Bladeren

FOREIGN POLICY

De laatste tien jaar staan bekend als de periode van na de Koude Oorlog. Die aanduiding kunnen we beter inruilen voor de term globalisering. Thomas Friedman, commentator Buitenlandse Zaken voor de New York Times, betoogt in een discussie met Ignazio Ramonet, redacteur buitenland van Le Monde Diplomatique, dat het begrip globalisering veel meer is dan een economische trend en dat het begrip staat voor een heel nieuw internationaal systeem dat net zoveel invloed heeft als de ideeënwereld van de Koude Oorlog. Het dispuut is opgenomen in Foreign Policy.

Een belangrijk verschil tussen de nieuwe wereld van de globalisering en de oude van de Koude Oorlog is dat globalisering een eigen dominante cultuur heeft die homogenisering in de hand werkt. Zoals vroeger bijvoorbeeld West-Europa en het Middellandse Zee-gebied werd geromaniseerd, zo is de globalisering in feite de amerikanisering van de hele wereld, van iMacs tot Mickey Mouse. Waar Karl Marx en John Maynard Keynes de economen waren van het Koude Oorlog-systeem, die het kapitalisme wilden beteugelen, daar zijn Joseph Schumpeter en Andy Grove van Intel de economen van de globalisering, die het kapitalisme volledig de vrije hand willen geven.

Globalisering is een tweekoppig monster van technologie en financiën, repliceert Ignazio Ramonet, en brengt alleen maar ongeluk, onzekerheid en chaos. Armoede, analfabetisme, oorlog en ziekte, nemen alleen maar toe. Het rijkste vijfde deel van de mensheid bezit tachtig procent van de hulpbronnen in de wereld, terwijl het armste vijfde deel nog geen half procent ervan in bezit heeft. Op een wereldbevolking van bijna zes miljard mensen zijn er net een half miljard met een comfortabel leven, terwijl de rest op een houtje bijt. Zelfs in de Europese Unie leven vijftig miljoen mensen onder de armoedegrens.

Globalisering heeft weinig te maken met mensen of met vooruitgang maar alles met geld, en heeft het karakter gekregen van een doctrine, een nieuwe ideologie, een religie. De permanente herhaling van de nieuwe catechismus in alle media en door alle politici geeft het dogma van de globalisering zoveel gewicht, dat elke poging tot vrije gedachtenvorming in de kiem wordt gesmoord.

Het kwartaalblad Foreign Policy is een uitgave van de Carnegie Endowment for International Peace.

www.foreignpolicy.com

SCIENTIFIC AMERICAN

De meerderheid van de bevolking van Azië, Afrika en Latijns Amerika heeft weinig mogelijkheden om aan de armoede te ontsnappen. Volgens de Wereldbank zijn er 1,3 miljard mensen die moeten leven van minder dan een dollar per dag. In Scientific American beschrijft Muhammad Yunus, hoe hij in 1976 de Grameem Bank oprichtte, speciaal voor mensen die zo arm zijn dat geen enkele andere bank hun geld wil lenen. De auteur werd geboren in Bangladesh, studeerde economie in de Verenigde Staten, en is adviseur van de regering van zijn land en van uiteenlopende internationale instellingen.

Het Grameem-project ontstond toen hij 42 straatarme buren 27 dollar leende. Dat was voor alle partijen zo'n succes dat de auteur een lening afsloot bij een plaatselijke bank en het geld in de vorm van minuscule leningen verdeelde over de armen in zijn buurt. Hoewel de banken dus zagen dat ze hun geld terugkregen, bleven ze weigeren de allerarmsten geld te lenen. Dat was, in 1983, het moment dat Yunus de Grameem Bank, de Dorpsbank, stichtte. De bank is het bezit van de leners, die verdeeld zijn in groepjes van vijf personen die elkaar adviseren en controleren..

Een nieuwe groep van vijf aspirant-leners begint met het aanvragen van leningen voor twee groepsleden. Doorgaans gaat het om een bedrag van vijfentwintig tot honderd dollar per persoon. Als deze twee vijf afbetalingen hebben gedaan mogen de volgende twee groepsleden hun aanvraag indienen. Als ook zij vijf keer hebben afbetaald is het laatste lid aan de beurt. Nadat in totaal vijftig afbetalingen zijn gedaan betaalt de lener de rente, net iets hoger dan de commerciële, en komt in aanmerking voor een grotere lening.

Vandaag de dag heeft de Grameem Bank vestigingen in 39.000 dorpen in Bangladesh, en heeft 2,4 miljoen leners, voor 94 procent vrouwen. De bank leent liever niet aan mannen, omdat die het geld meestal alleen voor zichzelf gebruiken. De bank is voor ruim negentig procent het eigendom van de leners. Uit een onderzoek van de Wereldbank blijkt dat de aanwezigheid van de Grameem Bank in een dorp tot gevolg heeft dat de kinderen meer en langer naar school gaan en beter eten krijgen. Uit het onderzoek bleek ook dat extreme armoede (nog minder te eten dan de minimum hoeveelheid die de VN als norm hanteert), onder Grameem Bank-leners met zeventig procent daalt binnen een periode van vijf jaar nadat ze zich hebben aangesloten bij de bank. Deze richt zich uitsluitend op de allerarmsten, te weten zij die nog de helft minder hebben dan wat formeel de minimumnorm is.

De bank, schrijft de auteur, is vaak bekritiseerd omdat ze niet optreedt als een liefdadigheidsinstelling, maar als een instelling die winst maakt. Volgens hem is dat essentieel voor de levensvatbaarheid van zijn geesteskind. Leningen kwijtschelden is er niet bij, zelfs niet voor de duizenden Grameem-schuldenaren die al hun bezittingen verloren als gevolg van de grote overstromingen vorig jaar. Want door leningen af te schrijven verliest een bank haar betrouwbaarheid.

Het Grameem-model wordt momenteel toegepast in veertig landen. Op die manier hebben nu tweeëntwintig miljoen van de allerarmste mensen toegang tot een vorm van micro-krediet. Het gangbare recept voor ontwikkelingslanden bestaat uit industrialisatie. Maar armoede uitroeien doe je volgens de auteur niet door banen te scheppen, maar door de mensen in kwestie de gelegenheid te geven hun lot in eigen hand te nemen.

Het maandblad Scientific American is verkrijgbaar in de kiosk.

www.sciam.com

    • Herman Frijlink