La Groskamp

Het is een belachelijk, hopeloos, fascinerend onderwerp: etiquette. Zoals een preek te herkennen is aan de bekende preekstijl (persiflages mislukken meestal, omdat de imitatie maar niet zotter wil worden dan het origineel) zo heb je ook een etiquetteboekenstijl.

,,'s Avonds laat is het tijd voor longdrinks, wijn, vruchtensap. U doet uw gasten hierbij een plezier met het aanbieden van zoutjes, besmeerde toastjes, blokjes kaas en andere `borrelhapjes'. Sherry, vermout en jenever worden niet aangeboden. Als gasten er toch om vragen en u hebt het in huis – dan schenkt u het maar.''

Ziedaar het moderne etiquetteboek: beschrijvingen van wat iedereen weet, een enkele regel – maar ach, het mag ook anders. Wat zien de mensen er toch in, in zo'n mengelmoes van absurde voorschriften en afgezaagde vermaningen? Oudere heren dragen handschoenen van bruin nappa of tamelijk donkergrijs wild leder. Voordringen is onbeleefd en ergerlijk. Tijdens huishoudelijke bezigheden kan men tegenwoordig wel een mooie ketting of elegante kleine oorbellen dragen. Speelt er een orkest, weet dan dat de muzikanten applaus op prijs stellen. Stap eens wat vaker op de fiets. Voor gerechten die men niet met de vingers kan eten wordt van oudsher de lepel gebruikt.

De voorbeelden komen uit de nieuwste editie van Amy Groskamp-ten Have's etiquettebestseller `Hoe hoort het eigenlijk?' uit 1939. Deze is van Reinildis van Ditzhuyzen, reeds de derde bewerkster van het boek, die een combinatie maakte van eigen commentaar op de oude Amy, historische uitweidingen over etiquette in het algemeen, en nieuwe passages (die altijd ,,dringend nodig'' heten) over faxen en zaktelefoons.

De interessantste vraag blijft natuurlijk waarom juist Amy Groskamps boek zo'n denderend succes had in die laatste vooroorlogse winter. Het werd alom geprezen, meteen herdrukt, Fien de la Mar maakte er in 1940 een komische revue van, en na de oorlog bleef het keihard doorverkopen. Lag het aan de goede titel, of was de behoefte aan etiquetteregels juist rond het turbulente midden van deze eeuw zo groot?

Allebei waarschijnlijk, maar het moet ook te danken zijn aan de onmiskenbare walm van burgerlijkheid die opstijgt uit Hoe hoort het eigenlijk? Hier was nu eens een etiquetteboek dat echt was geschreven voor Jan en alleman, een gulle grabbelton waarin kwesties van smaak, moraal en deftig protocol vrolijk samengaan. Niet neuspeuteren in gezelschap, geleende boeken altijd teruggeven, op een smoking nooit onderscheidingen dragen. En o ja, agneau is lam.

Een poos geleden sprak ik twee dames die Amy Groskamp-ten Have goed hebben gekend, en die de titel van haar bestseller ironisch verklaarden als: hoe hoort het eigenlijk – want in haar eigen gedrag hield de schrijfster zich bepaald niet aan de regels.

Als Amy Groskamp een kamer binnen kwam was hij vol. Een luide stem, felrode lippen, opvallende hoeden – zo iemand. Uit de korte levensbeschrijving die Van Ditzhuyzen heeft toegevoegd aan het boek (waarom heeft zij het daar toch niet bij gelaten, of desnoods een heel boek over la Groskamp geschreven?) blijkt dat niet helemaal, al noemt iemand haar wel een `wilde dame'. Anders dan menigeen denkt was zij van keurige familie, maar zij was ook een broodschrijfster van het zuiverste water. Zij publiceerde larmoyante romans en ontelbare artikelen, vertaalde uit drie talen en hield causerieën voor radio en Rotary. Het etiquetteboek was een verzoek van haar uitgever, waaraan zij in razendsnel tempo wist te voldoen.

Eens vertelde zij gniffelend aan haar buurvrouw over een kleine heldendaad. Zij had bij de hoedenmaker een hoed gekocht, en hem gedragen bij een lunchoptreden. De volgende dag was zij weer naar de winkel gegaan en had de hoed teruggegeven, met de smoes dat haar man hem niet mooi vond. Een coup, een gratis hoed voor een middag! Mijn zegslieden keurden dit gedrag duidelijk af. Maar nu ik erover nadenk, vind ik het wel grappig. Eigenlijk is voor zoiets even veel lef nodig als om de mensen te vertellen hoe zij zich moeten gedragen. En je kunt vast meer plezier beleven met iemand die jokt tegen de hoedenmaker, dan met iemand die echt gelooft dat bruine schoenen 's avonds niet kunnen.

    • Ileen Montijn