Rampgebieden

Voor de derde keer binnen ruim een jaar: de Noord-Amerikaanse kustwacht op CNN, die zoekt naar de resten van een neergestort vliegtuig. Strak kijkende gebrilde mannen van middelbare leeftijd in uniformoverhemden gaan in op de technische details van de reddingsoperatie. Over de oorzaak is nog niets bekend. Iedereen is dood, maar everything is under control now.

Ter plekke is niets te zien. Wel een paar zoekende bootjes in een onmetelijke zee. En veel langdradige persconferenties, waar de officials in verschillende bewoordingen zeggen dat ze nog niets weten. Dan volgen de eerste emoties van de nabestaanden. Iedereen kan zich die wel ongeveer voorstellen, maar de televisie en de kijkers kunnen er geen genoeg van krijgen. Vrouwen en mannen die in huilen uitbarsten. Sommigen in hoofddoek. Het gaat om herkenning. Het zal je familie maar zijn.

Dat is breaking news. Het doet het er niet toe waar het over gaat en of er nieuws is. Het gaat erom dat het publiek alles zelf meemaakt, zodra het gebeurt. September vorig jaar stortte een toestel van SwissAir neer. Het meer alledaagse ongeluk met het privé-vliegtuig van John F. Kennedy jr. deze zomer kreeg minstens evenveel aandacht als de rampen met de passagiersvliegtuigen. Bij de aardbeving in Athene was een hele dag op CNN hetzelfde ingestorte gebouw te zien, felbeschenen door lampen en met een rijtje officials en verslaggevers ervoor.

Het onderwerp van de live-ramp is willekeurig. Camera's speuren niet de wereld af naar de belangrijkste gebeurtenis op de wereld. Als Egypt Air voor de kust van Alexandria was neergestort, hadden we die kustwachtbootjes veel minder vaak gezien. Die Egyptenaren spreken minder goed Engels en geven niet zulke goede persconferenties. Er zijn weinig camera's in de buurt. Als er niet zoveel Amerikanen in hadden gezeten, was het nog sneller van het beeldscherm verdwenen, ook van het Nederlandse.

Luchtrampen spreken aan omdat de kijkers allemaal wel eens vliegen. Zie dan de schamele beelden over de verwoestende orkaan in Bangladesh en India van afgelopen dagen die waarschijnlijk vele duizenden doden heeft gekost en anderhalf miljoen mensen dakloos maakte. Er zijn alleen beelden van hevig doorbuigende palmen onder een donkere lucht en een man die net tot aan zijn groene lendendoek in het water staat. Geen spektakel. Dus bleef het een voetnoot, ook al opende het Journaal er een keer mee. Alleen de Hindoe-goden zien het.

Zou er een Nederlandse televisie-actie komen? Met India en Bangladesh heeft Nederland niet zo'n rijk solidariteitsverleden als met Midden-Amerika dat eerder door een orkaan werd getroffen. Maar Bangladesh krijgt weer meer aandacht dan China waar de natuurrampen en de reacties daarop geheel ongezien blijven. Hele aardbevingen bleven beperkt tot korte berichtjes in de krant. Bij de dodelijke overstroming van de Yangtse waren telkens die zelfde opgewekte regeringsbeelden te zien van rijen magere mannen en zandzakken.

Van de Nederlandse gezwollen rivieren werd daarentegen avond aan avond op het Amerikaanse avondnieuws verslag gedaan. Veel beelden van water, zandzakken, dijken. De nieuwe Hans Brinkers in hun strijd tegen het water waren een ideaal cliché voor de Amerikaanse kijker. Uiteindelijk bleef het water buitendijks en viel er nog niet eens een gewonde.

De wereld is groot en het gezichtsveld is klein. Bij het bepalen van nieuwswaardigheid wordt het belang van de gebeurtenis gedeeld door de afstand waar zij plaats heeft. Tien ondergelopen tuinderijen krijgen meer ruimte dan anderhalf miljoen Indiase daklozen. Er moeten ook camera's aanwezig zijn. Is er een afgerond verhaaltje te vertellen? Sluit het aan bij het wereldje van de kijker? De hulporganisatie die geld wil voor Bangladesh, moet op zoek naar een mooi klein meisje dat klem zit en na een dag of wat volharding bevrijd wordt. Zo'n sprookje opent de knip.

    • Maarten Huygen