Benk Korthals wil orde brengen in de tent

De bewindslieden van Paars II verdedigen hun begroting. Deel 5 van een serie over `nieuwe bezems' op de ministeries.

Het was een kleine bekentenis in een overzichtelijke kring van voornamelijk gevangenisbouwers en -directeuren. Minister mr. Albertus Hendrikus (Benk) Korthals (VVD, Justitie) onthulde zelf ook wel eens te hebben `gezeten'. Het was bij het Europees kampioenschap voetbal in '88, toen hij een arrestant in een politiecel bezocht. Het toenmalig Tweede-Kamerlid voor de VVD had altijd zijn advocatenpraktijk aangehouden. Toen het consult beëindigd was, wilde er maar geen agent met een sleutelbos opduiken. Het voltallige bureau keek naar een wedstrijdje. Toen er uiteindelijk iemand langs slofte, riep een desperate Korthals: ,,Ik wil er uit!'' Het antwoord luidde : ,,Dat willen ze hier allemaal.''

Als het over cellen gaat, weet Korthals dus waar hij het over heeft. Maar toen hij begin vorige maand moest bekennen dat er inmiddels 1.600 tot 1.700 leeg staan, had hij het even moeilijk. Dat zulks uitgerekend door een VVD-bewindsman moest worden verteld, zette de politieke realiteit min of meer op zijn kop. Korthals kreeg de boemerang in het gelaat, die in '85 was geworpen door zijn liberale geestverwant en voorganger Korthals Altes. Hij was het die het strafrechtelijk klimaat een robuuster aanzien wilde geven, door justitie strenger te laten optreden. Het toenmalige tekort aan cellen moest snel worden ingelopen, maar die cellen moesten dan ook worden gevuld door middel van adequatere opsporing, vervolging en berechting. De opvolgers van Korthals Altes – Hirsch Ballin (CDA) en Sorgdrager (D66) – hebben daar hard aan gewerkt. De politie werd gereorganiseerd, evenals het openbaar ministerie. Nu is de rechterlijke macht nog aan de beurt, maar het is de vraag of dat onder Korthals nog gaat lukken, omdat politiek ingrijpen in een onafhankelijke, zittende magistratuur per definitie een buitengewoon lastige klus is.

Onder de ingetogen en bedaagd formulerende Hirsch Ballin werd hard gebouwd en flink opgetreden. Tijdens de bewindsperiode van Sorgdrager nam het aantal cellen met 43 procent toe.

Op het punt van `ferm optreden', zoals de achterban van de VVD het graag ziet, valt voor Korthals weinig revolutionairs meer te ondernemen. Uit het regeerakkoord valt ook af te leiden dat de minister zal uitvoeren en afmaken wat door Sorgdrager op de rails is gezet. Dat wil overigens niet zeggen dat de regeerperiode van Korthals als `roemloos' de geschiedenis in zou gaan. Per slot van rekening betrad hij vorig jaar een departement dat door tal van affaires, intriges en onderling gekonkel trilde op zijn grondvesten.

Dat begon al op de dag van Sorgdragers' aantreden met de ondertekening van een overeenkomst met de voorheen criminele informant `Haagse Cees'. Hij kreeg van rijkswege twee miljoen gulden toegeschoven om uit de klauwen te blijven van degenen die hij had `verlinkt' en ergens op Vuurland een nieuw, anoniem bestaan op te bouwen. Enige tijd later bleek Cees met zijn miljoenen in het Westland te zijn neergestreken. Dergelijke schandalen en schandaaltjes hebben Sorgdragers ministerschap vier jaar lang geescorteerd.

Korthals' eerste opdracht was dus `rust in de tent te brengen'. En daar is hij volgens de hem omringende ambtenaren zeer goed in geslaagd. Het succes van die missie valt te verklaren uit een aantal eigenschappen van de minister. In de eerste plaats kan Korthals bogen op ruime ervaring als Tweede-Kamerlid, van 16 september '82 tot 3 augustus '98. De laatste jaren daarvan was hij vice-fractievoorzitter. ,,Hij heeft dus een magistraal politiek gevoel, wat Sorgdrager – afkomstig van het openbaar ministerie – miste. Daarbij komt dat hij met een grote, invloedrijke fractie communiceert; ook dat ontbeerde Sorgdrager. ,,Als Benk 's ochtends opstaat, steekt hij twee vingers in de lucht en weet hij hoe die dag de politieke wind waait'', zegt een topambtenaar. Bovendien is hij een man. Sorgdrager had het als vrouw moeilijk op Justitie. Temeer omdat Sorgdrager bij haar aantreden ineens ,,allerlei ambtenaren voorbijstak, die voorheen haar meerderen waren''. ,,Ze begon dus met een enorme achterstand en was geneigd alles alleen te doen. Dat vinden ambtenaren niet altijd leuk. Korthals is een geweldenaar in het delegeren; dat geeft ambtenaren het gevoel dat ze er iets van kunnen maken.''

Korthals staat bekend als `de stille kracht', die problemen oplost `zonder herrie of ophef' en vooraf de zaken politiek `volledig afdekt'. Dat geldt ook voor de ministerraad, waar hij vaak al zoveel voorwerk heeft verricht dat ze vlot kunnen worden afgedaan.

's Ochtends overlegt Korthals met staatssecretaris Cohen (PvdA) over de eventuele `publicity hooplah' van die dag, waardoor het departement zelden voor verrassingen komen te staan. ,,Ze liggen elkaar buitengewoon. Als Cohen iets lastigs door de ministerraad moet loodsen, gaat Benk voor hem door ramen en ruiten'', zegt een hoge ambtenaar.

Dat Korthals zich bewust is te werken in een potentiële slangenkuil maakte hij onlangs nog duidelijk bij het afscheid van procureur-generaal mr. C.R.L.R.M. Ficq: ,,De politiek is voor veel juristen een ordinaire bedoening, gericht op de korte termijn en enkel gespitst op publicitair scoren. Politiek is volgens hen geperverteerd staatsrecht. Daartegenover zijn juristen volgens veel politici arrogante, in zichzelf gekeerde navelstaarders zonder oog voor maatschappelijke en bestuurlijke noden. Temidden van die chaos op dat kruispunt bevindt zich een beklagenswaardige figuur: de minister van Justitie.''

DOSSIERwww.nrc.nl/Den Haag

    • Bram Pols