Yo-Yo Ma steeds meer wereldcellist

Als er ooit een `Hoe hoort het eigenlijk' voor Grote Solisten komt, kan stercellist Yo-Yo Ma bij elk hoofdstuk als voorbeeld fungeren. Innemendheid, bescheidenheid, hoffelijkheid, engagement – het zijn allemaal kenmerken die Ma als vanzelfsprekend paart aan zijn muzikaal meesterschap.

Wie een blik werpt op zijn discografie, ziet dat Ma de laatste jaren meer de nadruk is gaan leggen op het opnemen van werken uit alle windstreken. Met cross-over projecten prikkelt Ma zijn artisticiteit, en zoekt hij `nieuwe manieren' op met zijn publiek te communiceren.

Een veelvoud aan stijlen tekent ook Ma's vorige maand verschenen album Solo. (SK 61739) Daarop staat Texaanse fiddle-muziek broederlijk geprogrammeerd naast werk van de Chinees/Amerikaanse componist Bright Sheng (1955), en klinkt de Sonate op. 8 voor cello solo van Zoltán Kodály (1882-1967) als bekendst en tegelijkertijd ook imponerendst voorbeeld van wat één cello muzikaal vermag.

In de serie Grote Solisten van het Concertgebouw speelde Ma gisteravond vrijwel ongewijzigd het programma van zijn nieuwe album. Eén werk ontbrak ten opzichte van de cd, maar daarvoor in de plaats klonk als verrassing een mini-optreden van de Mongoolse strijkformatie Altai Hangai die, met Ma als meest aandachtig toehoorder, de verbeelding van het Concertgebouwpubliek met luiten, vedels en intrigerende boventoonzang ontvoerde naar weidse Mongoolse steppen.

Een dergelijke verrassing tekent Ma's muzikale persoonlijkheid. Hij maakt met liefde pas op de plaats voor nieuwe ontdekkingen, en presenteert die met een aplomb én een bescheidenheid die het gisteravond mogelijk maakte dat zijn tweeduizendkoppige fanschare in Ma's kielzog ademloos luisterde naar Mongoolse muziek die op het Leidseplein doorgaans slechts een handvol belangstellenden trekt. In communicatie mag Ma met recht een expert worden genoemd. Aangenaam onconventioneel kondigde hij zijn programma zelf aan met geestige inleidingen. En daardoor verlaagde hij moeiteloos de drempel naar de onbekende muziek die hij ten gehore bracht.

In de cello-bewerking van de Appalachia Waltz van fiddle-speler/componist Mark O'Connor, oorspronkelijk gecomponeerd voor viool maar met Ma ook in versie voor viool, cello en bas te beluisteren op de cd, ontsloot Ma met reine meerklanken en als zoekend gespeelde virtuositeiten de muzikale wereld van de fiddle-muziek. Conventioneel cellospel viel evenmin te beluisteren in de Seven tunes heard in China van Bright Sheng. De zeven deeltjes boden Ma de kans zijn instrument aan te slaan als een Mongoolse luit, te betrommelen als een varkensvel, glijdend te bestrijken in vloeiende Chinese toonreeksen en te laten zuchten, kirren en brommen als een menselijke stem. De fascinatie die het werk hier opriep, kan slechts bestaan als virtuositeit een eerste bouwsteen is.

De volronde schoonheid van Ma's toonvorming in meer traditionele zin, moest wachten tot de Sonate van Kodály. Volmaakt harmonieus in de balans tussen temperament en ingehoudenheid roffelden duivelse duimpizzicati voort als introverte lijnen nog nauwelijks waren uitgeklonken. Hoe interessant Ma's muzikaal eclecticisme zonder voorbehoud ook is, vooral in Kodály reikten fascinatie en ontroering elkaar de hand.

Concert: Yo-Yo Ma (cello). Werken van O'Connor, Sheng, Wilde en Kodály. Gehoord: 31/10 Concertgebouw, Amsterdam.

    • Mischa Spel