Cheikh Lô zingt alles nog soepel

Dat het concert van Cheikh Lô te laat begon was passend want deze Senegalese rasta-zanger heeft altijd de tijd genomen. Op zijn 35ste kreeg hij zijn eerste gitaar, vijf jaar later maakte hij zijn eerste cassette en op zijn 45ste Ne Las Thiass, een volwassen en knappe debuut-cd, geproduceerd door Youssou N'Dour die in '96 naast hem stond toen hij voor het eerst in Nederland optrad.

Dat laat bloeien geen nadeel hoeft te zijn blijkt andermaal uit Bambay Gueej, eveneens opgenomen door N'Dour. Deze cd, opgedragen aan de oprichter van een lokale islamitische sekte, is een fraaie synthese van wat Lô sinds zijn tienerjaren muzikaal heeft beleefd. Hij maakte het staartje mee van de Cuba-gekte die in West-Afrika heerste, speelde als drummer in hotel-orkestjes, luisterde naar Bob Marley en Peter Tosh, maakte jaren deel uit van de Parijse studio-scene en keerde wijzer terug naar Dakar, het West-Afrikaanse Parijs.Of het kader op Bambay Gueej nu country-rock, reggae of soul is, of puur Afrikaans getint, Cheikh Lô staat overtuigend in het middelpunt. De cd heeft een uitgewogen electro-akoestische balans en ademt in alle tempi een grote relaxtheid.

In de ouderwets naar hash riekende vernieuwde Oude Zaal van de Melkweg kwam de achtmansband van Lô geen moment in de buurt van het cd-niveau. Voor een deel lag dat aan het ontbreken van de instrumenten waaraan de cd juist zijn specifieke kleur dankt: dwarsfluit, hammondorgel, koperblazers en tweede stemmen.

Een groter spelbreker was echter de geluidsbalans met extra veel hoge en lage tonen ten koste van het brede middengebied. Ideaal weliswaar voor het gehoor van zuigelingen en hoogbejaarden maar juist die groepen waren in de Melkweg weer eens slecht vertegenwoordigd. Van ballads als Bobo-Dialasso en N'Dawsile die op de cd subtiel in elkaar zijn gezet, bleef op het podium weinig over. De dansnummers bleven wel min of meer overeind omdat je de bas en de beat weliswaar nauwelijks horen maar wel degelijk voelen kon.

Goed hoorbaar in alle registers was alleen – geluk bij een ongeluk – de soepele, licht gesluierde stem van Lô zelf, bijvoorbeeld in de ballad N'Dokh, een loflied op het water. De broodmagere Cheikh Lô is een groot vocaal talent maar bleef gisteren een roepende in de woestijn.

Concert: Cheikh Lô. Gehoord: 31/10 De Melkweg Amsterdam.

    • Frans van Leeuwen