren het doelwit. Zo woedt al 33 jaar de laatste godsdienstoorlog van Europa, maar met godsdienst heeft het weinig meer van doen. Die lijkt allang bevroren – sinds de 17de eeuw regent het hier onveranderd hemel en hel.

Het avondnieuws uit Belfast: dominee Cliffort Peebles is gearresteerd; hij gelooft dat de Noord-Ierse protestanten de laatste, verdwenen stam van Israel zijn; hij was in het bezit van een zelfgemaakte pijpbom.

    • Geert Mak