Ajax-jodenclub

Graag wil ik reageren op het artikel Ajax-Jodenclub (NRC Handelsblad, 22 oktober).

Tijdens mijn jeugd in de jaren dertig werd die naam al aan Ajax gegeven. Als scheldnaam uiteraard. Dat lag voor de hand. Ajax had zijn thuishaven in de Watergraafsmeer (eerst aan de Middellaan, later aan de Middenweg) in Amsterdam-Oost. Veel joden woonden toentertijd in het oostelijk deel van het centrum van Amsterdam.

Voor joden lag in de jaren '30 een bezoek aan Ajax derhalve voor de hand. Zeker op zondag: voor de gelovigen een vrije dag. Van de overige Amsterdammers was toen minstens 60 à 70 procent christelijk. Voor hen was een bezoek aan sportwedstrijden een ontheiliging van de zondag. Wedstrijden van Ajax werden dus door relatief veel joden bezocht. Vandaar jodenclub.

Als jeugdige inwoner van `betondorp' (tegenover het Ajax-stadion) was Ajax uiteraard `mijn' cluppie. Maar voor mij als keurig christelijk ventje, was stadionbezoek uit den boze. Zelfs vlak na de oorlog sprak een ouderling mij over Ajax bestraffend toe, waarbij hij de club als `jodenclub' van de hand wees.

    • Sieds van der Ploeg. Utrecht