Beleidsnota's

SDU-uitgevers heeft de gewoonte om jaarlijks een wedstrijd te organiseren welke ambtenaar de beste en welke de slechtste beleidsnota schreef.

En ieder jaar blijkt de jury heldere nota's als `goed' te beoordelen en duistere nota's als `slecht'. Burgers zouden weinig begrijpen van het omslachtig taalgebruik in de slechtste nota's (NRC Handelsblad, 22 oktober).

Ambtenaren van ministeries wensten deze zelfkastijding niet te ondergaan. Althans, geen enkele rijksambtenaar stuurde een nota op voor deze prijsvraag. En dat is geen wonder.

Het is immers helemaal niet gebruikelijk dat beleidsambtenaren voor burgers begrijpelijke nota's produceren. Een beleidsnota is in essentie een politiek instrument, waar de baas van de beleidsambtenaar de besluitvorming mee wil beïnvloeden.

In een nota met een dergelijke functie gaat het niet alleen om helderheid. De taal wordt vooral gebruikt op een politieke en dus suggestieve, waar nodig verhullende, wijze. Een goede beleidsnota is een nota die bijdraagt aan de gewenste besluitvorming.

Nu is het openbaar bestuur zo openbaar, dat iedere burger (vrijwel) alles mag lezen. Maar dat betekent niet dat beleidsteksten ook voor hem worden geschreven. Dat is in feite nooit het geval. Een beleidsmedewerker schrijft altijd `in opdracht' van zijn baas. Ook als hij de taak heeft voor burgers te schrijven.

Primair geldt voor hem dat zijn opdrachtgever tevreden moet zijn over zijn werk. Steeds zal hij er daarom voor zorgen dat het belang van zijn baas (al dan niet verhuld) met zijn teksten gediend wordt. Voor de gewenste effecten kan het nodig zijn de waarheid cryptisch te presenteren of zelfs een schijnwereld te creëren als dat de opdrachtgever meer behaagt dan de werkelijkheid als zodanig.

De jury van de SDU-wedstrijd gebruikt dus een criterium van begrijpelijkheid dat niet aansluit bij de werkelijkheid van 's rijks notaschrijvers. Is het dan een wonder dat dezen zich niet aangesproken voelen. Het gaat om een speeltje voor anderen.

    • Dirk Huizinga