Justitie als hulpverlener in de buurt

In de Amsterdamse wijk De Pijp werkt het openbaar ministerie op locatie. `Justitie in de buurt': veel praten en luisteren in de hoop een delict te voorkomen. Het ministerie wil nu harde resultaten zien. Maar hoe meet je preventie?

Hè, nou, dat is zeker vervelend hoor, als je niet kunt slapen van de herrie van het café naast je. En bah wat vies, dronkelappen die tegen je huis plassen. Dat mag trouwens niet, wildplassen, dat is strafbaar. En inderdaad, zo'n eigenaar is toch verantwoordelijk voor het gedrag van zijn gasten. Vol begrip luistert de baliemedewerkster van `Justitie in de Buurt' in de Amsterdamse volksbuurt De Pijp naar de klagende buurtbewoner.

De man kan gerust zijn. Binnenkort zal de café-eigenaar een uitnodiging krijgen voor een indringend gesprek met deze lokale afvaardiging van het openbaar ministerie, gelegen tussen een drogist en een lingeriezaak. Strafrechtelijke gevolgen zal dat waarschijnlijk niet hebben. ,,Dit is een preventieve taak'', zegt baliemedewerkster Patricia Vlasman. ,,Als je hier toch zit, kun je dat best doen. Anders raakt deze buurman misschien wel zo opgefokt dat hij de café-eigenaar ooit te lijf gaat. Het gaat toch om handhaving van de openbare orde.'' In het begin besteedden ze ook nog wel aandacht aan geluidsoverlast door wekkers en loopkarretjes van bejaarde dames, maar gaandeweg is het accent toch komen te liggen op kwesties waarbij het strafrecht in het geding is. In het pand zitten ook de Raad voor de Kinderbescherming en de Reclassering, waarmee het JIB nauw samenwerkt.

,,We zitten op het randje van hulpverlening'', zegt juridisch medewerkster Mireille Coutinho. ,,Maar wel met het strafrecht als stok achter de deur.'' Neem de aan alcohol verslaafde vrouw die was opgepakt wegens bedreigingen en vernielingen (ze gooide lege flessen uit haar raam naar beneden). Volgens een advies van de reclassering had deze vrouw aandacht nodig. Coutinho sprak met haar af dat ze daarom overdag naar een dagverblijf gaat. Zo niet, dan zou ze de vrouw alsnog dagvaarden. ,,Zo kun je een beetje met het strafrecht spelen'', zegt Coutinho. Verder handelt ze eenvoudige strafzaken af, zoals winkeldiefstal en lichte mishandeling.

Het ministerie van Justitie begon tweeënhalf jaar geleden in Amsterdam, Rotterdam, Arnhem en Maastricht – naar Amerikaans voorbeeld – met het experiment `Justitie in de Buurt' (JIB). Doel: `Het leveren van een effectieve bijdrage aan leefbaarheid en veiligheid(sgevoelens) in woonbuurten'. Officieren van justitie moeten achter hun papieren werkelijkheid vandaan komen en strafzaken in de buurten zelf aanpakken. Korte lijnen, snelle afhandeling. Dat was het idee. Inmiddels heeft Amsterdam drie JIB's en zijn er plannen voor een mobiele JIB-bus. Ook Groningen en Haarlem kregen JIB-kantoren. Tot 2002 wil Justitie drie tot vier kantoren per jaar openen.

Om de experimenten niet te verstikken met regels en bepalingen werden de kantoren vrijgelaten in hun aanpak. Alleen moest het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) van Justitie dit jaar concluderen dat de JIB's daardoor ,,ongrijpbaar'' zijn geworden en dat ze ,,hun nut moeilijk'' kunnen bewijzen. ,,Omdat de doelstellingen zo vaag zijn, is moeilijk aan te geven of de doelstellingen gehaald zijn.'' En er is nog een probleem. De JIB's zijn weliswaar `speeltjes' van de hoofdofficieren, maar op het parket overheerst de scepsis. ,,Niet doen'', hadden collega's gezegd toen Patricia Vlasman ging solliciteren bij JIB. ,,Dat wordt niks. Over twee jaar is het weer over.'' De officier van justitie die op de wijkpost was gezet, werd na acht maanden weer teruggehaald. ,,Ze vinden ons te sociaal.'' Nu heeft JIB in De Pijp alleen een baliemedewerkster en een beleidsmedewerker. Als een van de twee ziek is, kan – uit veiligheidsoverwegingen – het dagelijks inloopspreekuur vaak niet doorgaan.

Sinds het WODC-rapport dringt het ministerie van Justitie bij de JIB's aan op meetbare resultaten. Na vier jaar wordt bekeken of een JIB-kantoor subsidie blijft krijgen. Een goed voorbeeld vindt het ministerie het JIB-kantoor in Haarlem; eigenlijk een mini-parket in de buurt. Een JIB-officier behandelt binnen circa acht weken alle delicten die in Haarlem Schalkwijk zijn gepleegd. ,,Dat zijn wat je noemt duidelijke doelstellingen'', zegt de woordvoerder.

In De Pijp breken ze zich nu het hoofd: hoe meet je het effect van preventie? Buurtregisseur Jerry van Dijk – vroeger zou hij wijkagent hebben geheten – heeft geen enkele twijfel over de invloed van Justitie in de Buurt op de veiligheid. ,,Ik heb veel meer grip op de jeugd'', zegt hij. Neem de jongetjes van tien tot twaalf jaar die overlast veroorzaakten bij de bibliotheek. Klieren, schreeuwen, seksplaatjes opvragen op Internet. Op een dag dreigde een elfjarig jongetje met een aardappelschilmesje. Bij de bibliotheek waren ze niet onder de indruk, maar toch maar even de politie gebeld. Voor het JIB was dat volgens Coutinho ,,een mooie insteek''. Dreigen met een mes is strafbaar.

Samen met hun ouders is het groepje bij JIB ,,naarbinnen getrokken''. Eenmaal bij Justitie in de Buurt – de buurtregisseur en een medewerker van de Kinderbescherming waren ook aanwezig – vielen grote woorden: zozo, niet best, pas elf jaar en nu al bekend bij politie en justitie. Ze zouden nog één kans krijgen: excuses aanbieden. Zo niet, dan zou de bibliotheek aangifte doen, de politie proces-verbaal opmaken en – hup – naar de kinderrechter. ,,Jongeren onder de twaalf weten dat de politie ze weinig kan maken'', zegt Van Dijk. ,,Maar als ze officieel bij justitie op het matje moeten komen, legt dat veel gewicht in de schaal. Toch maar even oppassen, denken ze dan.''

    • Monique Snoeijen