Opinie

    • Youp van ’t Hek

Supporter

Het genot van het Nederlandse judo. Al jaren volg ik deze sport op de voet. De wedstrijduitslagen interesseren me geen moer, maar de onderlinge ruzies boeien mij mateloos. Afgelopen weekend werden de Nederlandse kampioenschappen in Den Bosch gehouden en het was weer ouderwetse hoogspanning. Iedereen had zijn eigen route tussen mat en kleedkamer of tussen tribune en toilet. Door een geur van rotte vis nam eenieder zijn eigen omweg om de ander niet te ontmoeten. Het restaurant en de bar werden pas betreden als men zeker wist in welke hoek de vijand stond. En het restaurant moest minstens veertig hoeken hebben. Is dit nieuw? Nee, dit is al jaren zo. Iedere judoka, die met een journalist praat, heeft een bedoeling om via het te plaatsen artikel of uit te zenden interview iemand anders binnen de judobond te kwetsen. Die ander mag een trainer zijn, een bestuurslid, een collega-judoka of een interim-conflictoplosser. De bondsvergaderingen schijnen complete cabaretvoorstellingen te zijn. Modder, modder en nog eens modder. En maar gooien en maar smijten. Heerlijk. Ordinairder dan ordinair. En alle hoofdrolspelers samen vormen een middeleeuws karikaturencarnaval. Voor tekenaars is het smullen. Onenigheid. Altijd maar onenigheid. Nou hoort dat bij sport. Ik weet niet beter dan dat er binnen sportclubs onderling stevig gekrakeeld wordt, maar de judoruzies slaan alles. Ze mogen ook overal over gaan. Over de selectie, over de bondscoach, over de voorzitter, over de clubcoaches, het maakt niet uit. Als er maar bonje is. Dit weekend viel weer een nieuw woord. Het bestuur had voor duizenden guldens een nieuwe wedstrijdmat gekocht. Was helemaal niks, volgens topjudoka Dennis. `Kutmat', sprak hij kort. Heerlijk woord. Danst de komende week door mijn gedachten. Kutmat. Lekker kort en bondig. Kutmat!

    • Youp van ’t Hek