Kunsthandel tussen de musea

De Haagse kunsthandel Hoogsteder & Hoogsteder profileert zich met tentoonstelling op museaal niveau. ,,We willen niet van beurzen afhankelijk zijn.''

De aanblik begint al te wennen. Een hoek van de Hofvijver wordt weer ingenomen door een drijvende ontvangsthal. Het gevaarte is noodzakelijk om de toeloop naar de Rembrandt-tentoonstelling in het Mauritshuis in goede banen te leiden. Op nog geen honderd meter afstand van deze tijdelijke ingang wordt nóg een tentoonstelling gehouden: Portretten rond Rembrandt. Vergeleken met de entree van het Mauritshuis, doet de ontvangst op Lange Vijverberg 15 onwaarschijnlijk rustig aan. De deur wordt opengedaan door een jongeman die jassen aanneemt en de bezoeker een kleine (gratis) catalogus overhandigt. Wie de tentoongestelde werken bekeken heeft, treft bij de uitgang géén rekken met mokken of shawls aan. Wel is een deel van de geëxposeerde werken te koop.

Kunsthandel Hoogsteder & Hoogsteder organiseert vanaf 1991 – toen het pand aan de Lange Vijverberg werd betrokken – ambitieuze tentoonstellingen. In eigen huis waren Nederlandse landschappen (1991), De Academie van Rembrandt (1992) en Muziek en schilderkunst in de Gouden Eeuw (1994) te zien. En voor een tentoonstelling over zeventiende-eeuwse Haagse Schilders (1998) werd uitgeweken naar het Haags Historisch Museum. De firma van vader en zoon Hoogsteder heeft bij al die tentoonstellingen degelijke catalogi uitgebracht; omvangrijker en luxueuzer dan menig provinciaal museum zich kan veroorloven.

Ook voor de huidige tentoonstelling is flink uitgepakt. Er hangen werken van bekende namen als Gerard van Honthorst, Adriaan van de Velde, Nicolaes Maes, Jan de Bray, Aert de Gelder en Bartholomeus van der Helst. Overigens zijn de beste portretten door relatief onbekende schilders gemaakt: Jacob Levecq en Johannes Rootius. Ook is er een interessant curiosum te zien: een (allegorisch) portret van een mulat, door Albert Eeckhout, een kunstenaar die veel Braziliaanse onderwerpen schilderde na een bezoek aan dat land in de jaren veertig van de zeventiende eeuw. De expositie is aangevuld met enkele bruiklenen uit Museum Bredius, dat in een (vrijwel identiek) buurpand is gehuisvest.

De initiatieven van Hoogsteder wekken bewondering, maar ook een beetje argwaan. Wáárom onderneemt een kunsthandel eigenlijk zoveel publieksgerichte activiteiten?

Willem Jan Hoogsteder (40) geeft grif toe dat commerciële motieven een rol spelen. ,,Het is ónze manier van marketing. Hoewel ik er wel eens aan twijfel of het de meest efficiënte strategie is.''

De aanpak is inderdaad anders dan die van andere gerenommeerde kunsthandels. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat de Hoogsteders niet deelnemen aan de beurzen die de handel in toenemende mate beheersen. Op het gebied van zeventiende-eeuwse kunst is The European Fine Arts Fair (TEFAF) in Maastricht toonaangevend. Sommige handelaren halen daar dertig à veertig procent van hun jaarlijkse omzet. Waarom is Hoogsteder er nooit te vinden? ,,We houden de zaken liever in eigen hand. Sommige handelaren richten zich volledig op die beurzen en zijn er afhankelijk van geworden. Dat vind ik niet zo'n prettig idee. En daar komt bij dat ik niet zo houd van de `wie-maakt-me-los'-sfeer die in de loop van zo'n beurs op de stands komt te hangen.''

Hij heeft vroeger wel eens aan een beurs deelgenomen. ,,Maar daar voelde ik me niet thuis. Het was alsof we onze identiteit in de uitverkoop gooiden.''

De firma Hoogsteder & Hoogsteder ziet zichzelf liever als één van de vijf instellingen rond de Hofvijver die zich met oude kunst bezighouden. Dat die andere vier musea zijn, hoeft onderlinge samenwerking niet in de weg te staan. Hoogsteder – die zitting heeft in het bestuur van museum Bredius – vindt het dan ook niet vreemd om bij deze `buurman' een schilderijtje van Rembrandt te lenen voor een tentoonstelling. ,,Het is tweerichtingsverkeer, want we geven zelf regelmatig werk in bruikleen aan musea.''

In de jaren tachtig verkochten de Hoogsteders nog vanuit een `gesloten huis', maar sinds ze hun intrek namen aan de Lange Vijverberg, proberen ze zo open mogelijk te zijn. De kunstmarkt heeft in de afgelopen twintig jaar veel veranderingen ondergaan. Hoogsteder: ,,Vroeger bestond de clientèle voor een groot deel uit erudiete collectioneurs die je weinig hoefde te vertellen. Maar dat type verzamelaar komen we steeds minder tegen. Nu hebben we veel te maken met mensen die geïnteresseerd zijn in oude kunst, maar die het aan de tijd en expertise ontbreekt om zonder begeleiding kunst te kopen. Die mensen bieden wij een dienstenpakket aan.'' Dat Hoogsteder daarbij zover gaat de klanten ook naar veilingen mee te nemen, mag opmerkelijk genoemd worden. Veilingen zijn immers belangrijke leveranciers voor handelaren. Dreigt een kunsthandel zichzelf zo niet overbodig te maken? Hoogsteder schudt lachend het hoofd. ,,Zeventiende-eeuwse kunst is een terrein vol voetangels en klemmen. Niet alleen qua toeschrijvingen, maar zeker ook waar het de conditie van schilderijen betreft. Om op een veiling te kopen zul je dus héél zeker van je zaak moeten zijn.''

Portretten rond Rembrandt. T/m 17/12 in Kunsthandel Hoogsteder en Hoogsteder, Lange Vijverberg 15, Den Haag. Ma-vr: 12-17 u.

    • Erik Spaans